Wetenschap - 1 januari 1970

Vooraanstaand apenonderzoeker verlaat IBN-DLO

Vooraanstaand apenonderzoeker verlaat IBN-DLO

Vooraanstaand apenonderzoeker verlaat IBN-DLO

Vorige week nam ecoloog en apenkenner dr Herman Rijksen afscheid van het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO). Rijksen (55) is een wereldautoriteit op het gebied van mensapen, speciaal oerang oetans. Meteen na zijn studie ecologie trok hij naar de regenwouden in Indonesië. Na meer dan tien jaar onderzoek naar natuurbeheer in Indonesië kwam hij in 1989 terug naar Nederland, waar hij zijn werk voortzette bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, dat later met bosbouwinstituut Dorschkamp opging in het IBN

Rijksen blijft zich inzetten voor het regenwoud. Samen met collega's van het IBN zal hij bosdiensten in Indonesië adviseren hoe ze het regenwoud kunnen beschermen. De oerang oetan heeft me erg aangegrepen, vertelt hij tijdens zijn afscheidsborrel. Deze nauwe verwant heeft me zo veel geleerd dat ik me verplicht voel iets terug te doen. De 27 duizend die er nog over zijn op aarde moeten we zien te behouden. De druk op hun leefgebied is groot, omdat er miljarden guldens aan hout in zit.

Rijksen is uit zichzelf vertrokken omdat hij niet het benodigde geld kon vinden voor natuurbeschermingsprojecten in het buitenland. De ecoloog had als hoofd van de afdeling Internationale aangelegenheden de taak om opdrachtgevers in het buitenland te vinden. Maar dit bleek moeilijk, vooral voor projecten ter bescherming van het tropisch regenwoud. Ik kon geen tweeduizend gulden per dag vinden om in Indonesië arme sloebers te overtuigen van de waarde van de natuur. H.B., foto G.A

Praktijkonderzoek wil vruchtbomen kort houden

Groeibeheersing door enten blijft het ideaal


Een halve eeuw geleden waren vruchtbomen van minstens acht meter hoog nog heel gewoon. Nu komen ze niet verder dan 2,20 tot 2,50 meter. Dat kost minder werk omdat je vanaf de grond of een opstapje overal bij kunt. Dr ir Bob Wertheim en ing. Jacinta Balkhoven-Baart, onderzoekers van het Fruitteeltpraktijkonderzoek, sommen nog meer voordelen op: Grote bomen gebruiken veel energie voor intern onderhoud van de boom; we zijn fruittelers, geen houttelers. Verder heb je met veel kleine bomen per hectare sneller je aanvangsproductie op een goed niveau. Bovendien hebben kleine bomen meer buitenkant, zodat meer vruchten in de zon baden. Daardoor krijgen de vruchten een rode blos en meer suikers. Kleine bomen zijn dan ook een wereldwijde trend. Alleen in hete klimaten zijn ze wat groter en moeten ze meer schaduw geven, wegens de kans op zonnebrand op de vruchten.

Met het zoeken naar onderstammen doen we nog hetzelfde als de oude Perzen, Romeinen en Grieken, zegt Wertheim. Voor appel is inmiddels een goede, zwakke onderstam beschikbaar, maar voor peer en kers nog niet. Bij zoete kers is de internationale speurtocht naar onderstammen in een stroomversnelling geraakt. Het vinden van een geschikte onderstam is gewoon een kwestie van uitproberen. Het is van tevoren niet te voorspellen hoe een combinatie het zal doen. Soms sterft een boom na tien jaar alsnog af. Daarom zijn langdurige proeven nodig

Koelcellen

De laatste dertig jaar spoten de meeste perentelers in Nederland de chemische groeiremmer CCC, ook bekend als cycocel of chloormequat. Dit middel wordt opgenomen in de hele boom en komt ook in de vrucht en vooral in de schil terecht. De laatste tijd bleken veel peren in de koelcellen boven de wettelijke norm van drie parts per million van deze stof te zitten; ze mochten niet in de handel komen tot het gehalte was gedaald. De oorzaken van de hoge gehaltes zijn niet helemaal duidelijk, maar de telers zijn dit seizoen, mede op advies van fabrikant BASF, erg terughoudend met het middel. In België heeft de affaire zelfs geleid tot een voorlopig verbod op het gebruik van CCC

Wertheim: We hebben nooit vermoed dat CCC problemen zou geven. Het is al zo lang toegelaten. Als CCC wegvalt, kost dat de fruitteler per hectare drieduizend gulden extra aan snoeikosten. De fabrikanten willen met steun van de Nederlandse en Belgische telers het middel behouden voor de perenteelt. De toelating zou juni 2000 aflopen, maar ze vragen verlenging aan

Het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) en het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (RIKILT-DLO) toonden dit voorjaar aan dat het CCC-gehalte in peren met een kwart tot een derde is te verminderen door de vruchten een dag in water van 37 graden Celsius te bewaren. De stofwisseling wordt dan opgejaagd en de stof wordt versneld afgebroken. Deze vermindering is echter niet altijd genoeg en bovendien kan de kwaliteit lijden onder deze heat shock

Het praktijkonderzoek gebruikt CCC nog wel in proeven, al was het maar om een vergelijking te kunnen maken met andere methoden van groeiremming. Daarnaast onderzoekt het oon andere, nog niet toegelaten, chemische groeiremmer. Belangrijker zijn echter de niet-chemische alternatieven

Wortelsnoei

Het belangrijkste perenras, Conference, blijkt zonder chemische middelen redelijk te telen als de boompjes heel dicht op elkaar worden geplant. Het gaat dan per hectare bijvoorbeeld om twaalfduizend hele smalle boompjes zonder echte zijtakken of om drieduizend bomen met elk vier takken. Bij Doyenno du Comice is groeibeheersing door de boomvorm veel moeilijker

Een paardenmiddel om de bomen in bedwang te krijgen, is het inzagen van de stam. Een nieuwe methode die Rien van der Maas bij appels onderzoekt, is waterstress: zo weinig water geven dat de vruchtgroei er net niet onder lijdt, maar de scheutgroei wel. Bij peer is dit nog niet beproefd

Wortelsnoei is sterk in opkomst. Hierbij wordt een mes op een afstand van enkele tientallen centimeters van de boomrij door de bodem getrokken om een deel van de wortels door te snijden. De boom steekt dan energie in het herstel van zijn wortelstelsel, waardoor de bovengrondse groei zal achterblijven. Het idee is dat de boom zijn evenwicht tussen boven- en ondergronds volume hervindt, maar dan op een lager niveau

Balkhoven: Wortelsnoei bij appel hebben we uit en te na bekeken. Bij peer zijn de proeven echter steeds voortijdig afgebroken. We hebben pech gehad met de tuinen, vertelt Wertheim. De ene na de andere proeftuin moest sluiten. Dat is de ellende van de laatste jaren geweest, dat we steeds opnieuw moeten beginnen. Het Fruitteeltpraktijkonderzoek heeft nu een nieuwe start gemaakt in Randwijk. De proeven daar zijn nog jong en de nog bestaande proefvelden in Wilhelminadorp en Zeewolde worden binnen afzienbare tijd gerooid



Leendert Molendijk Maïswortelknobbelaaltje

Naam Leendert Molendijk, 37 jaar

Project Waardplantgeschiktheid en schadegevoeligheid van akkerbouwgewassen en groenbemesters voor Meloidogyne chitwoodi

Instituut Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt (PAV)

Budget 540 duizend gulden per jaar

Aanvang project 1996

Looptijd Tot 2001

Financiers LNV en Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

Tuinbouwpartners IPO, Instituut voor Rationele Suikerproductie, CPRO, PD (Het PAV werkt nauw samen met deze organisaties, maar ze maken geen onderdeel uit van het project)

Meloidogyne chitwoodi, het maïswortelknobbelaaltje, is een nematode met een reeks waardplanten. Op al die verschillende planten veroorzaken de aaltjes verschillende symptomen. Daardoor is lang niet duidelijk geweest dat het om oon plaag ging. Het aaltje kwam in 1937 al voor, maar pas in 1989 kwamen er echte misoogsten. Nuondermijnt het aaltje het streven naar vermindering van de grondontsmetting.

Sinds mei vorig jaar is het een quarantaine-organisme. Dat betekent dat het niet mag voorkomen in vermeerderingsmateriaal, anders is export niet mogelijk.

In dit onderzoek bekijken we op welke planten chitwoodi zich vermeerdert. Ook willen we weten bij welke aantallen er schade optreedt. Daarvoor doen we potproeven en veldproeven met gewassen en verschillende rassen. Inmiddels hebben we zo'n dertig gewassen onderzocht. Op schorseneer, peen en aardappelen vermeerdert het beest zich enorm. Het ras maakt daarbij niet uit. Ook groenbemesters, waaronder grassen, bevorderen de besmetting, omdat de nematoden zich daarin ook in de winter kunnen vermeerderen.

Zwarte braak, waarbij er helemaal niets op het land groeit, vermindert de besmetting. Daarvoor moet je wel alle onkruiden verwijderen en dat is best lastig. Maar daarmee krijg je de besmetting niet terug tot nul.

De volgende vraag is hoe je een rotatie opbouwt zonder dat er problemen optreden met de kwaliteit van het product. Je moet geen peen, aardappelen en schorseneren in oon rotatie zetten. Met de stamslaboon, die geen waardplant blijkt te zijn, is het besmettingsniveau een heel eind terug te dringen. Het jaar daarop is bijvoorbeeld aardappel schadevrij te telen. Ook kan je variëren in zaaidatum. Late peen, eind mei gezaaid, heeft veel minder last dan vroeg gezaaide peen. Dat komt doordat de natuurlijke sterfte van de nematoden in het vroege voorjaar groot is. Bovendien groeien de wortels van de peen later in het voorjaar sneller, waardoor de beesten de zijwortels pakken. De hoofdwortel blijft dan schoon.

Met dit soort onderzoek zie je dat de praktijk de resultaten zo ongeveer nder je handen vandaan haalt. Soms blijkt dat iets te vroeg. Zo leek een bepaald gewas geen waardplant, maar een jaar later bleek die conclusie te voorbarig. L.N., foto G.A

Vitaletta


Op dit moment hebben op de wereld naar schatting twee miljard mensen gebrek aan ijzer en een half miljard gebrek aan vitamine A

Betacaroteen, dat door het lichaam wordt omgezet in vitamine A, zit in veel bladgroenten, maar uit ons eigen onderzoek blijkt dat het lichaam dat vaak maar moeilijk kan opnemen. Het lichaam kan betacaroteen wel makkelijker uit dierlijke producten als zuivel en vlees halen, maar dat is voor veel mensen in de derde wereld te duur

Voor ijzer geldt deels hetzelfde verhaal als voor vitamine A: kinderen krijgen wel ijzer in hun voedsel, maar in datzelfde voedsel zitten vaak stoffen die de opname van ijzer afremmen. Ook hier is opname uit vlees makkelijker, maar vaak te duur

Vitamine A is belangrijk voor het oog. Een klein vitamine A-gebrek veroorzaakt nachtblindheid. Bij een groot gebrek ontstaan zweren op het hoornvlies, waardoor je uiteindelijk blind kunt worden. Maar belangrijker is de bijdrage die vitamine A kan leveren aan de gehele gezondheid van kinderen. We schatten dat je de sterfte onder kinderen jonger dan vijf jaar met een kwart kunt verminderen als je de bevolking vitamine A geeft. Volgens de Wereldbank is elke gulden die je besteedt aan vitamine A-capsules zelfs meer dan tien keer zo rendabel als een gulden voor het inenten van kinderen. Uiteraard wil niemand ervoor pleiten om op te houden met inenten, maar het belang van vitamine A wordt nog veel onderschat

De Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF willen nu het geven van extra vitamine A combineren met de inenting tegen bijvoorbeeld mazelen op een leeftijd van negen maanden. In veel projecten doen regeringen en hulporganisaties dat al. Een van de problemen is dat Azië door de economische crisis minder geld heeft. Je moet dus zoeken naar andere manieren om kinderen vitamine A toe te dienen

Ik denk dat zo'n snoepje zeker kan bijdragen aan de vitamine A- en ijzergehaltes. Natuurlijk hangt het succes af van welk deel van de populatie ze bereiken, dus van de prijs. Zo'n drager voor vitaminen en mineralen moet goedkoop zijn

Het probleem is: moet je bevorderen dat kinderen snoepen? Dat heeft ook te maken met de rest van de ingrediënten. Veel suiker is niet goed voor het gebit. Maar vanuit de nutriëntenvoorziening gezien is het een goed initiatief

Als ik zo'n snoepje mocht samenstellen? Ik zou er zeker vitamine A en ijzer in doen, maar ook vitamine C en jodium. Verder zou ik er misschien nutriënten als zink en een reeks van vitaminen aan toevoegen

Van zink weten we niet hoe vaak een tekort voorkomt, want de zinkstatus is moeilijk te bepalen. Maar uit onderzoek van een promovendus van onze leerstoelgroep is gebleken dat vijftig procent van de groeiachterstand bij kinderen in Ethiopië ontstaat door gebrek aan zink


Wageningers achten Unilevers cholesterolblokker veilig

Nieuwe margarine binnenkort op de markt


De nieuwe margarine van Unilever is niet de eerste margarine met een medicijnachtige impact op het cholesterolgehalte. Al sinds 1995 is in Finland een margarine te koop die zogeheten stanolen bevat. De Nederlandse cholesterolverlagende margarine, Becel Pro activ, heeft het phytosterol betasitosterol als werkzaam bestanddeel. De margarine wordt op de markt gebracht door Van den Bergh Nederland, onderdeel van het Unilever-concern. Nu de Europese Novel Food Committee positief zal adviseren over het nieuwe voedingsmiddel komt de margarine spoedig op de markt

Phytosterolen zijn verbindingen die nauw verwant zijn aan cholesterol. Ze zitten in kleine hoeveelheden in plantaardige oliën en de gemiddelde westerling krijgt er dagelijks zo'n tweehonderd milligram van binnen. In hoeveelheden van enkele grammen per dag blijken sterolen de opname van cholesterol op twee verschillende manieren te blokkeren. Ten eerste zorgen ze ervoor dat een deel van het cholesterol in het maag-darmkanaal kristallen vormt die de darmwand niet kunnen passeren en die met de ontlasting het lichaam verlaten. Ten tweede verdringen phytosterolen cholesterol uit de micellen. Micellen zijn vetbolletjes die in het spijsverteringskanaal worden gevormd en die fungeren als transportmiddel voor cholesterol en bepaalde vitamines

Omdat ongeveer een derde van het aanwezige cholesterol via de voeding het maag-darmkanaal binnenkomt, zijn sterolen effectieve cholesterolverlagers. Proefpersonen die vier maal daags een portie van dertig gram margarine met in totaal drie gram sitosterol innamen, zagen de hoeveelheid cholesterol in hun bloed met acht procent verminderen. Het slechte cholesterol (LDL), dat verantwoordelijk wordt gesteld voor hart- en vaatziekten, verminderde zelfs met dertien procent. Indrukwekkende resultaten, zeker als je beseft dat cholesterolverlagende medicijnen een verlaging van twintig tot veertig procent teweegbrengen

Maar heeft betasitosterol geen ongewenste neveneffecten? Volgens Unilever niet. En ook volgens de Europese Novel Food Committee, bestaande uit onafhankelijke wetenschappers onder wie de Wageningse hoogleraar prof. dr Martijn Katan, kan betasitosterol geen kwaad. Naar verluidt was het belangrijkste discussiepunt binnen de commissie de impact die de sterolen kunnen hebben op vetoplosbare vitamines zoals carotenen. De biobeschikbaarheid zou kunnen verminderen door sterolen, omdat zij hun plaats innemen in de micellen. Maar uit de Unilever-studies bleek dat dit meeviel. Proefpersonen die betasitosterolen namen, hadden slechts tien tot twintig procent minder carotenen in hun bloed

Niemand binnen Unilever of de commissie zag gevaar in de abnormale hoeveelheden waarin de sterolen werden opgenomen. En dat is ook niet zo vreemd, licht prof. dr Frans Kok van de sectie Humane voeding en epidemiologie toe. Sterolen zijn niet actief. Ze circuleren in het lichaam en worden uitgescheiden. Behalve dan als je phytosterolemie onder de leden hebt, een ziekte waarbij zowel phytosterolen als cholesterol zich in het lichaam ophopen, wat al jong leidt tot hart- en vaatziekten. Maar slechts oon op de vijftien miljoen mensen lijdt aan deze erfelijke ziekte

Dr Peter Zock van het Wageningen Centre for Food Sciences maakt zich niet zoveel zorgen over de impact van Pro activ op deze patiënten. Wel vraagt hij zich af of een dieet dat ongeveer tien keer zoveel sterolen bevat als normaal op lange termijn geen ongewenste gevolgen heeft. Er zouden wel eens veel meer mensen kunnen zijn die sterolen opslaan maar niet in die extreme mate als de phytosterolemie-patiënten. Die mensen zouden in de problemen kunnen komen. Over deze grotere groep is Zock niet honderd procent gerust. In de veertig onderzoeken die Unilever heeft laten verrichten, is niets van zo'n effect gebleken. Maar misschien komt dat doordat geen van de onderzoeken langer liep dan twee jaar. Het gebruik van Pro activ moet natuurlijk gemonitored worden, stelt Zock. Ik heb begrepen dat Unilever bezig is met het treffen van voorzieningen daarvoor. W.K., foto G.A

:Minister Apotheker is opgestapt wegens gebrek aan loyaliteit van zijn topambtenaren, menen enkele betrokkenen. Toen het er op aankwam, kreeg hij een mes in de rug gestoken, stelt de Wageningse socioloog Jan Douwe van der Ploeg. Ambtenaren hebben Apotheker laten vallen, meent LTO-voorzitter Gerard Doornbos. Met die negatieve verhalen groeven ze zijn graf. De twee critici doelen met name op de negatieve uitlatingen van de voorzitter van de departementale ondernemingsraad, die Apotheker een lichtgewicht-minister noemde. Het ministerie is onbestuurbaar, meent Van der Ploeg. De verschillende directies werken als koninkrijkjes langs elkaar heen. Dankzij het parafencircuit loopt alles uit op vertragingen en minimalistische compromissen. Van Aartsen wist wel te slagen als minister door dossiers voor zichzelf te houden en buiten de geijkte paden te werken, meent Van der Ploeg. Oogst

De Nijmeegse biologiestudenten dreigen naar Utrecht te vertrekken. Het gaat om studenten die tussen 1996 en 1998 biologie gingen studeren. Utrecht geeft hen een vijfde jaar studiefinanciering, Nijmegen niet. De zestig Nijmeegse studenten vrezen concurrentievervalsing van studenten met een extra studiejaar. De biologievereniging inventariseert nu hoeveel studenten trek hebben in zo'n overstap. De Nijmeegse biologiefaculteit heeft geen negen ton om het vijfde jaar van de studenten te financieren en wacht af hoe reëel de dreiging is. KU Nieuws

Net als de Landbouwuniversiteit heeft de universiteit in Groningen last van intimiderende baasjes. De ombudsfunctionaris van de universiteit constateert een toename van klachten onder het personeel, waarbij hoogleraren en leidinggevenden van diensten rechtstreeks intimiderend gedrag vertoonden tegenover de betreffende medewerker. Daarbij moeten we denken aan dreiging met ontslag en overplaatsing. De ombudsfunctionaris wil gedragsregels voor leidinggevenden, maar daar voelt het bestuur weinig voor. Gedragsregels op papier werken niet; regels zitten van binnen. UK

De veevoerindustrie, in opspraak geraakt door de Belgische dioxinekwestie, neemt de BSE-problematiek niet erg serieus. De mengvoerderbedrijven stoppen nog steeds diermeel in het veevoer, een potentiële besmettingsbron van de gekkekoeienziekte. Veertig procent van de monsters bij mengvoerderbedrijven en 27 procent van het diervoer op rundveebedrijven bevat diermeel, blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees. Sinds 1 maart mag er geen diermeel meer in het veevoer zitten, maar de mengvoerderbedrijven kunnen niet uit de voeten met deze nultolerantie, meldt een woordvoerder van de fabrikanten. Oogst

Postacademisch onderwijs is booming business in de snel veranderende kennissamenleving. Kennis veroudert tegenwoordig sneller, het aantal fusies en afsplitsingen was nog nooit zo groot als de afgelopen jaren en werknemers veranderen vaker van functie, waardoor de behoefte aan scholing toeneemt. De cursisten zijn blij met het onderwijs, omdat ze even uit de waan van de dag kunnen stappen. Ik wil die vijfde dag dat ik uit mijn werk stap eigenlijk niet meer missen. Een andere, verrassende uitkomst: Bijna iedereen van onze groep verandert na afloop van de cursus van functie of baan. De criticus: Veel van die cursussen zijn overbodig, je leert de meeste vaardigheden het beste on the job. Univers

De varkenspest is geweest, maar nu komt de biggentering eraan. Op zeven varkensbedrijven is biggentering ofwel de wegkwijnziekte geconstateerd en de Gezondheidsdienst voor Dieren heeft aanwijzingen dat de ziekte op nog enkele tientallen varkensbedrijven voorkomt. Het is voor het eerst dat eze virusziekte, officieel Postweaning Multisymtemic Wasting Syndrome, in Nederland voorkomt. Het virus slaat vooral toe bij jonge biggen en zorgt ervoor dat de dieren langzaam wegkwijnen. Tegen de ziekte kan niet worden ingeënt. De Gezondheidsdienst en ID-DLO overleggen om een snellere opsporing en bestrijding van de ziekte te realiseren. Agrarisch Dagblad

De Vrije Universiteit verhoogt de aio-salarissen bij de divisie natuurkunde. Een eerstejaars assistent in opleiding gaat er zevenhonderd gulden per maand op vooruit, in het tweede jaar krijgt ie vijfhonderd gulden meer dan nu, in het derde jaar driehonderd gulden extra. Daarmee schakelt de universiteit de salarissen gelijk met die van de NWO-stichting FOM. Natuurkunde in Amsterdam komt moeilijk aan nieuwe aio's en trekt steeds vaker aio's uit Oost-Europa aan. Sommig onderzoek ligt al anderhalf jaar stil, stelt een natuurkunde-aio. Je moet hard werken voor een laag salaris en dan heb je na vier jaar nog niets echt bereikt. Promoveren is echter geen gewoon werk: Het is maar de vraag of hogere beloningen meer aio's trekken. Ad Valvas

Re:ageer