Wetenschap - 22 mei 2008

Voedselcrisis en landbouwgrond

De stijgende voedselprijzen worden door de landbouwsector aangegrepen om te pleiten voor behoud van grond voor de landbouw. Natuurmonumenten reageerde daar op door te stellen dat de paar hectares die in Nederland natuur moeten worden een te verwaarlozen bijdrage leveren aan het wereldvoedselvraagstuk. Het LEI kwam deze week op verzoek van LNV met een analyse van de waarde van landbouwgrond in het kader van de voedselcrisis.

Ir. Piet Rijk, onderzoeker bij het LEI:
‘Uit ons onderzoek blijkt dat op een hectare Nederlandse landbouwgrond vier keer zoveel graan geproduceerd wordt als op een gemiddelde hectare in de wereld. Dat komt door het systeem van agribusiness, voorlichting en kennis dat er in Nederland is. Dat betekent dus dat een hectare Nederlandse landbouwgrond wat dat betreft waardevoller is dan een hectare elders. Als de voedselprijzen omhoog gaan wordt de financiële waardering voor die productie ook hoger. Boeren kunnen op die grond meer verdienen, het wordt kostbaarder om dat land voor natuur aan te kopen en boeren zullen minder snel aan natuurbeheer doen.
In die zin moet je inderdaad voorzichtig omgaan met landbouwgrond en die niet zomaar een andere bestemming geven. Maar we concluderen ook dat het areaal landbouwgrond in Nederland de komende dertig jaar met vier procent zal afnemen, omdat de grond bijvoorbeeld een bestemming als natuur of woonwijken krijgt. Dat is een gegeven op basis van de huidige plannen en trends.
Van de andere kant is de bijdrage van die Nederlandse landbouwgrond aan de hele voedselcrisis inderdaad maar een fractie. De grote drijvers zijn de toename van het aantal mensen in de wereld en de toename van de productie van biobrandstoffen. In 2016 zal in de EU negen procent van de tarwe gebruikt worden voor bio-ethanol, nu is dat nog maar twee procent. Dat is een veel belangrijker ontwikkeling.
Nederland kan verder vooral bijdragen door de kennis die we hier hebben over de landbouw elders te gebruiken. In ontwikkelingslanden, maar zeker ook in Oost-Europa kan de productie per hectare nog flink omhoog.’

Re:ageer