Wetenschap - 27 augustus 2019

Voedseltransitie WUR: ‘Niet meer met één visie naar buiten treden’

tekst:
Albert Sikkema

De transitie naar kringlooplandbouw vraagt niet alleen om veranderingen bij boeren en consumenten, maar ook bij WUR, stelde Michel Berkelmans van het ministerie van LNV in juli in Resource. ‘Daar ben ik het helemaal mee eens’, zegt Katrien Termeer, hoogleraar Bestuurskunde van WUR. Vandaag deel 3 in de serie over voedseltransities.

©Tessa Louwerens

Termeer: ‘Alle betrokkenen bij een transitie moeten veranderen, dat geldt dus ook voor de WUR. Als organisatie moet je je eigen systemen tegen het licht houden. Met systemen bedoel ik de onderzoekparadigma’s, normen en waarden, routines, bestuurlijke processen en structuren. Een kenmerk van transities is namelijk dat je het niet redt met aanpassingen binnen het bestaande systeem en meer van hetzelfde. Het gaat om radicale vernieuwingen en vaak ook om het doorbreken van taboes.’

Taboes?

‘In de discussie over kringlooplandbouw zijn er enkele taboes, zoals de omvang van de veestapel en de premisse dat Nederland een landbouwexportland moet blijven. Ook binnen de WUR leven hierover verschillende overtuigingen. Daar moet je met elkaar kritisch op reflecteren.’

Moet WUR sorry zeggen?

‘Natuurlijk heeft Wageningen, als belangrijke speler in het landbouwnetwerk, een bijdrage geleverd aan een aantal van de huidige problemen in de landbouw. Oplossingen van gisteren vormen wel vaker het probleem van vandaag. Nieuwe inzichten ontstaan, de wereld verandert en je hebt dus andere antwoorden nodig. Het heeft geen zin om organisaties hierom te diskwalificeren, dat is de dood in de pot, want dan gaan mensen in de verdediging en dat is geen goed uitgangspunt voor een transitie. Ik zie ook veel kiemen van transitie naar kringlooplandbouw en bij veel daarvan zijn WUR of Wageningse alumni betrokken. Neem bijvoorbeeld de innovatieve Rondeel-stal en de ontwikkeling van quinoa-rassen in Nederland. Het punt is dat WUR daarnaast ook nog onderzoek doet vanuit het oude paradigma met een focus op opbrengst- en efficiëntieverhoging. Dat kan nadelig zijn, tenminste als dat onderzoek de problemen bestendigt.’

Wat vergt die omslag van WUR?

‘WUR moet nog intensievere verbindingen leggen tussen leerstoelgroepen, vooral tussen de technische en sociale wetenschappen. De houding was altijd: we ontwikkelen een nieuwe technologie en halen de maatschappijwetenschappen erbij voor de implementatie. Dat werkt niet meer. Sociale en technologische innovatie gaan hand in hand. Een voorbeeld is de Herenboeren. Een groep burgers wordt eigenaar en afnemer van een landbouwbedrijf. Daardoor verandert de aard van dat landbouwbedrijf ook in agronomische zin. Steeds moet je sociale en technische disciplines verbinden.’

Verschillende onderzoekers moeten vaker vanuit een gezamenlijke visie opereren?

‘Nee, je hebt juist veel diversiteit en theorieën nodig. WUR moet niet met één visie naar buiten treden, intern moet het flink schuren, we moeten verschillen met elkaar bespreken en tolerant zijn voor de variatie aan meningen en invalshoeken. Want die variatie en verschillen heb je nodig om tot innovaties te komen. Zonder wrijving geen glans. Dus we moeten niet bang zijn dat WUR met verschillende gedachten naar buiten treedt. Terugkaatsend naar Michel Berkelmans: ook het ministerie van LNV moet die diversiteit en dat debat dan waarderen.’

Moet je ook dingen laten om de transitie te bevorderen?

‘Ik denk dat de onderzoekfinanciering moet veranderen. Neem de topsectoren, waar bedrijven een deel van het onderzoek van Wageningen Research moeten co-financieren. Dat leidt tot veilig onderzoek en meer-van-hetzelfde-onderzoek, terwijl je eigenlijk nieuwe relaties tussen bedrijven, onderzoekers en maatschappelijke organisaties nodig hebt. Bij veel financiers moet je in het onderzoekvoorstel al uitleggen wat er uit het onderzoek komt. Voor transities is dat funest.’

Moet WUR anders omgaan met de externe partners?

‘Ik merk dat wij als onderzoekers ook heel erg in een regime zitten van targets halen, tijd schrijven op projecten, facturen versturen voor advies en zoveel mogelijk geld binnen harken. Ik denk dat we moeten nadenken over gratis advies, vaker koffie drinken bij externe relaties en vaker optreden als klankbord. Als we dat willen, moet WUR medewerkers ook anders evalueren. Want nu wordt ‘lummeltijd’ niet gewaardeerd, net als mislukte projecten. Terwijl je in transities risico’s moet nemen en projecten mogen mislukken. WUR-medewerkers moeten voelen dat ze de ruimte krijgen om nieuwe wegen en samenwerking te verkennen.’


Re:ageer