Wetenschap - 1 januari 1970

‘Voeding is de as waar het Wageningse wiel om draait’

Binnenkort verbreekt hij officieel zijn banden met Wageningen, waar tientallen jaren maar weinig gebeurde wat hij niet wist. Toch heeft prof. Jo Hautvast, de vertrekkende directeur van WCFS, geen last van melancholie. ,,Ik kan goed afscheid nemen’’, zegt hij.

De hoogleraar wijst naar het vierkante silhouet van het Biotechnion, dat aan de andere kant van het raam tussen de kale bomen oprijst. ,,Daar zit Humane Voeding, de vakgroep die ik en mijn collega’s vanaf de jaren zeventig hebben opgebouwd. Vier jaar geleden ging ik er weg en droeg ik de groep over aan Frans Kok. Ik werd directeur bij WCFS en kwam in dit gebouw te zitten, tegenover mijn oude vakgroep. Ik moet je zeggen dat ik nooit voor het raam heb gestaan met het gevoel dat ik naar die periode terug verlangde. Als ik erbij stil stond hoeveel van mijn verleden zich daar heeft afgespeeld, dan dacht ik: het loopt daar op rolletjes. Frans heeft zijn zaken uitstekend voor elkaar. Ze hebben je niet nodig.’’
Hautvast verruilde in 1972 Nijmegen voor Wageningen. Hij was arts, had in Afrika gewerkt, hij was volkomen on-Wagenings en was niet van plan de koers te volgen die de universiteit - toen nog hogeschool - voor hem had uitgestippeld. ,,Wageningse voedingsonderzoekers moesten zich in die dagen bezighouden met de smaak van de tomaat. Daar had ik geen zin in. Ik was in Tanzania directeur geweest van een ziekenhuis. Ik had onder beroerde omstandigheden kinderen op de wereld gebracht. Er waren belangrijker dingen te onderzoeken dan de smaak van de tomaat.’’

Food Valley
Voeding en gezondheid. Dat wilde Hautvast onderzoeken, tot afschuw van de toenmalige bestuurders. ,,Toen ik bloed- en urinemonsters wilde onderzoeken moest ik op het matje komen. Zijn we een medische faculteit begonnen, wilde het college weten. Dat is hoog opgelopen, hoor. Ik heb nog gedreigd dat als ik niet de ruimte kreeg, ik met mijn groep naar Maastricht zou verhuizen.’’
Dat was niet nodig. Hautvast kon uiteindelijk zijn gang gaan, en naarmate de tijd verstreek bleek dat hij op het goede paard had gewed. Hoe voeding de gezondheid beïnvloedt werd een prominent thema, waaraan de nieuwsmedia letterlijk dagelijks aandacht zouden besteden. Voeding, zei Hautvast al in de jaren tachtig, moest de as worden waar het Wageningse wiel om draait. In de vroege jaren negentig zei hij het hardop, toen hij de diesrede uitsprak.
,,Wageningen moet iets hebben wat alle Wageningers direct of indirect bindt. Dat is voeding, hoe je het ook wendt of keert.’’ Lang niet iedereen was het met hem eens, maar in 1996, tijdens een strategische conferentie over de koers die het Wageningse conglomeraat van universiteit en onderzoeksinstituten kreeg Hautvast alle gelijk van de wereld. De conferentie riep niet ‘landbouw’, niet ‘milieu’, maar ‘voeding’ uit tot core business van Wageningen. De hoogleraar suggereerde toen om de regio om te dopen tot Food Valley, vooral omdat food een positiever uitstraling heeft dan ‘landbouw’.
Inmiddels hebben bestuurders de mond vol van Wageningen Food Valley, maar Hautvast spreekt inmiddels liever over de Dutch Food Valley. ,,De Valley is groter dan Wageningen.’’ Ook Unilever Research in Vlaardingen hoort erbij, vindt Hautvast. Niet alleen omdat je daar struikelt over de Wageningers, maar ook omdat de onderzoeksafdeling van de multinational via WCFS nauw samenwerkt met Wageningen. Dat geldt ook voor Veendam, waar de onderzoeksafdelingen van zetmeelreus Avebe zich bevinden. Allemaal Food Valley.

Balpennen
,,We hebben de Food Valley hard nodig’’, zegt Hautvast. ,,Laten we wel wezen: de voedingsindustrie is de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Dat maakt kennis over veilige voeding, gezonde voeding en beter smakende voeding zo belangrijk. Grondstoffen voor voeding produceren, dat kan iedereen. Bedrijven zijn niet aangewezen op de Nederlandse landbouw, wel op kennis over hoe je van die grondstoffen een kwaliteitsproduct maakt.’’
Food Valley is geen kunstmatige constructie, geen excuus om congressen te organiseren en balpennen uit te delen, zegt Hautvast. Het is het epicentrum van de economische vernieuwing. En middenin dat epicentrum, zegt de hoogleraar, bevindt zich WCFS. ,,Naast andere prominente voedingsinstituten’’, nuanceert Hautvast bescheiden. ,,Natuurlijk.’’
De Japanners, het Franse onderzoekscentrum INRA, het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie, de Amerikaanse FDA – allemaal zijn ze al eens op bezoek bij WCFS geweest, om te kijken hoe de samenwerking tussen door de overheid bekostigde universiteiten als die van Wageningen en Maastricht, instituten als Nizo, A&F en TNO, en de voedingsindustrie in zijn werk gaat.
,,We doen geen contractonderzoek’’, zegt Hautvast. ,,Alles wat we doen wordt gepubliceerd. De bedrijven die deelnemen hebben wel het voorrecht dat ze er met hun neus bovenop staan, en als eerste horen wat onze onderzoekers vinden. Zo hebben ze een voorsprong op hun concurrenten.’’
WCFS en de groep van prof. Martijn Katan doen nu bijvoorbeeld onderzoek naar de vitamine foliumzuur. Er loopt een trial waarin onderzoekers honderden mensen volgen die extra foliumzuur krijgen. Voor bedrijven, zelfs voor grote bedrijven, is het onmogelijk een studie van die omvang te financieren. Het onderzoek, dat ergens in 2005 klaar moet zijn, zal duidelijk maken of levensmiddelen met extra foliumzuur de kans op darmkanker en hart- en vaatziekten verminderen. De uitkomsten van die trial bepalen welke claims bedrijven maken als ze producten op de markt brengen die meer van de vitamine bevatten.
Microbiologen van de groep van prof. Willem de Vos werken binnen WCFS alvast aan manieren om die voedingsmiddelen te produceren. Ze zoeken in de natuur naar melkzuurbacteriën die foliumzuur in grote hoeveelheden aanmaken, en kunnen worden ingezet bij de productie van nieuwe yoghurtsoorten.

Bridgen
,,Voordat we iets gaan onderzoeken, overleggen we met de bedrijven’’, zegt Hautvast. ,,Denken ze dat de kennis die uit het onderzoek komt kunnen gebruiken? Kunnen ze het onderzoek gebruiken voor hun productontwikkeling? Als we op beide vragen ‘nee’ te horen krijgen, dan gaat de zaak niet door.’’
Hautvast benadrukt dat het veld waarop WCFS actief is, wetenschappelijk de moeite waard is. ,,De industrie wil juist dat we risico’s nemen, dat we fundamenteel onderzoek doen. Alsjeblieft geen me-too-onderzoek, drukken de bedrijven ons op het hart. Ze vergeven het ons als we een keer op ons bek gaan, want ons onderzoek levert over vijf tot tien jaar nieuwe producten op. We doen onderzoek waar de industrie als geheel baat bij heeft, maar waarvoor de bedrijven individueel de middelen niet in huis hebben.’’
Over een week neemt drs Driek Vergouwen, tot voor kort onderzoekshoofd bij Organon, de taken van Hautvast over. Zijn belangrijkste taak wordt allereerst het voortzetten van de samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en de andere partners. De contracten lopen tot en met 2007. En Hautvast? Helemaal stoppen met werken doet hij niet. Hij heeft nog wat commissies en bestuurswerk – hij is vice-voorzitter van de Gezondheidsraad - en over een paar maanden krijgt hij een eredoctoraat aan een Zuid-Afrikaanse universiteit. Wel verlaat hij een universiteitsstad waar hij als geen ander een stempel op heeft gedrukt, en gaat bridgen.
,,Of golfen. Ik krijg nu tijd voor allemaal dingen die ik graag had willen doen, maar waar ik niet aan toekwam. Ik kijk terug op de afgelopen jaren met een goed gevoel. Het is mooi geweest.’’

Willem Koert




WCFS

WCFS is een samenwerkingsverband van overheid, industrie en onderzoeksinstellingen. Avebe, Cosun, CSM, DSM, Unilever en NZO werken er samen met Wageningen UR, Nizo Food Research, TNO en de Universiteit Maastricht.

Re:ageer