Wetenschap - 26 maart 2009

WAAROM KOEIEN LIEF ZIJN EN SLANGEN NIET

Grazende koeien in de wei. Waarom krijgen we daar zo’n aangenaam gevoel bij? Omdat ze ons iets vertellen: relax man, het is veilig hier. Maar misschien ook wel omdat we de koeien zien als een smakelijke prooi?
‘Dat zou maar zo kunnen’, lacht dr. Maarten Jacobs. Hij schreef een artikel over de mechanismen die schuilgaan achter onze dierenliefde in Human dimensions of Wildlife. Waarom houden wij van zeehonden, maar zijn we bang voor spinnen of slangen? Waarom is de drijfjacht op wilde zwijnen zo omstreden en maakt het laten liggen van dode dieren in de Oostvaardersplassen zulke heftige emoties los? Op die vragen zoekt Jacobs het antwoord, vanuit zijn vakgebied van de sociaal-ruimtelijke analyse.
Wie hét antwoord wil weten, komt evenwel bedrogen uit. Jacobs komt tot zes mechanismen die onze dierenliefde verklaren, gebaseerd op de emotie-theorie. ‘Je hebt altijd te maken met een mengeling van evolutionaire en culturele invloeden. Van nature en nurture.’
Neem de pandabeer, hét icoon voor de strijd voor de bescherming van kwetsbare natuur van het Wereld Natuur Fonds. Dat is cultuur – nurture. Maar de panda was volgens Jacbos nooit zo’n krachtig beeld geworden als het beest van nature niet iets wakker zou maken. ‘Het is een knuffelbeer, wollig, groot, hij lijkt wel wat op een baby. Hij roept zelfs zorgneigingen op.’ Dat is de aanleg dus – nature – die meespeelt.
De zes mechanismen van Jacobs die onze dierenliefde verklaren, weerspiegelen allemaal die mengeling van aanleg en ervaring. Quick learning is een van de mechanismen die meespelen. De angst voor slangen bijvoorbeeld is niet aangeboren. Slimme experimenten laten zien dat het een kwestie van snel leren is. ‘Je moet die angst eerst van soortgenoten hebben gezien. Maar het programmaatje voor die angstemotie ligt al klaar in je hersenen. Die neiging is ingebouwd.’ De achterliggende evolutionaire verklaring voor het mechanisme is simpel. ‘We reageren zo op dieren die voor onze voorouders het meest relevant waren. Gevaarlijke dieren dus en prooidieren.’
Werpt dat mogelijk niet een ander licht op onze voorliefde voor koeien in de wei? De gangbare verklaring is dat ze rust en veiligheid communiceren. Maar misschien zien we onbewust wel een prooidier, erkent Jacobs. Niks veiligheid dus, maar grazend vlees.
Altijd is er ook een aspect van cultuur, de kennis en ervaring die stuurt of we dieren wel of niet leuk vinden. ‘Een beer in de dierentuin roept een heel ander gevoel op dan een in het wild. De lichamelijke reacties zijn hetzelfde, dat kun je meten. Maar in de dierentuin weten we ons veilig. Die lichamelijke reacties worden op een heel andere wijze geïnterpreteerd.’

Re:ageer