Organisatie - 1 januari 1970

'Voedingssector kan zonder Big Brother'

De overheid moet stoppen met het controleren van de voedingsindustrie, en die taak overlaten aan door de bedrijven betaalde maar onafhankelijke instellingen. De nieuwe taak van de overheid wordt ‘toezicht op controle’. Dat concludeert het Landbouw Economisch Instituut in een onderzoeksrapport.

‘In het rapport kijken we naar het IKB-systeem, dat de kwaliteit van varkensvlees moet garanderen’, zegt Nico Bondt, eerste auteur van het rapport Voedselveiligheid, Ketens en Toezicht dat onlangs verscheen. ‘Daarnaast kijken we naar de GMP-regeling, een soortgelijk systeem voor veevoer. We beschouwen die cases als model voor de rest van de voedingssector.’
Beide systemen zijn bedoeld om de sector zichzelf te laten controleren. Die situatie acht het kabinet wenselijk voor de voedingssector. Volgens het LEI-rapport slagen de twee systemen er redelijk in, al is het niet altijd duidelijk waaraan ze wettelijk moeten voldoen. ‘De regelgeving is onoverzichtelijk’, zegt Bondt. ‘Wij zijn er ook niet precies achtergekomen hoe de vork aan de steel zit. Dat zou moeten verbeteren.’
In de systemen controleren auditors, verbonden aan onafhankelijke firma’s, de bedrijven in de sector. Ze gaan na of die volgens de richtlijnen werken en nemen monsters. Vallen de controles slecht uit, dan moeten ze opnieuw worden uitgevoerd. Omdat bedrijven de hercontroles zelf moeten bekostigen, ervaren ze dat al als een straf. De auditors zijn een kwetsbare schakel in het systeem, blijkt uit het rapport. Ze ondervinden bij hun werk druk om toch maar zaken goed te keuren.
‘De overheid moet er op toezien dat de auditors hun werk goed doen’, zegt Bondt. ‘Maar hoe, en wat een VWA bijvoorbeeld nog aan het systeem kan toevoegen is niet duidelijk.’ Dat die duidelijkheid er niet is, komt doordat de overheid zich terughoudend opstelt en niet vertelt welke eisen ze wil stellen aan sancties en kwaliteitssystemen.
Bondt en zijn collega’s voerden gesprekken met sleutelfiguren in de sector, bij de nieuwe controlerende instanties en de oude controlerende instellingen die onder de noemer van de overheid vallen, zoals de VWA. ‘Daaruit blijkt dat de twee onderzochte systemen van zelfregulering steeds beter zijn gaan werken’, zegt Bondt.
In het recente dioxineschandaal, vond het Wageningse Rikilt dioxines in producten van een Belgische bedrijf waarin Belgische instanties niets konden vinden. Hetzelfde bedrijf veroorzaakte in 1999 ook al een dioxinecrisis, en ook toen waren het de onderzoekers van Rikilt die de verontreiniging ontdekten. Dat soort voorvallen werpen de vraag op of controlerende instanties niet beter op zo’n groot mogelijke afstand van de bedrijven moeten staan. Als dat zo is, is het dan wel verstandig om de controle bij de overheid weg te halen en neer te leggen bij de sector zelf?
‘Het gaat om incidenten’, zegt Bondt. ‘Het zijn bovendien incidenten die de betrokken bedrijven graag hadden willen voorkomen, want ze zijn desastreus voor hun bedrijfsresultaten en imago. Ik zie er geen argument in om de situatie bij het oude te laten.’ / WK

Re:ageer