Wetenschap - 23 mei 2002

Vrouw mocht geen tweede boer worden

Vrouw mocht geen tweede boer worden

Eind negentiende eeuw werden vrouwen op het platteland opgeleid tot boerin. Met de modernisering en specialisatie van boerenbedrijven kwam daar een eind aan. De vrouw mocht geen tweede boer worden, werd toen gezegd. Maar er komt weer een omslag, voorziet historicus Margreet van der Burg.

Een eeuw geleden kregen vrouwen en meisjes op het platteland speciaal op hen gericht onderwijs. Ze werden opgeleid tot boerinnen die voor hun taken binnen het gezinsbedrijf de nieuwste kennis en inzichten konden toepassen. De landbouw moest moderniseren, en ook vrouwen hadden daarin een specifieke rol. Kaas en boter maken, of pluimvee en varkenshouderij, waren vrouwentaken waar ze aanvankelijk ook cursussen voor kregen. Per regio verschilden die taken, en per regio kregen vrouwen dan ook verschillend onderwijs aangeboden.

Gaandeweg werd het beeld van de goede boerin van de toekomst eenduidiger. Modernisering in de landbouw stimuleerde het ontstaan van gespecialiseerde bedrijven met maar ??n bedrijfstak. Het lag voor de hand dat de man de leiding had over de overgebleven bedrijfstak. Maar tegelijkertijd verdween het werkgebied van de vrouw binnen het bedrijf door deze versmalling. Het beeld dat daarbij aansloot was dat zij ook helemaal geen tweede boer moest worden. Zij zou zich eindelijk hiervan kunnen vrijmaken in het belang van een goed functionerend huishouden en gezin. Dat idee weerspiegelde zich in het onderwijs, legt historicus Margreet van der Burg uit: "Het draagvlak voor landbouwvakken voor vrouwen verdween daarmee. Want ging men ervan uit dat vrouwen op den duur niet meer in de landbouw zouden werken, dan had landbouwonderwijs voor hen geen zin. Ook al was het in vele gezinnen lange tijd nog pure noodzaak dat vrouwen dat in praktijk wel bleven doen."

Tegenwoordig is verbreding van de landbouw een veelbesproken onderwerp en staat plattelandsvernieuwing opnieuw in de belangstelling. Van der Burg benadrukt dat het gespecialiseerde bedrijf met maar ??n productietak waarover de man de scepter zwaait, een zeer uitzonderlijke positie inneemt in de geschiedenis. Voorheen waren landbouwbedrijven met verschillende taken voor mannen en vrouwen naast elkaar heel normaal. Van der Burg: "De geschiedenis van agrarische en andere plattelandsvrouwen bevat veel aanknopingspunten voor een vernieuwende inbreng van hun kant. Wederzijds begrip en echte samenwerking in plaats van een nieuwe taakverdeling tussen hen en hun partners en beleidsmakers is ditmaal noodzakelijk om hiervan optimaal gebruik te kunnen maken." | J.T.

Margreet van der Burg promoveert op 28 mei bij prof. Ad van der Woude, hoogleraar agrarische geschiedenis.

Meisjes hebben les in het inmaken. Rond 1920 kregen boerendochters en boerinnen speciaal op hen gerichte landbouwhuishoudcursussen.

Re:ageer