Organisatie - 19 maart 2009

WONEN OP DE CAMPUS

De meeste medewerkers en studenten keren Wageningen Campus elke dag na gedane arbeid de rug toe. Toch is er ook na zonsondergang leven op het terrein. Tussen de donkere kolossen van Wageningen UR brandt hier en daar een schemerlamp achter de gordijnen. Een rondje langs de campusbewoners.

Joëlle Hermsen woont tegenover Atrium. ‘Laatst kwam ik een hert tegen in de tuin.’
Links zie je door de bomen net Forum als je voor de deur staat bij de familie Hermsen. Na drie keer bellen opent een jonge vrouw met grote roze krulspelden in de deur. ‘Zachtjes, ik heb net de kleine in bed gelegd.’ Joëlle en haar man wonen nu twee jaar vlak achter het Restaurant van de Toekomst, tegenover Atrium. Meneer Hermsen is medeverantwoordelijk voor de nieuwbouw van Wageningen UR. Via zijn contacten kwamen ze hier terecht. ‘Het is hier altijd heerlijk rustig. Overdag is het wel wat drukker met professoren en studenten die zich naar college haasten, maar ’s avonds is het heel stil. Er zitten ook veel dieren. Laatst kwam ik een hert tegen in de tuin,’ vertelt Joëlle.
Keerzijde van wonen op de campus is de inbraakgevoeligheid. ‘Sinds er camera’s zijn opgehangen is het minder geworden. Toch moeten we regelmatig naar Securitas bellen als er een onbekend busje over het terrein rijdt.’ Een nieuwsgierige kat komt op mijn schrijfblok zitten. ‘Ga jij eens even ergens anders spelen. Ik hoop dat je niet bang bent voor katten?’
In de bouwplannen voor het tweede onderwijsgebouw die nu in ontwikkeling zijn, blijft ‘haar’ deel van de campus nog even buiten schot, weet Joëlle. ‘Dat betekent dat we hier voorlopig kunnen blijven wonen. Maar het huis gaat plat, dat is onvermijdelijk. Gelukkig weet mijn man het meteen als het zo ver is. We zijn erop voorbereid.’

PAALTJES
Annemarie Turkmen is anderhalf jaar geleden met haar gezin uit Friesland verhuisd naar de Bornsesteeg in Wageningen. Iedere ochtend passeren hordes fietsers haar raam, vlakbij de rode paaltjes die auto’s moeten tegenhouden. ‘Het huis was van mijn zwager die een boomkwekerij had, vanaf hier helemaal tot aan de Mansholtlaan. Er staan nog steeds tropische bomen.’ Soms komt een docent met een groep studenten naar de bomen kijken. En ook nieuwsgierige voorbijgangers stellen wel eens vragen. ‘Ze willen weten wat voor bomen het zijn. Maar dat weet ik meestal niet goed.’
Annemarie vindt het prettig wonen tussen de universiteitsgebouwen. En sinds de paaltjes er staan is de straat een stuk veiliger voor haar kinderen. ‘Al blijft het oppassen met al die fietsers en de vrachtwagens van de postkamer hier tegenover.’
Het huis waar Annemarie in woont, staat er al meer dan honderd jaar. ‘Fruitplantage de Roghorst’ staat er te lezen op de zijgevel. ‘Twintig jaar geleden was dit nog een zandweggetje. Er is zoveel veranderd de afgelopen tijd! Maar voor de kinderen is het nog steeds een mooie plek om te wonen met al die ruimte. Ze gaan ook wel eens verderop spelen bij de zandbulten bij Gryllus.’
Gryllus – Latijn voor veldkrekel – is één van de huizen aan het zandweggetje dat rechts langs Annemaries huis loopt, richting Mansholtlaan. Bewoonster Lilian (26) vindt de locatie heel mooi. ‘Twee slootjes over en je bent bij Forum, dat is natuurlijk ideaal. Sportcentrum de Bongerd is ook vlakbij. En het is hier heel gezellig natuurlijk.’
De bijzondere plek heeft wel één nadeel: er ligt geen riool, alleen een put. En die raakt ieder jaar een keer vol. ‘De laatste keer gingen we elke morgen naar de Bongerd voor onze sanitaire behoeften. De conciërge begreep het wel en zei dat we altijd bij hem mochten poepen als we dat wilden, haha!’

DUIK IN DE VIJVER
Wilfrey (22) woont nu drie jaar in Gryllus. ‘Dit huis is supermooi. Eens per jaar houden we een groot feest. Ruimte genoeg. We gaan door tot de politie komt, anders is het niet geslaagd.’
Soms is het trouwens niet ‘huize Gryllus’ maar ‘recreatiepark Gryllus’, vertelt Evelien. ‘Dit is privéterrein, maar lui die op de campus werken komen hier hun lunch opeten of hun hond uitlaten. Zomers kijk ik soms op het grasveld en denk ik: hè wat, zie ik daar nou mensen zonnen? Dan liggen er gewoon mensen in onze tuin. Onlangs kwam er zelfs een zwerver vragen of hij zijn tent hier op kon zetten. Dat hebben we toch maar niet gedaan.’
Er volgen nog meer leuke huisverhalen, bijvoorbeeld over Katrien die na het stappen met een paar biertjes op geregeld de Forumvijver inspringt. En over de gewoonte om met zijn allen bij iemand in bed te klimmen als die al te vroeg naar bed gaat. Sietze: ‘Katrien gaat voor een tijdje naar België, dus we krijgen binnenkort een nieuwe huisgenoot. Die weet niet wat hem te wachten staat.’
Ik vertel voorzichtig dat ik nog een kamer zoek. ‘Dat komt goed uit, waarom kom je niet op ons hospiteeravondje?’ Twee dagen later krijg ik een telefoontje dat de hospiteeravond niet meer hoeft en dat de kamer voor mij is. Groeten vanuit huize Gryllus. Op de campus.

Re:ageer