Organisatie - 28 mei 2009

WAT BOEREN TE VREZEN HEBBEN VAN EUROPA

Veel politieke partijen in Nederland en andere Europese landen willen minder geld naar Brussel sturen. Daardoor komen de landbouwsubsidies, die nu nog veertig procent van het EU-budget opslurpen, onder druk te staan. Met grote gevolgen voor de inkomens van boeren. Vooral melkveehouders en kalvermesters hebben iets te vrezen van de Europese verkiezingen.

achtergrond_0_216.jpg
Het nieuwe Europese parlement, dat op 4 juni wordt gekozen, krijgt de beslissing over een budget van honderdtwintig miljard euro. Alle lidstaten dragen daarvoor ongeveer één procent van hun bruto nationaal product af. Veel politieke partijen, maar ook veel regeringen in de EU, inclusief de Nederlandse, willen minder afstaan aan de EU. En vele willen met minder geld bovendien meer doen, bijvoorbeeld de economie stimuleren of het klimaatbeleid verbeteren. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat straks nog veertig procent van het EU-budget aan landbouwsubsidies zal worden besteed, zoals nu het geval is.
Er moeten dus iets veranderen aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ook al omdat veel partijen een sterkere koppeling willen tussen landbouwsubsidies en bescherming van natuur, landschap en water.

GROENE DIENSTEN
Een van de manieren om het beleid te hervormen is de verdeling van toeslagen niet meer te baseren op de productie in het verleden, maar op het huidige aantal hectaren. Alle boeren krijgen dan voor elke hectare die ze hebben hetzelfde bedrag. Dr. Huib Silvis van het LEI deed op verzoek van LNV onderzoek naar de consequenties van dit systeem, dat in beleidsjargon flat rate wordt genoemd. Het is een alternatief dat in Duitsland en Engeland stapsgewijs wordt ingevoerd. Maar Frankrijk kiest er bijvoorbeeld juist niet voor.
Een van de redenen om over te gaan op flat rate is dat boeren daarmee een basisvergoeding krijgen voor het beheer van de cultuurgrond en hun bijdrage aan het landschap. Dat is een veel eenvoudiger manier om te betalen voor die zogenaamde ‘groene diensten’ dan een systeem waarbij bijgehouden wordt wat boeren precies doen voor natuur en landschap, en waarbij ze per maatregel betaald krijgen. Een ander voordeel is dat extensieve landbouwsystemen, zoals de biologische landbouw, erop vooruitgaan.
Maar voor velen is het belangrijkste argument voor het systeem van flat rate dat het voor iedereen gelijk is en dus eerlijker is dan de huidige verdeelsleutel. Op dit moment hebben sommige boeren wel recht op toeslag, en anderen niet. Dat komt omdat die rechten voortkomen uit het oude prijsbeleid, waarin voor granen, rundvlees, zuivel en suiker een minimumprijs voor boeren werd gegarandeerd. Toen die prijsgaranties werden verlaagd, kregen de getroffen boeren als compensatie recht op een toeslag, gekoppeld aan de hoeveelheid die ze produceerden in 2002. Maar dat kregen dus alleen de producenten van granen, rundvlees, zuivel en suiker. Silvis: ‘Naarmate het referentiejaar 2002 verder in het verleden komt te liggen, wordt het steeds lastiger om uit te leggen waarom de toeslagen zo verdeeld worden.’
Flat rate heeft echter ook nadelen. Boeren met weinig hectares en een intensieve productie, die nu wel recht op toeslag hebben, gaan er namelijk flink op achteruit als dat systeem wordt ingevoerd. Dat zijn vooral melkveehouders, maar ook kalvermesters, die nu toeslagen krijgen van duizenden euro’s per hectare. De tuinbouw zou juist profiteren van deze verandering, want die krijgt nu geen toeslag. Silvis: ‘In Nederland heeft ruim twintig procent nu geen rechten, in Duitsland was dat een stuk minder.’

DRACONISCHE MAATREGEL
Het LEI onderzocht in een andere studie of het gelijktrekken van de hectaretoeslag een goede manier is om boeren in of dichtbij natuurgebieden aan te zetten tot natuur- en landschapsbeheer, zoals een verhoging van het waterpeil of het aanleggen van bloemrijke akkerranden. Een gelijke toeslag per hectare blijkt een vrij draconische maatregel – waarbij sommige boeren er fors op vooruit gaan en andere er flink op achteruit – terwijl de vrij geringe kosten voor een hoger waterpeil of een akkerrand ook op een andere manier gecompenseerd kunnen worden.
De keuze voor de manier van verdeling hangt ook af van de visie op langere termijn op het landbouwbeleid, zegt Silvis. Sommige partijen willen na 2013 de landbouwsubsidies sowieso afschaffen en alleen nog maar steun geven voor beheer van het landschap of andere groene diensten. Silvis: ‘Als op termijn de toeslagen verdwijnen, dan is het niet logisch om nu te kiezen voor flat rate. Want dan zou je, vlak nadat je over bent gegaan op een nieuw systeem, dat alweer afbouwen. Maar als je wel de toeslagen als steun voor de grondgebonden landbouw wilt handhaven, dan is het goed om geleidelijk over te gaan op een systeem van flat rate.’
Silvis zelf verwacht niet dat na 2013 het Europees landbouwbudget dramatisch zal inkrimpen. ‘De consequenties voor de inkomens van grote groepen agrariërs zouden te groot zijn. Neem de melkveehouderij, die het nu al zwaar heeft door de lage melkprijzen. Een half jaar geleden waren die prijzen hoog en werd er makkelijker gesproken over afbouw van toeslagen. Maar dat zou nu wel erg ongelegen komen.’
Wat wel kan gebeuren, zegt Silvis, is dat lidstaten minder gaan bijdragen aan Brussel en er ook minder grote toeslagen uit Brussel komen voor de boeren, maar dat afgesproken wordt dat de lidstaten zelf daar weer iets bijleggen. Dat heet cofinanciering. ‘Dan worden de uiteindelijke toeslagen aan agrariërs niet lager.’
Silvis merkt verder op dat grote landen als Frankrijk en Duitsland landbouwtoeslagen willen behouden. ‘En de nieuwe lidstaten willen het systeem waar ze net deel van zijn geworden ook niet afbreken.’ Silvis denkt dus dat boeren, ondanks veranderingen in het landbouwbeleid, subsidie zullen blijven ontvangen. NEDERLANDSE PARTIJEN WILLEN AF VAN SUBSIDIE OP PRODUCTIE
SP : Inkomenssteun afbouwen en een transitie naar kwaliteitslandbouw met betaling voor maatschappelijke diensten. Geen flat rate en geen cofinanciering. Groene diensten worden betaald, en bovenwettelijke diensten op het gebied van milieu, dierenwelzijn en groene innovatie krijgen extra geld. Ook komen er incidentele subsidies voor bijvoorbeeld een misoogst.

GroenLinks : Directe inkomenssteun afbouwen, boeren betalen voor groene en blauwe diensten, en extra belonen voor bovenwettelijke prestaties op het gebied van milieu, dierenwelzijn en groene innovatie. Boeren moeten een eerlijke prijs voor hun product krijgen. Geen flat rate, wel cofinanciering. Alle premies worden voor tenminste de helft door nationale of lagere overheden gefinancierd, ¬onder Europese coördinatie om oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

PvdA : Landbouwsubsidies afschaffen en overgaan naar een eerlijke beloning van publieke diensten op het terrein van landschap, dierenwelzijn en biodiversiteit. Geen flat rate maar functionele hectarepremies, die recht doen aan de geleverde maatschappelijke prestatie. Wel cofinanciering. Investeren in duurzame voedselketens.

D66 : Landbouwsubsidies afbouwen en geld steken in natuur- en landschapsactiviteiten. Geen flat rate; boeren kunnen betaald worden voor maatschappelijke diensten. Cofinanciering is voor sommige duurzame grensoverschrijdende sectoren goed, maar plattelandsbeleid is regionaal beleid. Vervoer van levend vee beperken.

VVD : Subsidies afbouwen. Boeren wel extra betalen voor publieke diensten, via de flat rate. Als boeren bijzondere natuur beheren, staat daar extra beloning tegenover. Cofinanciering tussen de 25 en 50 procent. Europese voorwaarden zijn wel belangrijk om concurrentievervalsing te voorkomen.

CU/SGP : Voedselzekerheid, milieu, dierenwelzijn en landschap zijn belangrijk, maar boeren moeten wel inkomensondersteuning blijven ontvangen. Flat rate kan de nieuwe manier zijn van het toekennen van toeslagen, maar zonder te standaardiseren. Verplichte cofinanciering is problematisch omdat je daarmee aan de zeggenschap van lidstaten komt. Diertransport moet worden beperkt. Natuurbeleid mag niet al te zeer ten koste gaan van landbouwbeleid.
CDA : Behoud van het huidige budget voor landbouw. Innovatie en voorlopers op het gebied van milieu extra belonen. Er blijft een vangnet voor crises. Wel flat rate maar alleen voor producenten, niet voor hobbyisten en landeigenaren. Wel cofinanciering voor plattelandsbeleid maar niet voor landbouw, want dat brengt te grote verschillen tussen landen.

De PVV heeft niet op tijd gereageerd op het verzoek om partijstandpunten te sturen. / Nicolette Meerstadt

Re:ageer