Student - 9 september 2016

Vrijplaats voor het groen

Denken en praten over de natuur doen Wageningse studenten en onderzoekers volop. Tot voor kort was er echter weinig ruimte om er zelf met de handen in de aarde te wroeten. The Field brengt hier verandering in. De nieuwe campustuin biedt ruimte aan iedereen die wil experimenteren met groen.

Foto's: Sven Menschel

Vanaf de busbaan lijkt het veld naast onderzoeksinstituut Rikilt op de Wageningse campus een overwoekerde janboel. Het onkruid staat tot schouderhoogte en van structuur is weinig te zien. Sinds januari heet dit stukje grond The Field en kunnen alle medewerkers en studenten er experimenteren. Uiteindelijk moet het een academische tuin worden waar iedereen terechtkan met groene plannen die niet binnen een leerstoelgroep of onderzoeksgroep passen. En dat maakt The Field uniek in Wageningen.

Experimenteel

Wie het veld daadwerkelijk inloopt, ziet weldegelijk orde en structuur. Rechts ligt een moestuin, links een bloementuin. Door het hoge onkruid lopen paadjes en er zijn wallen opgetrokken die The Field in vakken verdelen. In elk vak is straks plaats voor meerdere projecten. De organisatie accepteert een nieuw plan alleen als dat andere projecten niet in de weg zit of – liever nog – versterkt. Daarnaast moet een voorgenomen plan ook een informatief en experimenteel karakter hebben.

The Field bestaat sinds afgelopen januari. Toen legden hoveniers met bulldozers de wallen aan en groeven ze greppels en een vijver voor de afwatering. Kort daarna werden bomen en struiken geplant en bloemenweides ingezaaid. Ook kocht de organisatie gereedschap om de tuinen te onderhouden. Met deze eerste werkzaamheden – kosten ongeveer 30 duizend euro –is het dode terrein in een halfjaar veranderd in een groene, zij het nog wat rommelige, oase van leven.

24-IMG_8626.jpg

Boontjes

Met ontbloot bovenlijf staat Arthur Nooren zijn tuinboontjes water te geven. De student Plantwetenschappen teelt de bonen voor een bodemverbeteringsproject. Samen met andere studenten gaat hij onderzoeken hoe je met bonenteelt en gecomposteerd groenteafval op ecologische wijze meer nutriënten in de grond kan krijgen. Op het terrein ligt namelijk een dikke laag nauwelijks vruchtbare bouwgrond die wel een oppepper kan gebruiken. Nooren heeft verschillende soorten bonen geplant om te kijken welke het beste werkt. Hij vertelt dat bonenplanten veel stikstofverbindingen maken in de grond, waardoor ze ideaal zijn om een bodem vruchtbaarder te maken.

Binnen zijn studie mist Nooren de praktijk. Ruimte om zijn groene vingers aan het werk te zetten, is er eigenlijk niet. Daarom werd hij lid van vereniging Wageningen Student Farm, die dit voorjaar een experimentele tuin op The Field is begonnen. Terwijl de meeste studenten in de zomer op vakantie zijn, staat Nooren daarom te sproeien. ‘Het is veel werk. Als je hier je project wilt uitvoeren, moet je echt veel tijd erin steken.’

Zaadjes planten

Eén van de beheerders van The Field, Elike Wijnheijmer, wandelt het veld op. Zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofd. Op haar sandalen en in een jurkje kijkt ze naar het werk van Nooren. ‘Dit is toch geweldig’, begint ze. ‘Deze studenten krijgen normaal niet de kans om dit soort ideeën uit te voeren tijdens hun studie. Wij zijn nu de enige mogelijkheid op de campus waar ze dat wel kunnen. Hier kunnen ze aan den lijve ondervinden hoe het is om de zaadjes in de grond te planten.’

Wijnheijmer draait zich om en loopt naar de bloementuin. ‘Deze tuin is van mij en twee collega’s. Hij is opgedeeld in vakken en in elk vak probeer ik andere combinaties van bloemensoorten om te kijken welke met elkaar kunnen leven en welke elkaar verdringen.’

Middenin de tuin staat Wijnheijmer stil. Ze wijst naar een plant. ‘De scharnierbloem doet het! Die had ik nog niet zien bloeien.’ En even verderop knielt ze neer bij een klein plantje dat een beetje lijkt op munt. ‘Dit plantje heb ik mij thuis uit de tuin gehaald en hier gepoot. Dit is citroenmelisse. Het blad ruikt heel sterk naar citroen. Je kunt er thee van maken.’

Arthur Nooren (rechts) van Wageningen Student Farm oogst zijn eerste boontjes.
Arthur Nooren (rechts) van Wageningen Student Farm oogst zijn eerste boontjes.

Appelboomgaard

De organisatie van The Field wil het terrein zo duurzaam en milieuvriendelijk mogelijk beheren. Daarom is er geen elektriciteitsaansluiting – al het werk wordt met de hand gedaan – en is kunstmest uit den boze. Naast de moestuin van Nooren ligt een kleine composthoop. Ook is er geen waterleiding aangelegd. Via een 100 meter lange tuinslang haalt Nooren nu het water uit een kraan van het Rikilt-gebouw. ‘Eigenlijk wilden we dat ook niet doen’, zegt Wijnheijmer. Liever had ze een waterpomp gehad, maar dat bleek nog niet haalbaar.

In het najaar gaan nog meer projecten van start op The Field. Het Centre for Genetic Resources Nederland (CGN) gaat bijvoorbeeld een appelboomgaard aanleggen met onder meer enkele zeldzame en lokale soorten. Ook gaat een groep studenten proberen paddenstoelen te kweken op blokken hout. Een andere student is weer bezig met het kweken van pompoenen. En helemaal achterin, in het laatste vak van The Field, gaat plantecoloog Wieger Wamelink zijn project uitvoeren. In het voorjaar is een mengsel van wilde bloemen ingezaaid en hij gaat samen met studenten kijken hoe deze bloemen zich ontwikkelen op het terrein.

Geen jungle

Aan het eind van de middag beginnen de temperaturen te dalen en heeft Nooren zijn eerste boontjes geoogst. Wijnheijmer doet het hek dicht en kijkt naar de tuin. ‘Hopelijk overleven we de aanloop met deze slechte grond. We zoeken naar een ecologische balans en moeten een stabiele community opbouwen. We hebben continuïteit nodig omdat het drie tot vijf jaar duurt om de tuin op te bouwen. Pas dan zal je ook op afstand zien dat The Field geen jungle is.’


Re:ageer