Wetenschap - 16 mei 2002

Vreemde bacteriën verdwijnen spoorloos in biologische bodem

Vreemde bacteriën verdwijnen spoorloos in biologische bodem

Biologische Bedrijfssystemen en Russische onderzoekers willen samen raadsel oplossen

Onverklaarbare waarnemingen door Wageningse en Russische biologische onderzoekers stonden aan het begin van het driejarige onderzoeksproject dat nu van start gaat. Dankzij een subsidie van 110.000 euro van NWO kunnen onderzoekers hopelijk achterhalen waarom de fluorescerende bacteri?n, die prof. Ariena van Bruggen tijdens een experiment in de grond bracht, spoorloos verdwenen.

"Dit onderzoek leidt misschien tot inzichten waarmee we de verspreiding van ziekteverwekkers uit mest in onze voeding kunnen tegengaan", zegt Van Bruggen in haar werkkamer. "En misschien kunnen we dan ook verklaren waarom biologische bestrijdingsmethoden met bacteri?n of schimmels wel in kassen werken, maar niet op de volle grond."

Het project is een spin off van eerder onderzoek naar bacteriepopulaties rond groeiende wortelsystemen dat Van Bruggen uitvoerde met de microbiologische onderzoeksgroep van Alexander Semenov, van Moscow State University. "We brachten fluorescerende bacteri?n in de grond om hun ontwikkeling beter te kunnen zien. In conventioneel bewerkte grond lukte dat. Maar in biologisch bewerkte grond niet." Semenov, die al zes jaar met Van Bruggen samenwerkt, vult aan: "Na drie uur waren de organismen al grotendeels weg. Spoorloos. We hebben de proef verschillende keren overgedaan om zeker te weten dat we niet met meetfouten te maken hadden, maar alles klopte."

De onderzoekers hebben een theorie. "De hypothese is dat biologisch bewerkte grond een grotere biodiversiteit aan micro-organismen heeft", zegt Van Bruggen. "Daardoor werkt de biologische bodem als een buffer en krijgen vreemde organismen geen kans." Als dat zo is, dan is dat een uitstekend argument voor biologische landbouw. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat oprukkende ziekteverwekkers als de E. coli O157:H7 of salmonella, die volgens wetenschappers via dierlijke mest in de voedselketen komen, in de biologische landbouw moeilijker voet aan de grond kunnen krijgen.

Als het zo is. Het NWO-project, waarin zeventig procent van het budget naar de vier Russische partners gaat, moet uitsluitsel bieden. E?n van die partners is de groep van Andrei Mirzabekov, directeur van het Engelhardt Institute. Mirzabekov ontwikkelde al in de jaren tachtig een DNA-chip. Zijn instituut zal de onderzoekers de apparatuur leveren waarmee zij de ziekteverwekkers door conventionele en biologische productieketens kunnen volgen. Mirzabekovs chips kosten slechts vijf tot tien dollar per stuk.

Andere partners zijn de microbiologen van Semenov en de epidemiologen van het Russian Institute for Health. Zij zullen de micro-organismen, die de microbiologen van Moscow State University opsporen, onderzoeken. Wageningen co?rdineert en bouwt de modellen, waarin de onderzoekers al hun informatie moeten gaan onderbrengen.

"Het eindproduct van het project is een model dat de impact van landbouwkundige beslissingen op de kans op besmetting berekent", zegt Van Bruggen. "We gaan niet pleiten voor of tegen biologische landbouw. We willen alleen het materiaal aandragen waarop bedrijven of overheden hun beslissingen kunnen baseren."

In Rusland kan een groot deel van de landbouw nog aanspraak maken op de term 'biologisch'. Dat komt vooral door gebrek aan geld, waardoor veel boeren zich nooit bestrijdingsmiddelen of kunstmest hebben kunnen veroorloven. | W.K.

Re:ageer