Wetenschap - 1 januari 1970

Volgens de Volksbeweging tegen de Lelijkheid valt over smaak wel te twisten

Volgens de Volksbeweging tegen de Lelijkheid valt over smaak wel te twisten


Het moet toch echt een volksbeweging zijn waar het volk nog nooit van
gehoord heeft, de Volksbeweging tegen de Lelijkheid. De Utrechtse
wetenschappers Michiel Hogerhuis en Martijn van Oorschot hebben zich in
opdracht van de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek en
Habiforum tot de trekkers gebombardeerd van deze beweging. Ze schreven het
boekje 'Een zoektocht naar schoonheid' over de prangende vraag waarom toch
telkens de vraag komt bovendrijven waarom Nederland zo lelijk is. Is
Nederland wel lelijk?
Dat is een interessant uitgangspunt, vind ik. Want hoe vaak wordt er niet
geklaagd over de 'verrommeling' van het Nederlandse landschap, de
lintbebouwing met glazen autodealerpaleizen en met golfplaat dichtgeklonken
distributiehallen van grootwinkelbedrijven langs de snelwegen, de
onooglijke eenzijdigheid van de nieuwbouwwijken, de catalogusboerderijtjes
die als witte schimmel net buiten de dorpsgrenzen opdoemen, de kale
desolaatheid van de bedrijventerreinen, de ondoordachte restauratie van
historische binnensteden - en zo zou ik nog wel een tijdje door kunnen
gaan.
Het adagium waarmee Hogerhuis en Van Oorschot de lelijkheidsvraag te lijf
gaan is 'over smaak valt wel te twisten!'. Dat is net zo'n dooddoener als
het gezegde dat het omgekeerde beweert, maar ja, je moet een uitgangspunt
hebben. En eigenlijk getuigt de manier waarop de auteurs verder het
probleem proberen te tackelen van een vergelijkbare simpelheid. Want de
vraag of het standpunt dat Nederland lelijk is, wordt door hen beantwoord
met zeven wedervragen die eigenlijk bijna beschuldigingen zijn aan het
adres van degene die vindt dat Nederland lelijk is. Heeft die er wel aan
gedacht dat het een zeer eendimensionaal standpunt is, dat het geen
specifiek standpunt is, of hij medestanders heeft, dat hij weerstand
oproept, dat hij de schuld niet bij zichzelf zoekt, enzovoorts. Het
probleem wordt geproblematiseerd.
Voor een volksbeweging schrijven Hogerhuis en Van Oorschot goed genoeg. Ze
nemen de lezer met simpele voorbeelden mee door de onoverzichtelijke wereld
van esthetiek, landschap, architectuur en andere culturele discussies, maar
de stof die ze willen behandelen is taaier en ondoorgrondelijker dan ze
graag zelf zouden willen. Daardoor verzanden de auteurs vaak en snel in
relatief moeilijke esthetische discussies en in even moeilijk taalgebruik
over wat ze nu eigenlijk willen. Hoe enthousiasmerend ze ook schrijven.
Bijvoorbeeld: ,,Nee, de discussie die wij bedoelen is een dialoog, niet
overtuigend maar explorerend, niet leidend tot het juiste antwoord maar
meer vragen oproepend, niet leidend tot het nihilistische begrijpen van
dingen, maar scheppend. Een dergelijke dubbele beweging in gang zetten,
esthetica hoger op de agenda zetten en dat doen door het creëren van
contact.''
Natuurlijk is het makkelijk het best wel aardige boekje af te doen met de
wel heel simpele kritiek dat het weinig volks is voor een volksbeweging,
maar de kritiek die ik heb snijdt dieper. De vraag of Nederland lelijk is,
is een belangrijke vraag. Het is terecht dat de onderzoekers bij allerlei
experts op bezoek gaan om te vragen wat zij daarvan vinden. De interviews
met bestuurder Herman Wijffels, architect Cees Dam, filosoof Henk
Oosterhuis en al die anderen zijn ook het meest leesbare deel van het boek.
Maar wat willen Hogerhuis en Van Oorschot met het boek? Wat is hun
doelgroep? Dat is niet het volk, dat zijn de beleidsmakers en onderzoekers
die zich bewegen in de kringen rondom hoogstaande, maar ook vage instituten
als de RMNO en Habiforum. Het is de vraag of je daarmee een maatschappelijk
debat kan vormen over de lelijkheid van Nederland?

Michiel Hogerhuis en Martijn van Oorschot, Een zoektocht naar schoonheid -
Over smaak moet je twisten!, RMNO/Habiforum, ISBN 9059311698, € 17,50.

Re:ageer