Wetenschap - 26 februari 2009

WINDMOLENPARKEN NOORDZEE ‘ENORME BARRIÈRE’

De landen rond de Noordzee moeten hun plannen voor grote windmolenparken beter op elkaar afstemmen. Als alle plannen doorgaan zijn vogels en zeedieren mogelijk de klos. Ze vinden dan enorme barrières op hun weg.

De paal en wieken van een nieuwe windmolen worden per schip naar de plek gebracht waar de betonnen voet al in de zeebodem staat.
De paal en wieken van een nieuwe windmolen worden per schip naar de plek gebracht waar de betonnen voet al in de zeebodem staat.

Foto: Han Lindeboom

Prof. Han Lindeboom van Imares oppert daarom onderzoek naar molenvrije vlieg- en zwemcorridors.
Lindeboom trekt aan de bel na bestudering van de plannen voor windmolenparken van de landen rondom de Noordzee. Die zijn volgens Lindeboom niet op elkaar afgestemd. Terwijl Nederland de Doggersbank vrijwaart van windmolens, heeft Engeland daar juist heel grote plannen met windmolens. Geplande Belgische windparken in de Noordzee grenzen pal aan een beoogd Nederlands windgebied voor de kust van Zeeland. Als die windmolens er allemaal komen, kan dat volgens Lindeboom tot een grote barrière leiden voor vogels en zeezoogdieren.
‘Er wordt heel veel bedacht en ontwikkeld, maar enige samenhang is ver te zoeken. Bij de planning is voorlopig niet echt rekening gehouden met de ecologie van de Noordzee.’
Windmolenparken zijn voor sommige vogels hinderlijke barrières. Ze durven niet door of over een park te vliegen, vooral als molens dicht op elkaar staan. ‘Duikers en zee-eenden bijvoorbeeld zijn bang voor windmolens.’ De vogels gaan dan omvliegen. Bij een enkel windpark is dat niet erg. Maar als de zee wordt volgebouwd kan dat een flink probleem worden. Lindeboom stelt daarom molenvrije zones voor.
Niet alle vogels hebben overigens last van windmolens. Aalscholvers en meeuwen hebben volgens Lindeboom geen schrik van windmolens. Aalscholvers gebruiken die molens zelfs als een soort steppingstones om verder uit de kust vis te vangen. De windmolen als vluchtheuvel en mogelijke broedplaats.
Lindeboom vraagt ook aandacht voor een diervriendelijkere manier van windmolens bouwen. Het lawaai van het heien van de palen waarop de molens staan kan tot op een kilometer afstand dodelijk zijn voor bruinvissen en zeehonden. Hun gehoororgaan loopt blijvende schade op. ‘Bij de bouw van de huidige twee Nederlandse windparken zijn geen slachtoffers gevallen. Daarbij zijn akoestische afschrikmiddelen gebruikt, die de dieren verjagen. Maar in potentie is het wel een probleem. Als er elke dag overal geheid wordt, verandert de Noordzee in een zeer onaangename plek.’ Heien is bovendien niet strikt nodig. In België zijn de eerste grote molens op een betonnen voet in zee gebouwd zonder te heien. ‘Je hoort mij niet zeggen dat heien onacceptabel is. Maar per klap komt 240-250 decibel vrij. Dat is heel veel geluid. Ik pleit ervoor niet klakkeloos te heien, maar te onderzoeken of het toelaatbaar is of niet. En vooral goed onderzoek te doen naar de cumulatieve effecten van alle internationale ontwikkelingen op de Noordzee.’

Re:ageer