Organisatie - 21 september 2018

Waarom sneuvelt sterksel?

tekst:
Albert Sikkema

Wegens gebrek aan financiering gaat het varkensinnovatiecentrum van WUR in Sterksel in 2020 dicht. Daarmee verliest Nederland zijn laatste proefbedrijf voor de varkenshouderij, in een tijd dat de samenleving juist behoefte heeft aan onderzoek naar diervriendelijke houderijsystemen. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen van de sluiting?

tekst Albert Sikkema  illustratie Henk van Ruitenbeek

Alles wat niet meteen geld oplevert, wordt weggesaneerd.

Opinie-HanSwinkels.jpg

Han Swinkels

Consultant en voormalig interimmanager van het varkensinnovatiecentrum (VIC) Sterksel

‘Voor het voortbestaan van praktijkonderzoek heb je zowel publiek als privaat geld nodig, anders lukt het niet. Dat leert de succesvolle oprichting van Dairy Campus in Leeuwarden voor de melkveehouderij. Dat betekent dat de veetelers samen moeten willen investeren in onderzoek naar nieuwe houderijsystemen en dat provincies bereid moeten zijn te investeren in vernieuwing van het centrum zelf. WUR heeft zijn stinkende best gedaan om dit concept ook in Sterksel uit te rollen, maar blijkbaar waren er te weinig partijen die wilden meedoen. Dat is heel jammer, want je hebt zo’n innovatiecentrum nodig om kennis door te vertalen naar de praktijk. Het zal nu lastiger worden om risicovol praktijkonderzoek te doen. Neem het onderzoek naar staartbijten op Sterksel, waarbij we de staarten intact lieten. Dat onderzoek kun je ook uitzetten bij innovatieve varkenshouders. Maar als die te veel risico’s lopen, blazen ze het onderzoek af, want bij hen is het experiment tweede prioriteit. Op Sterksel is het experiment eerste prioriteit, daar mag iets misgaan. Mijn angst is dat bedrijven, als een praktijkproef tegenvalt of mislukt, kopschuw worden voor innovaties.’

 

Opinie-Mart Smulders.JPG

Mart Smolders

Divisiemanager bij toeleveringsbedrijf voor de veehouderij MS Schippers en voormalig bedrijfsleider van VIC Sterksel

‘Deze sluiting is heel jammer. Toen ik nog bedrijfsleider was van VIC Sterksel tussen 2003 en 2012, hoorde ik tien jaar lang van buitenlandse delegaties: “hadden wij maar zo’n systeem van proefbedrijven”. Hier gaan we spijt van krijgen, want praktijkonderzoek heeft wel degelijk toekomst, denk ik. Wat er is misgegaan? Er waren te weinig partijen die geloof hadden in het praktijkcentrum. WUR richt zich op studenten, het praktijkonderzoek is een vreemde eend in de bijt en geen core business voor WUR. De varkenssector was zichzelf nog aan het organiseren na het wegvallen van de productschappen. De toeleverende bedrijven zochten hun eigen weg in deze periode. En de provincie Brabant vindt de varkenshouderij een ongewenst dossier en durft geen geld vrij te maken voor een praktijkcentrum. Er was te weinig collectiviteit. Terwijl er veel uitdagingen liggen en hierin investeren juist in deze fase cruciaal is.’

 

Opinie-Irene Eijck.jpg

Ineke Eijck

Zelfstandig specialist Varkensgezondheidszorg:

‘Ik heb in het verleden het varkensproefbedrijf de Waiboerhoeve van WUR in Lelystad opgezet, dat al ter ziele is. Het praktijkonderzoek dat we daar deden – wat moet je doen om een varkensstal ziektevrij te houden? – is overgeheveld naar fokkerijbedrijf Topigs. Wat steeds speelt is dat zo’n praktijkcentrum vrij duur is en dat je na de start al snel niet meer baanbrekend bent. Ik geloof meer in het model waarbij onderzoekers innovatieve bedrijven ondersteunen die markt zien in een nieuw concept. Een voorbeeld is Hoeve BV van varkenshouder Hans Verhoeven, die voortdurend nieuwe systemen uittest: eerst op zijn eigen bedrijf en dan bij andere varkenshouders die vlees leveren volgens het Hoeve-concept. Van dergelijke innovaties vanuit de markt ben ik meer gecharmeerd. Ik denk dat Sterksel zijn tijd is ontgroeid. Het jammere is wel dat er geen geld meer is voor onderzoek waar de markt nog niet aan toe is. Alles wat niet meteen geld oplevert, wordt weggesaneerd.’

 

Opinie-Kluivers Marion.JPG

Marion Kluivers

Onderzoeker bij Wageningen Livestock Research

‘Het wegvallen van de productschappen heeft een grote impact gehad op het onderzoek voor de varkenshouderij. Dit gat is deels weer opgevuld met projecten in opdracht van andere partijen. Veel van mijn projecten vonden plaats op VIC Sterksel, onder andere onderzoek naar het houden van varkens met lange staarten. Dat had als voordeel dat je een goede onderzoeksopstelling kon realiseren met een nauwkeurige begeleiding en dataverzameling. Een alternatief is dat je op commerciële varkensbedrijven onderzoek doet. Dat kan – in Denemarken doen ze het ook – maar het betekent wel dat er een intensieve projectbegeleiding nodig zal zijn. Voorafgaand aan het onderzoek moet je heel goede afspraken maken met de varkenshouders. We kunnen daarbij leren van het pluimvee-onderzoek, omdat die sector ook geen eigen proefbedrijf meer heeft sinds de sluiting van het Spelderholt zes jaar geleden. De sluiting van Sterksel zal daarom leiden tot een andere opzet en uitvoering van varkensonderzoek.’

 

Opinie-Bert van den Berg.JPG

Bert van den Berg

Programmamanager Veehouderij van de Dierenbescherming

‘Vroeger had WUR nog vele proefbedrijven, zoals het varkensproefbedrijf in Raalte, waar de Dierenbescherming en LTO Nederland in 2006 samen de welzijnsvriendelijke Comfort Class-stal lieten bouwen. Ik ben toen nog een paar jaar medeverantwoordelijk voor een varkensstal geweest. Maar het aantal proefbedrijven is de afgelopen jaren drastisch verminderd. Daar maak ik me zorgen over. Als wij een onderzoeksvraag hebben, hoor ik vaak in Wageningen: “laten we er een aio aan zetten voor vier jaar”. Maar je wilt vaak kennis vertalen naar de praktijk en dan was VIC Sterksel de aangewezen plek. En ik zie de alternatieven nog niet. In plaats van het proefbedrijf voor de pluimveehouderij van WUR hebben we nu onder andere het Poultry Expertise Centre in Barneveld, dat bijvoorbeeld onderzoek doet naar fijnstofreductie. Prima, maar dat moet goedkoop, waardoor vaak niet naar aspecten als dierenwelzijn wordt gekeken en het maar de vraag is of de overheid de resultaten accepteert. En als je het onderzoek op commerciële varkensbedrijven wilt doen, loop je tegen andere problemen aan. Wij willen graag vervolgonderzoek met hele staarten bij varkensboeren, maar die melden zich maar moeizaam aan. Als een koppel varkens elkaar flink gaat bijten, kan het slachthuis het karkas afkeuren. Wie betaalt dan de kosten? We weten nog niet goed hoe we de risico’s van dit soort onderzoek moeten afdekken.’

Lees ook:


Re:ageer