Student - 10 mei 2012

Waarom je wél bij een bestuur moet

Met het jachtseizoen voor nieuwe bestuurders in volle gang, melden veel studentenorganisaties dat ze moeite hebben de plekken opgevuld te krijgen. De dreiging van de langstudeerboete en de afschaffing van de basisbeurs zorgen ervoor dat veel studenten zich beperken tot hun eigen studie. Jammer, vinden doorgewinterde studentenbestuurders. Niet alleen voor het verenigingsleven, maar ook voor studenten zelf. Want de ervaring die je opdoet is onbetaalbaar. Vijf redenen om wel bij een bestuur te gaan.

24-kitoextra.jpg
24-kitoextra.jpg

Foto: Kito

Vijf redenen om wel bij een bestuur te gaan.
1 Leer mensen kennen
'Je komt veel mensen tegen waarmee je in de toekomst misschien ook nog iets leuks kunt doen', zegt Pascal ten Have, die zijn studie Bos- en natuurbeheer dit jaar heeft verruild voor het voorzitterschap bij de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). 'Vooral in de functie van voorzitter spreek je veel interessante mensen waaronder ministers, staatssecretarissen en kamerleden. Maar je komt ook mensen tegen als SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, Arnold Heertje en uiteraard veel andere bevlogen studenten. Het is voor mij niet de hoofdreden om dit werk te doen, maar het is wel een leuke bijkomstigheid.'
2 Pimp je cv
Een oud-voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg is nu persoonlijk assistent van minister Jan Kees de Jager, een ander werd trainee bij een multinational dankzij het netwerk dat hij kreeg. Maar ook de ervaring die je opdoet, kan helpen als je solliciteert. Met alleen zijn bachelorgraad in Plantenwetenschappen op zak, werd Peter van Kampen aangenomen als kennisconsulent bij de Nederlandse Fruittelers Organisatie. Peter was in 2008/2009 vice-voorzitter van de Studentenraad voor VeSte. 'Mijn bestuursjaar heeft me geholpen mijn kwaliteiten beter naar voren te brengen. Je leert jezelf presenteren. Het helpt wanneer je in een sollicitatiegesprek concrete voorbeelden kunt geven en anekdotes kunt vertellen, bijvoorbeeld over hoe je bepaalde situaties hebt opgelost', legt Peter uit.
3 Doe leuke dingen
'De winterschemering en de sneeuw in de straten gaven de oude stad iets magisch', herinnert Tjeerd Driessen zich. Als vicevoorzitter van de Wageningse afdeling van de internationale studentenorganisatie Aiesec, bezocht hij in 2006 de afdeling in het Zweedse Uppsala. Het was liefde op het eerste gezicht. 'Er hing een gezellige sfeer en ik vond de taal leuk.' Hierna deed Tjeerd een minor in Uppsala en werkte een poos in Stockholm. Eerder deed hij voor Aiesec een stage op Sri Lanka. Sinds zijn afstuderen in 2009 komt hij regelmatig in het buitenland voor zijn werk als rivierkundig ingenieur bij Royal Haskoning. Hij heeft nog altijd plezier van zijn Aiesec -tijd. 'Het verrijkt je internationale vriendennetwerk. Doordat je elkaar op sleeptouw neemt, leer je elkaars cultuur beter kennen.'
4 Krijg organisatorische ervaring
'Ik heb veel geleerd over dingen waar je normaal gesproken totaal niet mee in aanraking komt. Bijvoorbeeld over praktische zaken, zoals hoe een ventilatiesysteem en een stoppenkast in elkaar zitten', zegt Dinja Bol, bachelorstudent Bodem, water en atmosfeer. Dinja is dit collegejaar commissaris Activiteiten & Gebouw bij jongerenvereniging Unitas. Begin dit jaar was ze vooral druk met de gemeentelijke en gerechtelijke procedures rondom de ontheffingsaanvraag. Inmiddels heeft Unitas het pand betrokken en zorgt Dinja dat het gebruiksklaar wordt gemaakt. 'Ook heb ik veel ervaring opgedaan met het inplannen van activiteiten en het leggen van contacten met verschillende partijen, van buurtbewoners tot wethouders. Later zal ik nog best wat aan mijn bestuurservaring hebben.'
5 Maak het verschil
'We hebben kunnen laten zien wat belangrijk is voor studenten', zegt Karmijn van den Berg, masterstudente Landscape Architecture and Planning. Ze was in 2010/2011 voorzitter van de Wageningse Studenten Organisatie (WSO), die onlangs is opgegaan in de PULSE. 'Het universiteitsbestuur had aanvankelijk bijvoorbeeld geen idee van de problemen van de buitenlandse studenten in de noodhuisvesting. De WSO heeft daar aandacht voor gevraagd, waardoor de faciliteiten van de noodkamers zijn verbeterd en de huur is verlaagd', vertelt Karmijn. Ook speelde de WSO een actieve rol in de acties tegen de langstudeerboete. 'We hebben een raar einde gehad, maar ik ben trots op alles wat we in dat laatste jaar ­hebben bereikt. Ik heb echt een steentje kunnen bijdragen aan   het Wageningse studentenleven.'

Re:ageer