Organisatie - 6 december 2007

Waarom een ganzenonderzoeker naar lemmingen speurt

Alterra-onderzoeker dr. Bart Ebbinge gaat sinds 1990 bijna elke zomer naar het afgelegen Siberische schiereiland Taimyr om broedende zwartbuikrotganzen te tellen en te ringen. Vanaf 2004 hield hij een weblog bij voor de website van Vroege Vogels. Al deze verhalen zijn nu gebundeld in het boek ‘In de greep van de Siberische lemmingen’.

Een Siberische sneeuwuil vecht met een middelste jager, een felle roofmeeuw.
Een Siberische sneeuwuil vecht met een middelste jager, een felle roofmeeuw.

Foto: Alterra

De beschrijving van ontberingen kunnen niet ontbreken in een dagboek van maandenlange expedities in een afgelegen winterse wereld. Maar behalve het gevaar van smeltend ijs, de zoektochten in dichte mist, het gure weer en de praktische moeilijkheden die komen kijken bij een gebied dat alleen per helikopter te bereiken is, biedt het boek vooral een toegankelijke blik in het ecologische onderzoek van Ebbinge en zijn team. Ebbinge trekt de lezer snel mee in verrassingen, wetenschappelijke vermoedens en verworpen theorieën.
De beschreven waarnemingen van predatoren zoals sneeuwuilen, poolvossen en meeuwen laten zien hoeveel hun aan- of afwezigheid van invloed is op de rotgans. Dat een boek over ganzenonderzoek een titel met Siberische lemmingen meekrijgt, is dan ook minder raar dan het in eerste instantie lijkt. Het broedsucces van de rotganzen valt of staat namelijk met de stand van de populatie lemmingen. Als het goed gaat met de lemmingen laten roofdieren zoals sneeuwuilen en meeuwen de ganzenkuikens met rust.
Niet voor niks beginnen de eerste verslagen van iedere jaarlijkse expeditie met de knaagdieren. ‘Van lemmingen hebben we nog geen spoor gezien. Pas bij het smelten van de sneeuw zullen we erachter komen hoe het werkelijk met ze gesteld is dit jaar’, schrijft Ebbinge in het eerste dagboekfragment, op 4 juni in 2004. Het jaar daarop begint hoopvoller als blijkt dat een sneeuwuil al vroeg in het jaar acht eieren heeft gelegd. Een teken voor een goed lemmingjaar, concludeert Ebbinge een week na aankomst op Taimyr.
Maar hoe voorspelbaar de relaties ook zijn, de onderzoekers komen voor tal van verrassingen te staan. ‘Waar zijn de lemmingen gebleven? Vorig jaar krioelde het er nog van. Een ineenstorting van de hoge lemmingstand van vorig jaar was natuurlijk wel te verwachten, maar dat er geen enkele levende lemming meer te zien zou zijn, hadden we niet verwacht’, schrijft Ebbinge op 23 juni 2006.
Vele vragen volgen nog in datzelfde seizoen. Over waar de poolvossen zijn en waarom sneeuwuilen plotseling ook vliegende ganzen aanvallen. De vele vraagtekens en woorden als ‘wellicht’, ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’ aan het eind van het boek geven al aan dat het onderzoek nog lang niet is afgerond. Het logboek van komende zomer zal te vinden zijn op www.pooljaar.nl/siberie.

Bart Ebbinge, In de greep van Siberische lemmingen, KNNV Uitgeverij, isbn 9789050112673, 19,95 euro

Re:ageer