Student - 19 oktober 2006

Vogels op de Veluwe

Coby van Dooremalen, studente Dierwetenschap aan Wageningen Universiteit, deed onderzoek naar de bonte vliegenvanger. Met een laptop en een fietstas vol batterijen fietste ze dit voorjaar langs nestkastjes op de Hoge Veluwe.

‘Ik onderzocht de energiehuishouding van de bonte vliegenvanger tijdens het broedseizoen. Omdat ze overdag voedsel moeten zoeken voor hun kuikens verbranden ze veel energie. Ik wilde weten wat voor gevolgen dit heeft voor de energie die ze ’s nachts nodig hebben om hun lichaam te onderhouden. Is dit minder omdat ze nog maar weinig energie over hebben of past hun lichaam zich aan door ’s nachts ook meer energie te gebruiken?
Eerst inventariseerde ik het aantal vogelparen in een gebied van de Hoge Veluwe. Dit leverde 45 vogelparen op voor mijn onderzoek. Na de eerste broedsels maakte ik groepen en verdeelde ik de kuikens. Het ene paar kreeg er twee bij, de andere twee minder.
De kuikens van de bonte vliegenvanger zijn bijna helemaal kaal. Op een paar plekjes zitten donsveertjes: boven op hun hoofd, in hun nek, op hun schouders en op hun rug. Ik merkte de kuikens door de veertjes te verwijderen en op bepaalde plekken te laten zitten. Zo kon ik later onderscheiden welke kuikens in een nest erbij waren gezet.
Bij de nestkasten hingen ontvangers. De vogels droegen een microchip waar deze ontvanger op reageerde. Zo wist ik hoe vaak de ouders hun kuikens voedden.
Elke dag fietste ik langs alle nestkasten om de batterijen te vervangen en de data te downloaden op mijn laptop. Bezoekers van het natuurpark keken raar op als ze mij naast een boom op de grond zagen zitten met een laptop.
Tien dagen na het uitkomen van de eieren ving ik de vogels en spoot ik met isotopen gelabeld water in hun lichaampje. Het was wel even slikken de eerste keer dat ik met een injectienaald in hun buik prikte. Maar bonte vliegenvangers zijn taaie en relaxte vogels. ’s Nacht verbleven ze in een speciaal kastje dat het zuurstofgehalte meet. Daar sliepen ze de hele nacht rustig door. Als ik ze er ’s ochtends uithaalde, werden ze pas in mijn hand wakker.
Met de data van het speciale water en de meetkastjes rekende ik uit hoeveel energie de beestjes ’s nachts en overdag verbruikten. Het bleek dat hoe meer kuikens de vogels moeten voeren, des te minder energie ze de volgende nacht verbruiken.’

Re:ageer