Student - 24 april 2008

Volwassen

nieuws_2135.jpg
Vrijdagochtend vroeg, op de terugweg van een feestje, viel ik van mijn fiets. Het was een onschuldig dronkemansvalletje. Ik hield er niet veel meer aan over dan een geschaafde knie, een grote blauwe plek en een euforisch gevoel van geluk. Niets om je zorgen over te maken dus. Tot ik dit fiasco later, na een paar uur slaap, glunderend aan vriend en vriendinnen vertelde. Niemand vond het grappig. Vriend schudde langzaam zijn hoofd en zei: ohhhh, Iris. Vriendinnen keken ongeïnteresseerd langs me heen en zuchtten: tja, typisch.
Ik begreep het niet. Hier word je toch blij van? Hoe fijn is het om lak aan de wereld te hebben, keihard te zuipen, in je heel erg diep uitgesneden jurkje bijna charmante danspasjes te produceren, en dan op de terugweg van je fiets te vallen en ongeveer in je broek te piesen van het lachen? Is dit een afwijking van mij? Is het normaal om dit gedrag af te keuren? Zou het misschien tijd worden om volwassen te worden?
Soms ben ik bang dat het zo is. Het lijkt erop dat ik de enige derdejaars student ben die nog vrolijk wordt van dit soort dingen. Konden we in ons eerste jaar nog met z’n allen ‘chillen voor ons zakgeld’, nu komen we elkaar ook daadwerkelijk tegen op de plaats des studie, de Leeuwenborch, en praten we over carrièreplannen. De uitvinder van de kreet over het chillen is weliswaar gestopt met studeren, maar ook hij heeft plannen voor zijn leven gemaakt. Hij is met het mooiste meisje van de wereld naar Spanje vertrokken en woont nu samen met haar in een kraakpand. En zo gaat het: vriendinnen maken plannen om te verhuizen naar het land van hun vriend, kennissen verloven zich, en zussen worden zwanger. Ik gun het ze, echt. Maar ik word er wel een beetje benauwd van.
Voor ik het weet is mijn vriendengroep veranderd in een geplande maandelijkse bijeenkomst. We kunnen elkaar straks niet meer ontmoeten bij iemand thuis, want wederhelften moeten vroeg aan het werk, en dus zoeken we een locatie in een kroeg. Maar niemand zuipt hard, want men spaart voor een master in Californië, en niemand blijft nog slapen op de bank.
Ik ben hier geloof ik nog niet helemaal aan toe. Helaas kan ik niet van mijn omgeving eisen zich aan mij aan te passen, al zou ik dat graag doen. Toen mijn huisgenote laatst vertelde dat ze ging samenwonen, dacht ik stiekem diep van binnen: hoe durf je?! Is ons studentenleventje hier met al onze escapades niet goed genoeg meer voor je? Moet je per se op zoek naar de diepere zin van het leven? Moet het per se allemaal belangrijk en ingewikkeld worden?
Maar natuurlijk was ik niet echt kwaad. Ik ga vanzelfsprekend zelf ook een keer samenwonen en kinderen maken en dat soort dingen doen. Maar tot die tijd ben ik van plan heel schaamteloos, op vrijdagochtend, knetterdronken te zijn en er van te genieten.

Re:ageer