Organisatie - 25 juni 2009

WAT BETEKENT DE NIEUWE BACHELORSTRUCTUUR VOOR STUDENTEN EN DOCENTEN?

De bacheloropleidingen van Wageningen Universiteit worden per september 2010 geheel in nieuwe stijl aangeboden. Het plan Towards Flexibility is vorige week goedgekeurd. De nieuwe bachelors worden ook in semesters onderverdeeld en moeten worden afgerond met een thesis. De invoering heeft grote gevolgen voor de indeling van vakken en de roostering.

Sommige opleidingen werken al volgens de ideeën achter de herstructurering. Andere opleidingen zullen moeite hebben de eindstreep voor september 2010 te halen.
Sommige opleidingen werken al volgens de ideeën achter de herstructurering. Andere opleidingen zullen moeite hebben de eindstreep voor september 2010 te halen.

Foto: Annemarie Roos

Dr. Anja Kuipers, opleidingsdirecteur bachelor Plantenwetenschappen ‘Het is wel heel ambitieus om de herstructurering vanaf september 2010 te laten ingaan. Ik vraag me af hoe realistisch dat is. De minors, op zich een heel goed idee, bestaan voor een deel uit oude vakken. Voor sommige vakken is het de vraag of ze zowel in het reguliere programma als in de bachelorminor passen. Als dat niet kan, moeten vakken dubbel worden verzorgd. Dat leidt tot extra druk voor docenten. Ik zie daar een wezenlijk probleem. Om geld vrij te spelen voor de nieuwe minors moeten we bestaande vakken combineren, als er een inhoudelijke overlap is. Dat gaat bijvoorbeeld om vakken die nu in verschillende opleidingen op verschillende momenten worden gegeven. Het wordt een gepuzzel om tot een acceptabel rooster te komen. Het is alsof je een steen in het water werpt, het effect breidt zich overal uit.’
Ir. Wiebe Aans, voorzitter gezamenlijke vergadering, de medezeggenschapsraad voor studenten en medewerkers van Wageningen Universiteit ‘Eind mei hebben we goedkeuring verleend aan dit plan. De studentenraad wilde meer zekerheid dat de veranderingen niet ten koste gaan van het huidige onderwijs. Maar wij waren het eens met Pim Brascamp, directeur van het Onderwijs¬instituut, dat de gevolgen van tevoren nauwelijks zijn in te schatten. En dat we daar een redelijk goed monitorings¬systeem voor hebben. Op zich is het een goed plan. Wettelijk gezien is het noodzakelijk om een bachelorthesis in te voeren. Daarnaast is er het major-minorgebeuren, waardoor meer mogelijkheden ontstaan voor uitwisseling met andere universiteiten. Binnen Wageningen Universiteit wordt de flexibiliteit overigens niet groter. Maar ik vind het belangrijk dat er verbreding komt, en met de minors wordt een duidelijk samenhangend pakket aangeboden buiten het eigen vakgebied. Het biedt docenten de kans om nieuwe vakken te ontwikkelen en te testen of er belangstelling voor is. Ze kunnen hun expertise breder gebruiken dan binnen het verplichte pakket. Maar het is nog afwachten hoe de studenten ermee omgaan. Ze zijn niet verplicht om beschreven minors te volgen.’
Andy Luijben, lid studentenraad en student Biologie ‘Eigenlijk is het systeem zoals beschreven in het plan Towards Flexibility een combinatie van het semestersysteem dat veel andere universiteiten hanteren en het huidige Wageningse systeem van vijf perioden. In het derde jaar van de bachelor krijg je dan een semester vrij om een minor te kunnen volgen bij een andere universiteit. Daarvoor moet de derde periode overigens wel in twee stukken worden gehakt. Het wordt daardoor makkelijker om een half jaartje weg te gaan en voor studenten van buiten om hier een minor te volgen. Studenten die daar niets in zien, hoeven zich geen zorgen te maken. Minors zijn niet verplicht en studenten kunnen ook hun eigen minorpakket blijven samenstellen. Ik merk dat minors steeds belangrijker worden, ook voor je cv. Het idee erachter is verbreding van je studie. Naast je major doe je nog een heel andere kant binnen of buiten je vakgebied. Daarnaast wordt de bachelor straks formeel afgesloten met een thesis. Bij een aantal studies is dat nu al zo, maar niet bij allemaal. Dus het is goed dat het nu wordt vastgelegd.’
Dr. Dick Vreugdenhil, opleidingsdirecteur Biologie ‘Bij Biologie hebben we net het bachelorprogramma aangepast. Ik ben dus niet heel enthousiast over de aanstaande veranderingen. Towards Flexibility betekent dat de roostering, met name in het derde jaar, verandert. We streven ernaar ruimte te roosteren voor minors in de eerste twee periodes of in de laatste twee, afhankelijk van de gekozen specialisatie. Of dat lukt, hangt ook af van de roostering binnen de universiteit. Een ander aspect is dat we meer vakken zullen delen met andere opleidingen, of vakken inhoudelijk zullen aanpassen, om geld vrij te maken voor de minors. In overleg met andere opleidingen hopen we daar uit te komen. We hebben tijdens onze herprogrammering, toen we dit zagen aankomen, al zoveel mogelijk contacten gelegd. Dat maakt de aansluiting op Towards Flexibility makkelijker. Voor docenten betekent dit helaas extra werk, vrees ik, omdat sommige vakken moeten worden aangepast.’
Marloes Vernooij, bestuurslid Onderwijsinstituut en masterstudent Biotechnologie ‘Vanaf september 2010 wordt Towards Flexibility in één keer in alle jaren doorgevoerd en zijn er veel nieuwe minors ontwikkeld. Bij Wageningen Universiteit is er best wel behoefte aan verbreding, naast de verdiepende major. Zelf doe ik een heel specialistische studie. Ik had het leuk gevonden om tijdens mijn bachelor een voorgekauwde minor over klimaat, energie of economie te doen. Het was tot nu toe heel lastig om zelf een goed pakket aan vakken samen te stellen, maar dat wordt nu beter. Ook denk ik dat er in het nieuwe major-minorsysteem minder kans is op vermenging tussen bachelor en master. Met een vast blok voor de minors is de kans groter dat mensen die ook echt volgen. Als je losse vakken doet, blijft er naar mijn idee eerder ergens een klein vakje slingeren. Dat geeft straks problemen met de harde knip tussen bachelor en master die in 2011 wordt ingevoerd. Het nieuwe systeem is ontwikkeld met die invoering toch wel ergens in het achterhoofd. Zo voorkom je problemen en haal je de criteria om de harde knip goed te kunnen invoeren.’

Re:ageer