Wetenschap - 1 januari 1970

Voeding in de verkiezingen van 2003

Voeding in de verkiezingen van 2003

Voeding in de verkiezingen van 2003


De voedselschandalen van de voorbije jaren, van de dioxinecrisis tot de MPA-
hysterie, hebben voedsel en voedselveiligheid op de politieke agenda gezet.
Alle grote partijen noemen voedselpolitiek in hun verkiezingsprogramma’s.
Allemaal zijn ze voorstander van een voedselautoriteit en een systeem van
tracking and tracing dat gedetailleerd vertelt hoe voedingsmiddelen zijn
geproduceerd. Maar daar houden de overeenkomsten op.

SP

De partij die het meeste werk van voeding heeft gemaakt is de SP. De
maoïsten verklaren de oorlog aan de industriële voeding en de
voedingsindustrie. De SP vindt dat voedsel niet zomaar een handelswaar is,
en dat gentechnologie en vrije markt zich daarom zo min mogelijk met
voeding moeten bemoeien. Als het aan de SP ligt komt er een eind aan de
vrije wereldhandel in grondstoffen. Die leidt er maar toe dat ondernemers
boeren tegen elkaar uitspelen, en dat transporteurs energie verkwisten.
Nederland moet streven naar zelfvoorziening door de afzetkanalen te
verkorten.
De kwaliteit van ons voedsel moet verbeteren. Onze kinderen, stelt de SP,
worden slachtoffer van de landbouwgiffen op de gewassen. Scherpere normen,
maar ook systemen die de herkomst van ons voedsel snel kunnen traceren,
moeten daarbij helpen.
Gentech is een vies woord binnen de SP. Genetische modificatie van
voedingsmiddelen mag niet en producten met gemodificeerde bestanddelen zijn
niet voor consumptie geschikt. De introductie van gentechgewassen in het
milieu is een grote gok en het is een illusie dat gentech de
voedselproductie in arme landen verder kan helpen, wat de makers van de
Gouden Rijst ook mogen beweren. Economische achterstelling veroorzaakt
kindersterfte, meent de SP, en Gouden Rijst is niets meer dan
symptoombestrijding.
In 2006 moet minstens tien procent van alle voeding biologisch zijn. Het
afschaffen van de BTW op biologische voeding moet daarbij helpen, net als
de bestedingen van LNV. Het ministerie moet ten minste tien procent van
zijn onderzoeksbudget en zijn middelen voor onderwijs inzetten voor
biologische landbouw.

GroenLinks

De gevoelens van Groen Links voor biologische voeding zijn mogelijk nog
warmer dan die van de SP. Maatschappelijke organisaties die stennis maken
over gentech krijgen, als het aan GroenLinks ligt, allemaal subsidie. De
overheid moet de samenleving het goede voorbeeld geven en in de kantines
van overheidsinstellingen uitsluitend biologische producten verkopen. Wie
omschakelt naar biologische producten hoeft geen BTW meer te betalen en
krijgt subsidie. Er moet een keurmerk komen dat consumenten vertelt of hun
voedsel duurzaam is geproduceerd. Ook moeten de prijzen voor vlees omhoog,
zodat de consument betaalt voor de schade aan het milieu die de vleessector
veroorzaakt.
Voedingsmiddelen met gentechbestanddelen moeten een label hebben waarop dat
vermeld staat en de overheid moet gentechvrije ketens garanderen. Die
voorzieningen zijn voor GroenLinks echter nog maar het begin, want
uiteindelijk moeten we toe naar gentechvrije en ecologische voeding.
Mild is GroenLinks voor de nieuwkomers binnen de EU die hun
voedingsindustrie nog niet onder controle hebben. Van GroenLinks mogen ze
toetreden, maar moeten alle producten die nog niet deugen een keurmerk
krijgen waardoor ze de nationale grenzen niet meer over kunnen.
Opmerkelijk is dat GroenLinks als enige partij een punt maakt van de
controle over de voedselautoriteit. De politiek is en blijft
eindverantwoordelijk voor de voedselautoriteit.

PvdA
Van alle partijen is de PvdA het meest ingenomen met de totstandkoming van
de nationale voedselautoriteit, en als het aan de sociaal-democraten ligt
komt er snel een Europees equivalent. De autoriteit moet snel meer te
zeggen krijgen, en gaan vallen onder een nieuw ministerie voor
Consumentenzaken, Voedselveiligheid en Landbouw. Die overheidslichamen
moeten toezien op certificering en eerlijke informatie aan consumenten, die
het recht krijgen informatie over de productiewijze van voedsel eenvoudig
op te vragen, zodat ze bewuste beslissingen kunnen nemen.
Binnen de PvdA heerst geen hallelujasfeer rond biologische voeding, al
willen de sociaal-democraten wel dat voedselproducenten ook milieukosten in
hun prijzen gaan doorberekenen. De PvdA heeft een voorkeur voor een
gentechloze voedselproductie. Gentech mag alleen als honderd procent zeker
is dat de technologie veilig is, de nieuwe genen niet kunnen ontsnappen en
de technologie daadwerkelijk de voedselvoorziening verbetert – bijvoorbeeld
in de derde wereld. De consument moet altijd kunnen nagaan of een product
gemodificeerde bestanddelen bevat.

CDA

De christen-democraten maken in hun programma een punt van de genetische
modificatie van dieren. Dat mag, maar alleen voor medische doeleinden, en
na ethische toetsing. Over genetisch gemodificeerde planten rept de CDA, de
meest populaire partij onder boeren en tuinders, met geen woord.

Wel is het CDA voorstander van biologische voeding. Er moeten BTW-
verlagingen en premies komen voor boeren die overschakelen op biologische
landbouw. Verder moet er een einde komen aan het non-vaccinatiebeleid voor
dierziekten die niet gevaarlijk zijn voor mensen.

VVD
Als het liberalisme een huis is met veel kamers, zoals Frits Bolkestein
placht te zeggen, dan is er in dat huis een etage ingeruimd voor een
biotechnologisch lab. De liberalen omarmen de biotechnologie, zolang die
tenminste economisch verantwoord is. Al was het maar omdat biotechnologie
de kwaliteit van voedsel kan verbeteren en mogelijkheden voor de derde
wereld biedt.
De VVD wil meer ruimte voor biotechnologie, al moet de overheid wel
voorwaarden stellen om de risico’s te beteugelen. Dat moet gebeuren binnen
het kader van een Europese wetgeving, die duidelijker en eenvoudiger is dan
de huidige. Het is de liberalen een doorn in het oog dat het ministerie van
VROM zo zelden veldproeven toestaat.
Opvallend is dat hoewel ook de VVD voorstander is van certificering,
tracking and tracing en de voedselautoriteit, de liberalen wel vinden dat
de overheid zich moet beperken tot het scheppen van een kader om de
voedselproductie te reguleren. De overheid moet de uitwerking daarvan
overlaten aan het bedrijfsleven.

LPF

De door partijpolitiek verscheurde Fortuynianen zijn er nog niet aan
toegekomen hun standpunt over voedsel te overdenken. Wat dat betreft is het
jammer dat de LPF het zonder haar landbouwspecialist Winny de Jong moet
stellen. Toen de gewezen baas van het Centraal Bureau voor Levensmiddelen
nog kamerlid voor de LPF was, zei ze dat ze de subsidies op biologische
producten graag zou afschaffen. Zelf at de LPF-diva geen biologische
groenten en fruit uit angst voor schimmels.
Niks van dat alles in het LPF-program. De partij vindt wel dat het voedsel
van de nieuwe EU-lidstaten alleen op de markt mag komen als dat aan de
voorwaarden van Brussel voldoet. En wat die uitbreiding betreft: de LPF
vindt niet dat de nieuwe landen er klaar voor zijn. Net als de EU.

Willem Koert

Re:ageer