Wetenschap - 1 januari 1970

Voedselautoriteit

Voedselautoriteit

Voedselautoriteit


De slager gaat zijn eigen vlees keuren, oordeelde de oppositie in de Tweede
Kamer toen bekend werd dat de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) onder
verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV zou gaan vallen. Onder het
‘ministerie voor boeren’ dus, waar je als consument weinig te zoeken hebt.
Is de voedselautoriteit in goede handen bij LNV?

Prof. Bernd van der Meulen, hoogleraar Recht en bestuur bij Wageningen
Universiteit:

,,Ik ben daar eerlijk gezegd niet zo opgewonden over. Het belangrijkste is
dat de voedselautoriteit zijn eigen deskundigheid heeft. Dat is veel
belangrijker dan de vraag welk ministerie uiteindelijk verantwoordelijk is.
Veerman oordeelt natuurlijk niet over wat veilig is en wat niet. De
minister zal hoogstens iets kunnen zeggen over de timing van boodschappen,
niet over de inhoud. Het lijkt me hoogst onwaarschijnlijk dat de minister
zich zal gaan bemoeien met meetresultaten en conclusies. Waarom Veerman de
autoriteit dan toch zo graag inlijft? Ja, hij is nu natuurlijk de baas over
zevenduizend extra ambtenaren. Hij is als het ware directeur van een groter
bedrijf, dat geeft meer aanzien.
Het gegoochel met de VWA is wel ongelukkig. Toen begonnen werd met de
voorbereidingen ging men ervan uit dat de autoriteit bij landbouw zou
komen. Dat vond de Kamer vorig jaar geen goed idee, dus kwam hij bij
Volksgezondheid, Welzijn en Sport. En nu wordt er plotseling tijdens een
kabinetsformatie even besloten dat de VWA toch naar landbouw gaat. Ik kan
me voorstellen dat je als medewerker het gevoel krijgt dat je een speelbal
bent geworden in een politiek machtsspel.
Maar goed, om terug te komen op de vraag, ik zou niet zien waarom de
voedselautoriteit zich onder landbouw anders zou ontwikkelen dan onder VWS.
Wij vallen als universiteit ook onder landbouw, maar ik geloof niet dat een
van mijn collega’s zijn collegedictaat opstuurt naar de minister ter
goedkeuring. Ik ben wel gelukkig met de juridische constructie die is
gekozen voor de voedselautoriteit. Het agentschap staat onder leiding van
een directeur-generaal, een ambtenaar die hoog staat in de ambtelijke
hiërarchie en dus status heeft. Ik ben ook wel blij dat er niet voor is
gekozen de voedselautoriteit een zelfstandig bestuursorgaan te maken, zoals
de OPTA. Die constructie is nogal in de mode. Maar je ziet aan de OPTA dat
ministers niet geneigd zijn veel bevoegdheden aan zo’n lichaam te geven
omdat het te ver weg staat van de overheid. Bovendien krijg je problemen
met de politieke verantwoordelijkheid. Als de voedselautoriteit te ver van
de overheid zou komen te staan, wordt het moeilijk om de minister ter
verantwoording te roepen in de Kamer. En dat is bij voedselcrises
natuurlijk wel belangrijk, je wilt niet dat de minister kan zeggen ‘daar ga
ik niet over’. Dus moet je ervoor zorgen dat de minister altijd
verantwoordelijk blijft. Je wilt toch niet dat de voedselautoriteit alleen
over de puur technische zaken gaat. |
K.V.

Re:ageer