Wetenschap - 1 januari 1970

Volledig veilige melk is duur

De voedselveiligheid van melk een beetje vergroten kost niet zo veel. Maar als de melk nog veiliger moet worden, tot aan honderd procent, nemen de kosten die daarmee gemoeid zijn zeer sterk toe. De omvang van het melkveebedrijf speelt daarbij geen rol.

Of melk drinken nou wel of niet gezond is, duidelijk is in ieder geval dat het minder gezond wordt als er dioxine, antibiotica of een bacterie als salmonella in zit. Om de veiligheid van de Nederlandse melk te vergroten, kunnen in verschillende productiefasen maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat dergelijke stoffen in de melk komen. In de veevoerindustrie en de verwerkende industrie zijn die maatregelen relatief goedkoop, op de melkveehouderij zelf zijn die maatregelen duurder. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Natasha Valeeva, die op 9 september promoveert bij prof. Ruud Huirne, hoogleraar Economie van diergezondheidszorg en voedselveiligheid. De Russische promovenda concludeert dat het verhogen van de voedselveiligheid tot vijftig procent van het maximum betrekkelijk goedkoop kan, voor anderhalve euro per ton melk. Reden is dat die veiligheid te bereiken is met vooral maatregelen in de veevoerindustrie en de verwerkende industrie. Hogere niveaus van veiligheid, tot honderd procent, kunnen alleen gehaald worden tegen kosten die exponentieel stijgen, tot zo’n 44 euro per ton melk. Het merendeel van die maatregelen moet dan op het melkveebedrijf genomen worden. De kosten per melkeenheid zijn voor grote en kleine bedrijven gelijk. Valeeva concludeert dan ook dat bedrijfsomvang geen rol mag spelen in de discussie over de veiligheid van melkproductie. / JT

Re:ageer