Wetenschap - 12 januari 1995

Vos en Heuver over het kenniscentrum Wageningen

Vos en Heuver over het kenniscentrum Wageningen

KCW is geen voetbalclub maar Kenniscentrum Wageningen. In dat kader worden de kansen van LU en DLO op de internationale kennismarkt, en samenwerking op het gebied van onderzoekscholen, laboratoria, milieubedrijfszorg of informatietechnologie in kaart gebracht. Naar aanleiding van de KCW-conferentie in december leggen DLO-manager Heuver en collegevoorzitter Vos uit wat het kenniscentrum meer is dan gemeenschappelijke bewegwijzering, die maar niet van de grond komt.


Onlangs viel een Wagenings hoogleraar het onderzoeksinstituut waarvan hij bestuurslid is, in felle bewoordingen aan op een congres in de Verenigde Staten. Er is stevig doorgezakt om alle averij te herstellen." Algemeen directeur van DLO, ir M. Heuver, geeft een pijnlijk voorbeeld van een wetenschapper die zich onvoldoende bewust is dat hij in een stad zit met een wereldwijde kennispotentie op het gebied van landbouw, voeding, milieu en groene ruimte".

Volgens collegevoorzitter dr ir M.P.M. Vos bestaat het kenniscentrum al. Dat zijn de spontane contacten in netwerken. Maar wij constateren ondermeer dat we meer geavanceerde en dus duurdere apparatuur beter samen kunnen aanschaffen." De gemeenschappelijke opbouw van het NMR-centrum is een voorbeeld. Ook de deelname van LU-wetenschappers aan de DLO-cursussen onderzoeksmanagement past binnen de samenwerking, evenals meer gemeenschappelijke benoemingen. De twee zestigers verwijzen daarvoor naar de gemeenschappelijke leerstoelen Onkruidkunde en Duurzame dierlijke produktie.

Samenwerking kan verder gaan", meent Heuver. Zo opperde prof. dr ir L. Speelman van Agrotechniek en fysica dat zijn 15 medewerkers samen met het tienmaal grotere Imag (Instituut voor mechanisatie, arbeid en gebouwen, red.) van DLO slagvaardiger kunnen zijn. Dan kan zelfs sprake zijn van inwoning door de vakgroep bij het Imag. Maar de lusten en lasten moeten goed gedeeld worden."

Dissidenten

Ook samenwerking over de Wageningse grenzen heen telt, zoals tussen het DLO-instituut voor dierziekten in Lelystad en de Utrechtse faculteit voor diergeneeskunde. We moeten niet ieder apart een hoogleraar optutten."

Er zijn dissidenten in de gelederen, bijvoorbeeld directeur Eenink van het DLO-instituut Agrotechnologisch onderzoek (Ato) die met agrificatie commercieel aan de weg timmert en op de conferentie ontbrak.

Heuver: Bij ons is misschien wat minder enthousiasme dan bij de LU. Intensievere samenwerking blijft mensenwerk. Zonder namen te noemen hebben wij inderdaad instituten die nogal op de ego-toer zijn en daar hebben zij ook successen mee. Maar dat heb je ook bij hoogleraren, daar doe je geen donder aan."

Wij hebben met de instituten de afspraak dat zij mogen groeien binnen hun missies. Du moment dat je dat afremt, zeggen ze: doe jij het dan. Voor ons is de kunst samenwerking te stimuleren tussen groepen wetenschappers, zodat zij meer worden dan de afzonderlijke delen; synergie. Ato en Cpro moeten dan samen naar Brussel met een voorstel als ze elkaar aanvullen. Dat is de KCW-gedachte."

Vos vult aan: Het KCW wordt luchtfietserij gevonden of ze hebben niemand nodig. Maar massief verzet is er niet."

Dus onderlinge concurrentie moet uitgebannen?

Heuver: Je moet de neveneffecten in de gaten houden. Daarom hebben wij functioneringsgesprekken met de directeuren van instituten, die als afzonderlijke rechtspersonen een flinke autonomie binnen DLO hebben. Maar die gesprekken moeten niet in de krant."

Beoordelen

Vos springt in: Ik spreek liever van rivaliteit. Die geeft een indirecte toets op prijs of kwaliteit. De LU was daar al eerder toe gedwongen met de gang naar de markt, toch Mannes?".

Heuver: Sinds de reorganisatie houden wij de vinger aan de pols door onderzoeksvisitaties en groeien we naar een programmastructuur waarmee je kunt beoordelen en sturen."

Waarom zijn deze stroomlijningen van samenwerking nodig? Wageningen is al het kenniscentrum voor landbouw, voeding, milieu en natuur in de wereld.

Heuver: Bukman betoogde bij het 75-jarig jubileum van de LU dat uit dit kenniscentrum meer kan komen. En de krimpende budgetten geven aanleiding tot samenwerking."

Vos: Iedereen zegt het op zijn manier. Het kennissysteem moet de zo succesvolle Nederlandse landbouw helpen in het nemen van de wissel naar een duurzamere produktie. Omdat de vraagstellingen ingewikkelder zijn, de disciplines verfijnder, en we niet het strategisch, fundamenteel en toegepast onderzoek alleen aankunnen, moeten we dat soms aan elkaar overlaten of de synergie zoeken. Dat is onze morele plicht."

Vos ziet de toekomst van het Landbouwschap en de produktschappen somber in. Als die hun leden verliezen, dan valt 100 miljoen onderzoeksgeld jaarlijks weg. Heuver weet inmiddels dat de 40 miljoen korting op het landbouwkundig onderzoek gehalveerd is. Met een efficiency-verbetering hoopt hij de bezuinigingen op DLO in te lossen.

Er moeten bepaalde sterke punten zijn om leider te blijven op de internationale kennismarkt, want er zijn meer steden die zich kenniscentrum noemen.

Vos beslist: Ik waag te betwijfelen of er plaatsen zijn waar de landbouw in brede zin zo velddekkend bestudeerd wordt. Ook Montpellier niet. Daar bleek mij dat de universiteit voor wijn niet gebruik maakt van de kennis van de universiteit voor bodem en bemesting. Verder is Montpellier sterk gericht op de tropen en bosbouw."

Grondbewerking

Heuver: Met het departement is afgesproken dat onderzoek waarvoor geen geld in de markt is, niet meer hoeft; behalve natuur. Moet het kenniscentrum dan nog grondbewerking onderzoeken? Als in deze kamer (van Vos, red.) het leerstoelenplan wordt ingevuld, dan is het niet van DLO mag dit en dat doen. Dat moet in informeel overleg afgestemd worden." Wat bij het recente leerstoelenplan niet is gebeurd. Heuver vervolgt: Speelman zei dat bepaalde vakgroepen over drie jaar minder dan zes studenten trekken. Dan schiet je te ver door in superspecialismen. Wij hebben daarom de vele instituten samengevoegd om voldoende kritische massa te houden, eenlingen zijn taboe."

Als de LU besluit tot een fusie naar bijvoorbeeld twaalf grote vakgroepen, lijken LU en DLO ineens veel op een aardige verzameling business units. Hoe ver is een fusie dan nog weg?

Die komt er niet, of de LU moet een geheime agenda hebben", grapt Heuver. LU en DLO zijn gevestigde acroniemen, de kreet KCW niet. Beter een tweede en derde plaats op de Brusselse subsidielijsten dan een eerste onder KCW-vlag, die in totaal minder oplevert." En Vos: Stel, we hebben 500 miljoen en geen LU of DLO; dan kun je vanaf nul beginnen. En een dubbele agenda hebben we niet."

Maar een overkoepelend transferbureau voor grote internationale opdrachten is wel ter sprake geweest?

Vos wijst dit af. De transferbureau's moeten wel meer elkaars netwerken gebruiken. Net zoals wetenschappers elkaar vaker moeten tippen. Bovendien is er samenwerking bij de kleine projecten. De tijd dat drie onderzoeksgroepen nagenoeg hetzelfde voorstel indienden, moet verleden tijd zijn."

Betekent KCW dan minder bureaucratie en overhead? Uit een anonieme enquete onder de verschillende directeuren, bestuurders en enkele hoogleraren blijkt de vrees daarvoor groot.

Vos: U weet dat wij de kritiek op ons bestuurscentrum kennen."

Maar wat is KCW nu concreet als het geen LU-DLO-transferbureau is en netwerken al bestaan?

Heuver: Leiden ging eerder al en gestructureerder met de biotechnologie aan de haal. Om dat soort nieuwe kansen tijdig te signaleren en te stimuleren, is een nauwere samenwerking nodig, zowel bestuurlijk als wetenschappelijk."

Verzelfstandiging

De DLO-directeur ziet echter ook een duidelijke bedreiging voor de samenwerking. Nu hebben medewerkers van LU, DLO en de proefstations de ambtelijke status. Du moment dat door verzelfstandiging de sterke uitwisseling blokkeert, spat het uit elkaar. In mijn nieuwjaarstoespraak voor de directeuren van de instituten heb ik daar op gewezen. Datzelfde gevaar geldt ook voor de LNV-onderwijspoot, LU en Hoger agrarisch onderwijs, dat met vallen en opstaan - ik geloof dat het nu nog liggen is - in stand moet blijven."

Dan veert Vos op, want de onderzoekscholen zijn te weinig belicht. De gretigheid waarmee onze mensen dat hebben opgepakt is een mirakel. DLO was niet in de eerste fase betrokken, maar de goede groepen van hun en ons vinden elkaar nu. Terwijl de DLO-wetenschappers niet gewend waren aan bikkelharde beoordelingen voor toelating."

Overigens bestaat bij wetenschappers in de scholen enige huiver over de deelname van instituutsdirecteuren. Zij kijken in de keuken mee, terwijl DLO sterk hecht aan het bedrijfsgeheim.

In de onderzoekscholen nemen onderzoekers deel van andere universiteiten. Dat is toch geen kenniscentrum Wageningen?

Vos: Laatst sprak een directeur van een school mij daar op aan. In Nijmegen en Groningen worden ze zenuwachtig, want alles moet naar Wageningen. Maar we gaan ons niet isoleren!"

Re:ageer