Wetenschap - 1 januari 1970

Vrijheid van wetenschap

Vrijheid van wetenschap

Vrijheid van wetenschap

De vrijheid van wetenschap wordt bedreigd, stellen Köbben en Tromp in hun boek De onwelkome boodschap, en ze hebben gelijk. Wat je er precies tegen moet doen, weet ik niet. Publiciteit zoeken is een goeie, maar niet afdoend. De ambtenarij heeft een moedeloos makende macht. Daar kom je al achter bij een loket op het ministerie of wanneer de gemeente besloten heeft dat je verdacht wordt van het op de verkeerde dag buiten zetten van je vuilniscontainer. Maar banken en grote bedrijven kunnen er ook wat van - u moet niet denken dat ambtenaren als enigen kaas hebben gegeten van het misbruiken van macht

Köbben en Tromp moeten in ieder geval doorgaan met het opsporen van misstanden, want de journalistiek is daar helaas niet toe in staat, doet het in ieder geval niet. En de onderzoekers die het lef hebben zich in het openbaar tegen dit soort misstanden te verzetten, kunnen niet genoeg gesteund worden

Het is een niet gering probleem, onderzoekers die op zich laten leunen door opdrachtgevers. Maar als het ene gebeurt, mag je op voorhand het andere, het tegendeel, niet uitsluiten. Zou het mogelijk zijn dat onderzoekers op hun opdrachtgevers leunen om, ik noem maar wat, meer geld voor meer onderzoek los te peuteren door te dreigen met onderzoeksresultaten op de proppen te komen die de opdrachtgever niet best uit zullen komen?

Toegegeven, ik heb geen weet van voorbeelden hiervan, het gaat nu om de gedachte aan de mogelijke logica van het geval. Ik weet van onderzoekers die zeer bedreven zijn in het manipuleren van de onderzoeksaansturing. Die bewust kiezen voor het onderzoeken van zaken waar hun opdrachtgevers helemaal niet in geïnteresseerd zijn en die meester zijn in het negeren van een deel van de vragen van hun geldschieters. Dat zijn ook lui waar je voor moet oppassen, maar dat oppassen is vooral een probleem voor hun opdrachtgevers, die daar kennelijk te sloom voor zijn

Het volgende is echt gebeurd. Het bewijs ervan staat voor mij tegen de fruitschaal geleund. Een lichtgewicht kunststoffen paneel, 58 cm breed, 8,5 cm hoog, een kern van schuimachtig materiaal. Dit materiaal wordt veel gebruikt voor posterpresentaties. Op het paneel staat in strakke, schreefloze letters de volgende tekst: Het onderzoek is na overleg met de betrokkenen stopgezet, vooral vanwege eventueel te verwachten ongewenste beleidsimplicaties die hieruit zouden kunnen voortvloeien.

Ik zie het al voor me. Zo'n presentatie met ruim bemeten panelen. Grote valse kleurenfoto's, grafisch verantwoord uitgevoerde grafieken, tabellen als Weense taartpunten en korte heldere teksten. En dan op het laatste paneel203 niet te geloven

Het doet er nu niet toe waar dit paneel vandaan komt, ik heb het al meer dan negen jaar in mijn bezit en ik kan u verzekeren dat het nooit gebruikt is. Dat zou ook te gek voor woorden zijn geweest. Maar er was toen ooit ergens een onderzoeker die naïef genoeg was om met droge ogen op te schrijven dat hij bereid was geweest om zijn onderzoek te staken om een beleidsambtenaar of twee niet in de problemen te brengen

Een vertrouwenspersoon voor het beleid is hiervan het logische resultaat. Ik denk niet dat die er komt. Ik denk ook niet echt dat het nodig zal zijn. De corruptie ligt in de handen van hen die beschikken over het geld, zo simpel is dat. Maar de twijfel is op de achtergrond aanwezig


boden om hun aantijgingen te herhalen

Mijn bezwaar tegen de toetsprocedure van het NUCOM-model is dat er geen duidelijk onderscheid gemaakt is tussen de verificatie en validatie. Validatie is een test waarbij de waarden van de toestandsvariabelen van het model vergeleken worden met meetgegevens. Volgens de literatuur moet dit uitgevoerd worden met een onafhankelijke tweede gegevensverzameling, dat wil zeggen uit een ander gebied of van een andere tijdsperiode. Bij de validatie van NUCOM is dit niet gebeurd; het model is getoetst met dezelfde gegevens als waarmee het is gekalibreerd. (Kalibratie is het zodanig bijstellen van parameters totdat het model output levert die overeenkomt met een reeks meetgegevens.) Bij de toetsing van NUCOM gebeurde zowel de kalibratie als de validatie met dezelfde meetgegevens van onder andere de biomassa van de verschillende plantensoorten. (Dat een deel van de parameterwaarden uit hetzelfde studiegebied afkomstig is, doet hierbij niet ter zake)

Op de bewering van Berendse cs. dat zij de vreemde modeluitkomsten van de afstervende dennennaalden niet hebben gezien, wil ik antwoorden dat ik voor deze simulatie het model heb gebruikt zoals het is gevalideerd door Van Oene, met vanzelfsprekend dezelfde invoer. Ik kan aantonen dat aan de hand van de door mij gebruikte modelversie het artikel in januari 1998 is ingediend bij Ecological Applications. Zijn naderhand toch weer parameters van het model gewijzigd en is het gewijzigde artikel daarna voor de tweede maal ingediend? Dan vraag ik mij af waar deze wijzigingen op zijn gebaseerd

Als prof. Berendse ervan overtuigd is dat het model geen missers bevat, waarom is hij dan nog niet op mijn verzoek (Trouw, 16 februari) ingegaan om de wijzigingen ten opzichte van de modelversie van januari 1998 aan mij door te geven? Wanneer NUCOM is getest volgens wetenschappelijke normen, dan zou het toch een kritische onafhankelijke toetsing moeten kunnen doorstaan

Re:ageer