Nieuws - 8 oktober 2015

Column: ‘Vrouwen zijn schoonmaaksters’

Ik ben denk ik een racist. Of vrouwenhater. Toen onze nieuwe Afrikaanse wetenschapster voor het eerst de gang doorwandelde, dacht ik oprecht voor één seconde: hé, dit is de nieuwe schoonmaakster. Kennelijk vindt mijn brein dat vrouwen met een Afrikaans uiterlijk waarschijnlijk schoonmaakster zijn. Dat wil ik niet, maar ik dacht het wel. Sorry.

Daarmee doe ik eigenlijk hetzelfde als NWO. Deze Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek keert onderzoeksgeld uit aan talentvolle onderzoekers en trekt daarbij mannen voor. Mannen krijgen sneller een beurs toegekend, terwijl de vrouwelijke voorstellen helemaal niet slechter worden beoordeeld. Walgelijk.

Ik denk echter niet dat NWO vrouwen haat. Net als ik geeft de organisatie specifieke groepen alleen onbewust een andere behandeling. En eigenlijk is onze discriminatie heel begrijpelijk. Ongefilterd is de wereld één warboel aan informatie. Wie niet voorsorteert, raakt binnen de kortste keren overspannen. Ik heb in mijn leven nu eenmaal meer Afro-schoonmaaksters dan Afro-wetenschapsters gezien en NWO heeft nu eenmaal meer succesvolle mannelijke dan vrouwelijke wetenschappers gezien. Logisch dat we discrimineren. Vooroordelen zijn slechts een signaal van intuïtieve patroonherkenning.

Wat mij betreft bedenken we daarom een vriendelijker woord voor onbewuste discriminatie. Niet om het goed te keuren, wel om het bespreekbaar te maken. Vrijwel iedereen zal impliciet mensen buitensluiten, maar wie geeft er toe in gedachten de grondwet te overtreden? Welk weldenkend mens noemt zichzelf een racist of vrouwenhater of luistert nog naar anderen als ie zo wordt genoemd? Een mildere naam voor discriminatie kan uitkomst bieden. Want zolang discriminerende gedachten uitsluitend stiekem in hoofden ronddwalen, kan niemand ze er ooit uit wegpraten.

Stijn van Gils (28) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.