Organisatie - 24 april 2008

Waarom geen varkensflat?

De varkensflat is goed voor de dieren en het milieu, zeggen voorstanders. Zij verdedigen plannen om er een te bouwen in het Amsterdamse havengebied. Een flatvarken heeft veel ruimte en kan op zijn balkonnetje genieten van stro en frisse lucht. Kom daar maar eens om in een doorsnee stal.

Dr. Bram Bos, onderzoeker bij ASG, raadslid voor GroenLinks in Amsterdam Oud-Zuid en schrijver van een pleidooi voor varkensflats in Trouw
‘De kernvraag is of je op korte termijn echt iets wil verbeteren, of principieel alleen tevreden bent met de volledige afschaffing van de bio-industrie. Ik deel die droom, maar zo’n opstelling heeft alleen zin als je kans ziet om de consumptiepatronen wereldwijd te veranderen. En dat zie ik de eerstkomende twintig jaar niet gebeuren. Wij kunnen ondertussen onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid.
Als ik mijn partijgenoten hoor over het afschaffen van de bio-industrie, dan hoor ik ze praten over varkens die op kleine bedrijven buiten lopen en kunnen wroeten. Ik hoor ze zelden over de milieuproblemen die scharrelvarkens met zich meebrengen.
De ophef die ons stuk heeft veroorzaakt zal vast iets te maken hebben met de verkiezingscampagne, maar ook buiten campagnetijd ligt dit idee erg gevoelig. Dat komt mede omdat mensen zich niet kunnen voorstellen dat een grote flat, of agropark, een verbetering kan inhouden voor dierenwelzijn en milieu.
Ik merk in de discussie met partijgenoten ook dat velen van hen nauwelijks een idee hebben van wat er nu op het platteland gebeurt. Als je idealen hebt voor het buitengebied kun je er beter voor zorgen dat de varkenshouderij verhuist naar havengebieden. Wat mij betreft voegen die betonnen dozen vol varkens niet zo veel toe aan het platteland. Die grond kun je beter gebruiken voor andersoortige veehouderij of natuur.’

Wouter van Eck, woordvoerder Milieudefensie
‘Ik ben dolblij dat de partijleiding van GroenLinks afstand heeft genomen van het standpunt van Bram Bos. Ik vond het een slecht onderbouwd verhaal. De schrijvers leggen een valse keuze voor door te zeggen dat we moeten kiezen tussen de bio-industrie en de varkensflat. Ja, als je het vergelijkt met de huidige wantoestanden ga je niet snel achteruit, maar dat is wel een heel mager ambitieniveau. De biologische veehouderij laat zien dat het echt beter kan.
De varkenshouderij zorgt voor grote problemen in andere landen doordat ze grote hoeveelheden soja nodig heeft. Daar moeten we vanaf.
Het verhaal dat wij niets kunnen doen omdat andere landen dan de productie overnemen is niet waar. Het kan wel, maar dan moet je je nek willen uitsteken. Binnen WTO-verband kun je vlees aanwijzen als gevoelig product. Dat wil zeggen dat je eisen kunt stellen aan de kwaliteit van het vlees dat het land binnenkomt. De kinderarbeid is ook afgeschaft ondanks economische bezwaren.
Het kan anders, als je maar wilt. De overheid hoort hierin verantwoordelijkheid te nemen. Door te zeggen dat de consumptiepatronen maar moeten veranderen, schuif je het af op de consument in de supermarkt.’

Dr. Jan Broeze, onderzoeker agroparken voor A&F
‘Wat mij betreft biedt een agropark juist de mogelijkheid bij uitstek om een nauwere band tussen producent en consument te krijgen. Een park is zichtbaar. Daar kun je naartoe. Dat is beter dan een anonieme boerderij ergens ver weg op het platteland. Die zichtbaarheid zorgt voor toezicht op de veehouderij. Je kunt je niet permitteren om te knoeien als iedereen op je vingers kijkt.
Wij gebruiken het woord varkensflat liever niet, omdat het de verkeerde associaties oproept. De naam suggereert alleen maar intensieve veehouderij, terwijl het concept veel breder is. Wij willen heel ketengericht denken. Het idee is om een cluster van bedrijven samen te brengen die samen meerwaarde bereiken door grondstoffen beter te benutten. Een glastuinbouwbedrijf, samen met een varkenshouder, een pluimveehouder en een champignonteler bijvoorbeeld. Bij Horst zijn plannen voor zo’n agropark. Zulke grote clusters van bedrijven kunnen investeren in kostbare technieken. Het wordt bijvoorbeeld rendabel om mest meteen te verwerken. Je voorkomt daarmee transport, en als je een continue aanvoer van mest hebt, kun je de verwerking efficiënt inrichten. Verse mest levert bijvoorbeeld ook meer biogas op.
Ik denk dat er rationeel gezien veel te zeggen is voor een agropark, maar dat er in de beeldvorming problemen zijn. Daar moeten we wat aan doen. In de maatschappelijke discussie moet het gaan over wat praktisch kan en niet alleen over wensbeelden.’

Prof. Michiel Korthals, hoogleraar Toegepaste filosofie
‘Ik geloof niet in een scheiding van rationele en emotionele argumenten. Onder emotionele argumenten verstaan de meeste mensen ethische argumenten. Terwijl economische argumenten rationeel worden genoemd.
Mij lijkt dat er op het gebeid van dierenwelzijn en milieu winst te boeken is. De situatie van de dieren is niet optimaal, maar wel beter dan nu. Door de toepassing van technologie is de milieubelasting ook terug te dringen. Dat zijn allebei positieve ontwikkelingen.
Het argument dat de uitstraling van een flat niet goed is, lijkt me geen onzin. Een grote flat dichtbij maakt heel duidelijk dat we de dieren gebruiken als vleesfabrieken. Daar word je met de neus op gedrukt. Je kunt zeggen dat mensen het onprettig vinden om de werkelijkheid onder ogen te zien, maar volgens mij is het meer. Het is het zoveelste signaal dat wij dieren als object beschouwen.
Het belangrijkst lijkt me de vraag of wij door de varkensflat nog meer varkens in dit land krijgen, en daardoor een nog groter beslag leggen op de schaarse landbouwgrond in andere landen. Wij moeten produceren voor de lokale vraag, en hoeven niet ook half Engeland of Denemarken van varkensvlees te voorzien. De voordelen van de varkensflat wegen voor mij op tegen de nadelen. Maar het besluit om er één te bouwen moet je niet los nemen van de algemene landbouwpolitiek. Die moet erop gericht zijn om wereldwijde milieuproblemen te voorkomen.’

Dr. Imke de Boer, universitair docent Dierlijke productiesystemen
‘De voorstanders zeggen dat je de flat zo kan inrichten dat de milieubelasting zo ver mogelijk wordt teruggedrongen. Je kunt inderdaad besparen op transport van dieren en voer als de flats vlakbij een haven staan, maar de milieubelasting als gevolg van het gebruik van veevoer uit het buitenland blijft bestaan.
Ook op het gebied van dierenwelzijn is winst te boeken. Wanneer je varkens in een flat meer ruimte geeft en bijvoorbeeld stro in de stal, verbeter je het welzijn in vergelijking met de huidige situatie. Maar dat kan natuurlijk ook in de huidige varkenshouderij.
De voorstanders zeggen zelfs dat ze kunnen voldoen aan de welzijnseisen voor biologische vleesvarkens. Die moeten volgens de normen een bepaald oppervlak hebben, stro, en uitloopruimte. Dat kan voor vleesvarkens, door ze een balkonnetje te geven. Voor biologische zeugen geldt dit niet, want die moeten volgens de regels een weiland ter beschikking hebben.
Het belangrijkste probleem is het imago. Zo’n grootschalig industrieel complex krijgt mogelijk last van een negatief imago door de industriële productiewijze.
Rationeel is er misschien veel voor te zeggen, maar gevoelsmatig ben ik toch geen voorstander. Het heeft niets natuurlijks meer. De voedselproductie komt helemaal los te staan van de omgeving. Daar heb ik geen fijn gevoel bij.’

Re:ageer