Wetenschap - 19 september 2002

Waar laat een gifkikkerman zijn kikkervisjes?

Waar laat een gifkikkerman zijn kikkervisjes?

Biologiestudent Poelman onderzocht kikkergedrag in Frans Guyana

Over het gedrag van de Amazone gifkikker, Dendrobates ventrimaculatus, in zijn natuurlijke omgeving is niet veel bekend. De literatuur hierover is tegenstrijdig. Biologiestudent Erik Poelman is gefascineerd door gifkikkers. De Wageninger is net terug van een inselberg in Frans Guyana, waar hij het broedgedrag bestudeerde. Over het nut van de lokroep en kannibalistische kikkervisjes.

Een glanzende kleinblijvende kikkersoort met een donkere rughuid, met daarop gele lengtestrepen. Elk individu heeft een uniek patroon. Ze worden 17 tot 18 millimeter groot. De rug scheidt een cocktail van giftige stoffen uit. Wanneer die in de bloedbaan komen loop je ernstig gevaar. Dit is de Dendrobates ventrimaculatus die voorkomt in Peru, Ecuador en Frans Guyana. Ze leven in bromelias op de bosbodem, maar zijn vermoedelijk talrijker in de boomkronen.

In Wageningen hield Poelman zijn eerste gifkikkers in terraria. Poelman: "Daarvoor had ik visjes, maar de lol ging er al snel af. Maar gifkikkers hadden iets bijzonders". De inmiddels vijfdejaars student besloot om een afstudeervak te doen naar de gifkikker. Een lange tocht langs leerstoelgroepen volgde. Uiteindelijk spreekt Poelman na een college met entomoloog prof. Marcel Dicke over zijn plannen. Hij mag via Entomologie zijn afstudeervak doen. Als de biologiestudent maar zelf alles regelt. Poelman: "Het is misschien een vreemde combinatie, entomologie, insectenkunde en gifkikkers. Maar het is allebei toch dierecologie waarbij de vraagstellingen vaak niet zo gek veel verschillen". Dan blijkt dat tien jaar geleden een studente - via Frans Bongers van Bosteelt en bosecologie - ook onderzoek heeft gedaan naar een andere soort gifkikker. Hij ontmoet deze studente. Zo komt Poelman ter ore dat er een kamp voor regenwoudonderzoekers is. Alleen met een helikopter kan men in dit kamp Nouragues komen. "Er is te komen met een bootje, maar dan moet je nog acht kilometer lopen." In een rood boekje staan alle rugpatronen van kikkers die Poelman tegenkwam. Hij kan ze makkelijk herkennen door de unieke rugtekeningen. Grootte, geslacht, een tekening van de rug van de kikker en de co?rdinaten noteert Poelman in het logboek.

Lokroep

De verschillende seksen zijn het best te onderscheiden tijdens de paring. De mannetjeskikkers zijn dan te herkennen aan hun lokroep. Poelman: "Echte kenners kunnen het ook wel zien doordat het vrouwtje soms forser en breder is en een dikke buik heeft door de eitjes. Maar dit gaat altijd wel eens mis. Zelf heb ik het ongeveer negen van de tien keer goed."

Het mannetje lokt met zijn roep een vrouwtje naar de broedplaats. Dit is veelal een bladoksel van een Bromelia- of Heliconia-soort. Bij een gevecht om de vrouw met een ander mannetje wint vaak de kikker die het grootste is en het hardste roept. Dit roepen lijkt op het opwinden van een horloge. Voor het paren kruipen het mannetje en het vrouwtje langdurig in het poeltje over en langs elkaar. Vaak zitten ze ook een tijdje naast elkaar. Ze maken een dansje waarbij het mannetje tegen het vrouwtje aan duwt. Dit is anders dan bij de Nederlandse kikkers, die bovenop elkaar gaan zitten. De eitjes worden tegen de waterrand of in het water afgezet. Het mannetje deponeert zijn sperma in het water of op het blad alvorens het vrouwtje haar eitjes legt. Het mannetje zorgt voor de eitjes door ze nat te houden en draagt de kikkervisjes op zijn rug naar andere bladoksels. De kikkervisjes zijn kannibalistisch maar leven ook van dierlijk en plantaardig voedsel dat in de bladoksel valt. Dit is ook een van de onderzoeksvragen van Poelman. "Wat gaat hij met de kikkervisjes doen? Stopt hij ze in dezelfde bladoksel. Of verspreidt hij ze netjes. Hier is de literatuur niet eenduidig over."

Afzetplaatsen

Om een goed wetenschappelijk onderbouwd antwoord op de vragen te krijgen gebruikte Poelman negen plots op de top van de inselberg. De begroeiing is daar niet te hoog. Normaal leven de kikkers in boomkronen van 30 meter hoog. Maar in de begroeiing van drie meter hoog zit een behoorlijke populatie die goed te overzien is. Na twee maanden had Poelman in de negen studie-plots een duidelijk verband gevonden tussen het aantal afzetplaatsen van kikkervissen en het aantal afgezette eieren. In een manipulatieproef werd gekeken of een tekort aan afzetplaatsen de eierafzet beperkt. In drie plots werden veel afzetplaatsen gecre?erd door plastic potjes te plaatsen. "Ze zijn dus wel opportunistisch en accepteren de potjes gewoon." Dan drie plots met tot de helft gereduceerde afzetplaatsen en drie controle-plots. Poelman: "Wat blijkt: de drie situaties verschillen niet ten opzichte van de twee voorafgaande maanden. Het mannetje kiest ervoor een deel van zijn legsels aan zijn kikkervissen te voeren." Daarna is gekeken of het mannetje zijn broedsel herkent. "Dat bleek verrassend genoeg niet zo te zijn. Ik verwisselde de eitjes en de man ging gewoon met de kikkervissen van zijn buurman op pad. In 100 procent van de gevallen nam hij ze op sjouw."

Strategie

Poelman wil wel voorzichtig zijn met conclusies trekken. Hij heeft er nog nauwelijks statistiek op losgelaten. Het is in ieder geval een complex verhaal. "Het blijkt dat elk mannetje een diversiteit aan strategie?n heeft. Naar mijn idee wordt de variatie bepaald door omgevingsfactoren. Duidelijk is dat in deze populatie mannetjes veelal kiezen voor het opofferen van een deel van hun eieren, om in ieder geval een aantal jongen versneld groot te brengen alvorens het bladoksel opdroogt. Ook lijken enkele mannetjes van deze strategie te profiteren door hun kikkervissen bij de eieren van de buurman te deponeren, zogenaamd reproductief parasitisme. Volgens Poelman is het interessant om het verhaal ook eens vanuit het vrouwtje te bekijken. De kosten zijn voor haar erg hoog. Het mannetje oefent alle controle uit en kan legsels van het ene vrouwtje voeren aan een kikkervis van een ander. Overigens heb ik gezien dat een mannetje voor 80% van de paringen met hetzelfde vrouwtje paart. Misschien een oplossing van het vrouwtje?"

Zoals bij elk onderzoek roept ook Poelmans onderzoek weer vele andere vragen op. En die zou hij zelf graag weer gaan onderzoeken.. | Esther Tol

Re:ageer