Student - 12 oktober 2006

Vossen weren met stank

Daan Vreugdenhil is student Diermanagement op hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Tijdens zijn afstudeeronderzoek experimenteerde hij met het gebruik van geurstoffen om vossen weg te houden van weidevogelnesten.
‘Wij deden het onderzoek in het Zuidelijk Westerkwartier, een gebied in West-Groningen waar Staatsbosbeheer en de Agrarische Natuurvereniging De Eendracht nauw samenwerken om weidevogels te beschermen. Het is een gebied met een relatief hoge weidevogeldichtheid, maar predatoren zoals vos en hermelijn nemen hier sterk in aantal toe. De organisaties hadden Van Hall Larenstein gevraagd om naar een oplossing te zoeken. Mijn begeleider besloot proeven te doen met geurstoffen. Die worden bijvoorbeeld in Duitsland al gebruikt langs wegen om herbivoren af te schrikken.
De geurstof die wij hebben gebruikt heet Duftzaun en bevat de territoriumgeuren van beer, wolf, lynx en mens. Het is een synthetisch middel in een purschuim dat we rond de nesten van weidevogels hebben gelegd.
We hebben voor het onderzoek vijf weken in een tentje geslapen bij Staatsbosbeheer. Elke ochtend gingen we vroeg het veld in om nesten te zoeken. Dat viel niet mee; op één dag vonden we maar vijf of zes nesten. De helft van de nesten hebben we behandeld met die geurstof. Zo’n drie meter van het nest legden we in elke windrichting een plankje neer met daarop purschuim waar we de geurstof op hadden aangebracht. Het purschuim houdt die geur vier tot zes weken vast.
We hebben ook een gebied helemaal omheind met geurstoffen, om te kijken of daarmee in een keer het hele gebied beschermd zou kunnen worden tegen vossen. Dat bleek trouwens niet te werken. Behandelde nesten werden wel minder vaak leeggeroofd dan onbehandelde nesten. Het verschil is echter niet significant, dus we hebben nog geen bewijs dat het werkt. Daarvoor is de steekproef ook te klein. Een grotere steekproef zal een beter beeld geven.
We hebben ook nog gezocht naar resten van de eieren. Aan de hand daarvan konden we de predatoren bepalen. Het bleek dat een heel scala aan predatoren actief is. Helaas kunnen we niet bepalen uit welk nest die specifieke resten afkomstig zijn. Dus we kunnen ook niet vaststellen bij welke roofdieren de geurstof werkt en bij welke niet.
Er moet dus nog veel meer onderzoek gedaan worden, maar we hebben wel een positief beeld gekregen. Er is inmiddels meer interesse. Ik ga deze week een praatje houden voor een agrarische natuurvereniging in Friesland. Die zijn erg geïnteresseerd in deze methode en willen misschien komend jaar ook gaan experimenteren. Het is leuk als mensen zoveel aandacht hebben voor je onderzoek. Bij onze presentatie zat vijftig man in de zaal. Sommigen kwamen er helemaal voor uit Roermond. Dan heb je toch wel het gevoel dat je met iets interessants bezig bent geweest.’

Re:ageer