Wetenschap - 12 mei 2011

Vluchtelingenkamp 'goudmijn' voor omgeving

tekst:
Joris Tielens

Vluchtelingenkamp ontwikkelt zich tot stad. Economie gebaseerd op ­hulpgeld.

Bij een vluchtelingenkamp denk je aan tenten in een woestijn waar hulpeloze vluchtelingen gered worden door hulpverleners. In werkelijkheid, stelt antropoloog Bram Jansen in zijn proefschrift The Accidental City, lijkt het vluchtelingenkamp Kakuma in het noorden van Kenia meer op een permanente stad. Een stad met een levendige economie, die draait op de hulpbron hulp en kans biedt op een ticket naar het westen.
Jansen leefde er bijna twee jaar en sprak met Soedanezen, Somaliërs, Ethiopiërs en anderen, van verder weg, die er hun toevlucht zochten. De zestigduizend mensen wonen er niet in tenten maar in stenen huizen, sommigen al sinds 1992, het jaar dat Kakuma werd opgericht. De Wageningse onderzoeker beschrijft hoe in het kamp een lokale economie ontstond op basis van de hulp. Mensen gingen een deel van hun rantsoen ver­handelen waardoor winkeltjes, restaurantjes, bioscoopjes ontstonden.
Mini-staatje
Veel vluchtelingen doen betaald werk voor de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en andere hulporganisaties. Die inkomsten worden besteed in Kakuma, bijvoorbeeld aan vlees dat nomaden uit de omgeving er verkopen. Of aan reizen naar de steden, om daar weer te handelen.  Zo is het kamp inmiddels ook een bron van inkomsten voor lokale bevolking, die over Kakuma spreekt als een goudmijn, vertelt Jansen.
Daar komt bij dat het kamp een relatief stabiel bestuur kent. In naam is dat de Keniase overheid maar in feite zwaait de UNHCR er de scepter. Rechten van kinderen en vrouwen worden daardoor bijvoorbeeld beter gerespecteerd  dan in de rest van Kenia. Het vluchtelingenkamp is in feite een mini-staatje waar de allerarmsten van Kenia, Soedan of Somalië beter af zijn dan buiten het kamp. 'Kakuma groeit en verbindt zich met de omgeving en de gewone economie', vertelt Jansen. 'Er zijn zelfs al sociale klassen.'
Ticket naar de EU
Het kamp biedt daarnaast kans op een ticket naar de VS of de EU. De UNHCR selecteert groepen en individuele vluchtelingen voor wie het niet veilig genoeg is om terug te kunnen naar hun eigen regio.  Tussen 2001 en 2006 kwam zo een vijfde van de vluchtelingen  in de VS of EU terecht, terwijl de omvang van het kamp in die tijd alleen maar groeide.
Het kamp biedt dus voordelen, maar de toegang is alleen weggelegd voor 'officiële' vluchtelingen. 'Over de identiteit van vluchtelingen, en of ze terug kunnen naar hun regio van herkomst of niet, wordt onderhandeld tussen vluchtelingen en hulporganisaties', zegt Jansen. 'Het is afhankelijk van het verhaal dat vluchtelingen hebben, en van het beeld dat anderen van hen hebben.' De bewoners van ­Kakuma hebben belang bij het beeld van de hulpeloze vluchteling, concludeert hij, want dat geeft ze de identiteit van vluchteling. 'Ik ben niet zo geïnteresseerd in de vraag in hoeverre dat fraude behelst of eerder een gerechtvaardigde zoektocht naar een beter bestaan. Ik wil beschrijven wat er gebeurt en dat in de sociale omgeving duiden.'

Re:ageer