Organisatie - 12 augustus 2015

Voorzichtig optimisme in Zeeland door behoud Imares

tekst:
Linda van der Nat,Rob Ramaker

In Zeeland wordt hoopvol gereageerd op het openblijven van de Imares-locatie in Yerseke. De vestiging gaat zich in afgeslankte vorm focussen op regionale onderzoeksthema’s.

Dit bleek uit een voorlopig herstelplan dat Wageningen UR in juli presenteerde. Het plan moet het verliesgevende Imares weer toekomstbestendig maken.

We zijn opgelucht dat sluiting van de baan is, zegt Addy Risseeuw, secretaris van de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur. ‘Met het verdwijnen van Imares zou kennis van de schelpdiersector zijn versnipperd of zelfs verdwenen.’ Risseeuw hoopt dat in komende jaren innige samenwerking ontstaat tussen bedrijfsleven en wetenschap. ‘Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld meekijken in de praktijk om te zien welke behoeftes bestaan bij kwekers.’

Ook de Zeeuwse gedeputeerde Jo-Annes de Bat (CDA) noemt het nieuws ‘hoopgevend’. Hij benadrukt echter dat nog steeds druk wordt gesproken over een samenwerkingsovereenkomst tussen de Zeeuwse kennisinstellingen, bedrijven en overheden; Een voorwaarde voor het voortbestaan van Imares. De Provincie heeft hierbij vooral een faciliterende rol, zegt De Bat, door partijen bij elkaar brengen. Hij sluit echter niet uit dat Zeeland bijvoorbeeld relevante projecten mee zal financieren.

Met het verdwijnen van Imares zou kennis van de schelpdiersector zijn versnipperd of zelfs verdwenen.
Addy Risseeuw

In de afgelopen periode kregen belangrijke onderzoeksprogramma’s, bijvoorbeeld naar aquacultuur en kustverdediging, geen vervolg. Daarom werd steeds nadrukkelijker gesproken over sluiting van ‘Yerseke’. In plaats daarvan wordt nu dus gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst tussen Provincie en de regionale visserij- en schelpdiersector. Yerseke moet zo een onderzoekslocatie worden van en voor de regio. ‘Een experiment’, zegt Martin Scholten, algemeen directeur van Imares’, want alle andere regionale DLO-vestigingen zijn specifieke innovatiecentra.’

Ook bij andere Imares-vestigingen verandert de werkwijze. ‘De essentie van de reorganisatie is dat we de traditionele afdelingsstructuur loslaten’, zegt Scholten. ‘Deze stond vernieuwing in de weg. We gaan werken met flexibele, themagerichte teams die marktgericht onderzoek gaan doen.' Deze teams worden bottom-up samengesteld en medewerkers kunnen in meerdere teams tegelijk zitten. 'We willen de teams niet top-down neerzetten, maar het initiatief bij de onderzoekers leggen.'

De essentie van de reorganisatie is dat we de traditionele afdelingsstructuur loslaten.
Martin Scholten

Als voorbeeld noemt Scholten het ‘Tropenteam’, waarin uiteenlopende onderzoekers vanaf verschillende locaties samen mariene ecosysteem in de tropen onderzoeken. Scholten: ‘Ondanks de beperkende afdelingsstructuur is het hen gelukt om de koppen bij elkaar te steken. Het is momenteel een van de best draaiende teams van Imares.’

Door de reorganisatie verliezen veertien tot vijftien mensen hun baan. Anderen moeten in een ander werkveld gaan werken: zo verhuizen vijf Visteeltonderzoekers uit Yerseke naar Wageningen Livestock Research. Voor de overigen wordt een andere oplossing gezocht. Scholten: ‘De afgelopen drie jaar is Imares al gekrompen van 205 naar 160 medewerkers, door natuurlijk verloop en omdat mensen geen contractverlenging kregen. Nu moeten we onze blik richten op resterende overcapaciteit en functies die gaan verdwijnen.’


Re:ageer