Organisatie - 2 april 2009

WANDELEN TUSSEN SPOREN VAN OORLOG

Een zondagse wandeling door Mariënborn saai? Niet als je weet dat je eigenlijk door het decor loopt van de oorlogsfilm A Bridge Too Far. De VHL-studenten Doreen Rugers en Elbrich van der Velde zochten in het gebied naar herinneringen aan de Slag om Arnhem in 1944, en vonden er tientallen. Van Britse batterijtjes in het zand tot bomen waar de doden onder begraven lagen.

Doreen en Elbrich aan de rand van een kuil waarin zich na de Slag om Arnhem een groep Britten schuilhield. Na twee maanden konden ze ontsnappen.
Op de bast van een grillig gevormde berk zit een houten kruisje geprikt. En aan zijn voet staat er nog één. ‘In remembrance’ staat erop. ‘Deze boom wordt Alan’s Tree genoemd’, vertelt Elbrich. In de bosjes aan de overkant stond Duits afweergeschut. Toen een Engelse piloot daardoor werd geraakt, probeerde hij neer te storten op de Duitsers. ‘Maar hij kwam via de boomtop op het huis daarachter terecht.’ Doreens ouders en oma hebben in Arnhem gewoond. ‘Mijn oma ook tijdens de oorlog. Maar pas als je je erin gaat verdiepen, besef je wat hier allemaal is gebeurd’, vertelt ze. Net als Elbrich is ze vierdejaarsstudent Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein in Velp. De twee zijn voor de minor Landschapsgeschiedenis in opdracht van Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen in het recente verleden van het gebied Mariënborn gedoken. ‘Zo’n tachtig procent van de mensen die hier zijn gekomen om dit gebied te bevrijden, heeft het niet gehaald. Ongelofelijk’, zegt Elbrich. Ze vindt vooral de foto’s van de soldaten – gemaakt voor de Slag om Arnhem - aangrijpend. ‘Wij weten de afloop en dan zie je die jongens van onze leeftijd zo vrolijk met een sigaret in hun mond voor die vliegtuigen staan. Zo van: we gaan op pad jongens! Of soms vind je een foto van iemand waar je eerder over gelezen hebt. Dan realiseer je je dat het ook een echt persoon is geweest, niet alleen een naam uit een boek.’
EEN BRUG TE VER Op 17 september 1944 begon de Slag om Arnhem. In drie dagen landden ruim tienduizend man van de Britse 1st Airborne Division ten noorden van de stad om de Rijnbrug in te nemen. Het grondleger zou dan naar het Duitse Roergebied kunnen doorstoten. Maar Operation Market Garden mislukte. De Duitse tegenstand was onverwacht sterk en de geallieerde grondtroepen bereikten Arnhem niet op tijd. Na een week van hevige gevechten waren bijna 1500 geallieerden gesneuveld en meer dan 6500 van hen vermist of gevangen genomen. Aan Duitse kant kwamen naar schatting enkele duizenden soldaten om. In 1977 verscheen een waarheidsgetrouwe verfilming van de Slag om Arnhem: A Bridge Too Far.
OPGESTAPELDE LICHAMEN We fietsen door een gebied met glooiende velden doorkruist door beukenlanen. Er staan wat paarden te grazen, verder niks bijzonders. Maar, vertellen de studentes, op deze velden dropten Engelse vliegtuigen voedsel en munitie voor de parachutisten. Helaas kwamen de pakketten achter de frontlinie terecht, zodat ze in Duitse handen vielen. De bomen langs de voormalige droppingzones zien er recht en stevig uit. Toch is het hout onverkoopbaar. Elbrich: ‘In de wijde omgeving zijn zoveel kogels en granaatscherven in het hout terecht gekomen; als je dat in een zaagmachine stopt, loopt ie vast.’ Een stukje verderop wijzen Doreen en Elbrich naar een onopvallende plek aan het einde van een beukenlaantje. Daar op de hoek werden de Duitse doden tijdelijk op een hoop gelegd. Ook waren er overal veldgraven van Britse soldaten. ‘Moet je je voorstellen dat overal, in de bossen en op de akkers, houten kruizen stonden die inderhaast waren neergezet’, zegt Elbrich. De stoffelijke resten zijn later overgebracht naar militaire begraafplaatsen. De grootste verliezen in Mariënborn werden geleden langs de Dreijenseweg naar Oosterbeek. ‘De Engelsen moesten deze weg oversteken om bij de brug in Arnhem te komen. Maar de Duitsers lagen aan de andere kant van de weg. Dat ligt hoger, dus de geallieerden konden makkelijk onder vuur worden genomen’, vertelt Doreen.
SCHUILKUIL Er zijn veel persoonlijke verhalen over deze gevechten bewaard gebleven, bijvoorbeeld in het boek Oogetuigenverslagen van de Slag om Arnhem. Doreen: ‘Ze hadden niks dan een boomstammetje waar ze achter konden liggen, over de weg reden tanks heen en weer.’ Sommige soldaten maakten geïmproviseerde schuttersputjes, vult Elbrich aan. ‘Met een handschepje groeven ze snel even een kuil. Die was dan dik een meter diep, zodat je er op je hurken in kon zitten en er net uit kon kijken. Het stelde eigenlijk weinig voor.’ Om ons heen zien we verschillende ondiepe gaten en kuilen, die misschien ooit iemands leven hebben gered. Na een flink eind fietsen komen we in het bos bij twee diepe kuilen die zeker levens hebben gered. Na de slag hielden zich daar tien Engelsen schuil. Twee maanden zaten ze er in de kou. Ze kregen eten van mensen uit de omgeving. Pas in december wisten ze te ontsnappen. ‘Het schijnt dat de Duitsers hier een paar dagen nadat de Engelsen wegwaren nog een keer doorheen zijn getrokken. Ze hebben geluk gehad dat ze net op tijd weg waren’, vertelt Elbrich. ‘Na de oorlog werden in de kuilen munitie en wapens gevonden die ze achter moesten laten.’ Ze vindt iets tussen het mos. Even houden we onze adem in, maar het is een leeg pakje vruchtensap van de Lidl. ‘Van de Duitsers’, grappen we.
LANDSCHAP VERTELT EEN VERHAAL Geldersch Landschap wil samen met andere organisaties in Gelderland de sporen van de Tweede Wereldoorlog in het landschap vastleggen. ‘Kennis van de recente geschiedenis verdwijnt snel. We willen plekken in onze terreinen die een rol speelden in de oorlog op de kaart zetten, zodat er bij het beheer rekening mee kan worden gehouden. Zo kunnen deze plekken ook in de toekomst hun verhaal vertellen’, aldus Ciska van der Genugten van Geldersch Landschap en Kasteelen. De provincie Drenthe heeft al een voorbeeld gegeven met de website www.sporenvandeoorlog.nl.

Re:ageer