Wetenschap - 1 februari 1996

Voorlichtingskunde vreest nieuwe onderwijsbudgetten

Voorlichtingskunde vreest nieuwe onderwijsbudgetten

De herprogrammering en het nieuwe budgetmodel voor het onderwijs zal een aantal vakgroepen lelijk opbreken. Voorlichtingskunde vreest dat zij, ondanks het vernieuwde onderwijsaanbod, straks geen veelgevraagde voorlichters en voorlichtingskundigen meer kan opleiden. Dat terwijl veel studenten tijdens de studie in de gaten krijgen dat er meer is dan louter technische bagage.


Eens in de vijf jaar moet je ook je lievelingsvakken aan diggelen durven gooien en iets nieuws opzetten. Aangepast aan de wetenschappelijke, didactische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat ben je als vakgroep verplicht, en het houdt je ook fris". Dat vindt prof. dr C.M.J. van Woerkum van de vakgroep Voorlichtingskunde. Binnenkort gaat een nieuw onderwijsprogramma van de vakgroep naar de richtings-onderwijscommissies (roc's).

Dit vakgebied verandert zo snel; elke vijf jaar moeten we dit wel doen. Wij gaan bijvoorbeeld nu onderzoek opstarten naar het hele Internet. Het is inmiddels wel duidelijk dat Internet heel belangrijk wordt, maar hoe kunnen mensen dat gaan gebruiken voor discussies of voorlichting? Daar is nog heel weinig over bekend. De overheid wil via Internet met de burgers aan de praat komen. Hoe organiseer je dat, is er een voorzitter, hoe verspreid je de informatie? Allemaal vragen die we in het onderzoek oppakken en vervolgens in het onderwijs willen brengen."

Zaken die minder prominent in het onderwijsaanbod zitten, zijn bijvoorbeeld de nieuwe media. De techniek daarvan is inmiddels bekend en de tijd dat de toeters en bellen de collegezalen werden binnen gedragen, zijn voorbij. In plaats daarvan richten de voorlichtingskundigen zich nu meer op de toepassing en het gebruik van de nieuwe media.

Maar de grootste verandering ten opzichte van het vorige vakkenaanbod is volgens Van Woerkum dat de nadruk nu veel meer ligt op communicatie in plaats van voorlichting. Voorlichters worden steeds vaker communicatiedeskundigen. En dat is meer dan een modegril, verzekert de hoogleraar. Als voorbeeld noemt hij de LUW-voorlichting. Folders uitdelen over hoe goed de universiteit is en hoeveel aandacht er is voor natuur, landbouw en milieu, voldoet niet meer. Het gaat er volgens Van Woerkum vooral om dat ook waar te maken en dus de milieudeskundigen in contact te brengen met de landbouw- en natuur-deskundigen.

In de jaren tachtig hebben we regels opgesteld hoe bepaalde voorlichting over bijvoorbeeld overheidsbeleid moest lopen, wilde ze effectief zijn. Dat bleek niet genoeg te zijn en nu zijn we dus veel meer op de toer dat je moet communiceren, dat beleid samen met de mensen gemaakt moet worden."

Restpost

Hoe enthousiast Van Woerkum ook over zijn vak praat, er hangen volgens hem donkere wolken boven de voorlichtingskunde. Vlak voor het gesprek heeft de universiteitsraad besloten tot een nieuw model voor de verdeling van geld over de verschillende studierichtingen. Een restpot met geld schiet er over voor de vakken die niet in een van studierichtingen zijn opgenomen. Hiermee betaalt de raad vakken die studenten vaak als extra of als neusje van de zalm op de bul in hun pakket opnemen.

Van Woerkum en onderwijscoordinator ir A. Koning van Voorlichtingskunde vrezen dat het bij studenten populaire vak voorlichtingskunde wel eens tussen wal en schip kan vallen bij de aanstaande herprogrammering van het onderwijs. Deze noodkreet aan de raadsleden werd weliswaar veel aangehaald, maar was geen reden om het verdeelmodel te herzien. Ook de 128 handtekeningen die studenten van de vakgroep hadden verzameld, maakten weinig indruk op de raad.

De vakgroep zal nauwelijks problemen krijgen met het vak Inleiding tot de voorlichtingskunde. Een aantal studierichtingen heeft het altijd in het programma gehad en Koning verwacht niet dat daar veel aan zal veranderen. Ik heb tenminste nog niet van roc's gehoord dat ze er over denken het vak te schrappen. Wel in de latere fase van de studie, zoals bijvoorbeeld Milieuhygiene. In hun programma stond eerst een mogelijkheid voor een afstudeervak voorlichtingskunde. Die mogelijkheid is er nu niet meer, omdat studenten per se een groot technisch afstudeervak moet doen."

De flexibiliteit", vult Van Woerkum aan, verdwijnt uit de programma's. Er zit in het nieuwe stramien een psychologische druk ingebouwd, waardoor studenten eerst de vakken van hun eigen discipline moeten volgen. Pas daarna is er een mogelijkheid voor andere dingen. Extra vakken doen, wat eerst werd aangemoedigd, heet nu overconsumptie en wordt afgestraft. Het gevaar voor monochrome studies is levensgroot aanwezig."

Vertaalslag

Met enige treurnis vertelt Van Woerkum dat het altijd een heel bewuste keuze is geweest om geen aparte studierichting Voorlichtingskunde op te zetten. Die strategie wordt door de verdeelsystematiek nu afgestraft. Wij hebben namelijk altijd gezegd dat we voorlichters en voorlichtingskundigen willen opleiden die iets met de praktijk hebben. Mensen die de vertaalslag kunnen maken van de voorlichtingskunde naar de praktijk. Daar zijn we als vakgroep altijd heel erg goed in geslaagd. Volgens het Nili (Nederlands instituut voor landbouwkundig ingenieurs, red.) doet 55 procent van de afgestudeerden iets met voorlichtingskunde."

De vraag is nu hoe ernstig de situatie voor de vakgroep werkelijk zal worden. Ten eerste krijgt een deel van de studenten nog steeds het inleidende vak in hun studie. Ten tweede kan een student zo veel mogelijk de vrije keuze vullen met voorlichtingskundevakken. Koning en Van Woerkum vrezen echter dat studenten eerst moeten weten dat er iets is als voorlichtingskunde. Als ze daar niet op gewezen worden, zullen ze het ook niet kiezen.

Hiaten

Dat is wellicht op te lossen via een zogenaamd nevencurriculum. Dat wil zeggen dat de vakgroep een afgemeten pakket vakken aanbiedt, dat studenten in hun vrije keuze kunnen opnemen. Het college van bestuur is bijvoorbeeld erg enthousiast over het initiatief van enkele Leeuwenborch-vakgroepen met een nevencurriculum Internationaal bestuur.

Koning: Dat zou een oplossing kunnen zijn, maar het heeft als nadeel dat een groot deel van onze studenten hier komt met specifieke vragen of hiaten in kennis. Dat los je daar niet mee op."

Daarbij komt dat veel studenten pas na de praktijktijd een vak bij ons komen volgen. Dan hebben ze ontdekt dat ze er nog niet zijn met een tas vol technische bagage. De vrije keuze hebben ze in het nieuwe stramien echter al opgevuld voor ze op stage gaan", denkt Van Woerkum.

Re:ageer