Wetenschap - 8 februari 2001

Voedingsinstituut ontwikkelt bacteriën voor supertoetje

Voedingsinstituut ontwikkelt bacteriën voor supertoetje

Wageningse onderzoekers werken mee aan een internationaal onderzoek naar soja- en zuivelproducten die de gezondheid bevorderen. In het project is de sleutelrol weggelegd voor bacteri?n. Nu zorgen ze al voor de omzetting van melk in bijvoorbeeld yoghurt en kaas, en voor die van sojabonen in tahoe. Straks maken ze ook vitamines en calorie-arme suikers.

In het project proberen onderzoekers bacteri?n gezondheidsbevorderende producten te laten maken door ze genetisch te modificeren of nieuwe natuurlijke varianten te vinden. Het gaat daarbij in de eerste plaats om producten met minder calorie?n. Die ontstaan als bacteri?n bijvoorbeeld niet meer de traditionele suikers maken, die nu in zuivelproducten zitten, maar suikers die minder calorie?n bevatten, zoals sorbitol en trehalose.

Een ander mikpunt van de onderzoekers zijn producten die minder vaak allergische reacties oproepen. Wereldwijd zijn er veel mensen die bijvoorbeeld slecht tegen melk kunnen, omdat ze de suiker lactose niet kunnen verdragen. Hetzelfde geldt voor soja. In grote hoeveelheden veroorzaken sojaproducten winderigheid, omdat de ingewanden niet goed raad weten met de suiker raffinose. De onderzoekers gaan daarom werken aan bacteri?n die de problematische suikers tijdens de fermentatie verbruiken.

Daarnaast hebben de onderzoekers interesse in manieren om de micro-organismen meer vitamine B2, B11 en B12 te laten produceren, en meer onverteerbare koolhydraten. Vooral ouderen willen wel eens te weinig van die vitamines binnenkrijgen. De producten die de onderzoekers nu gaan ontwikkelen kunnen dat dreigende tekort verhelpen. De onverteerbare koolhydraten bevorderen de groei van goedaardige micro-organismen in de darm. Die beschermen tegen infecties.

Dr. Jeroen Hugenholtz, werkgroepleider van Nizo Food Research, co?rdineert het project. Daarnaast is hij verbonden aan het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS), een andere deelnemer. "Nederlandse onderzoekers drukken een zwaar stempel op dit project", zegt Hugenholtz. Hij wijst op de deelname van Nizo, WCFS, Campina Melkunie en de universiteit van Groningen aan het project. Andere participanten zijn onder meer het Franse Inra en de universiteit van Cork in Ierland.

Het project heeft een looptijd van vier jaar. Er gaan 3,6 miljoen Euro of 7,9 miljoen gulden in om. | W.K.

Re:ageer