Wetenschap - 1 januari 1970

Vleesvervanger moet meer naar vlees smaken

Het zou nog wel eens knap lastig kunnen worden om de markt voor vleesvervangers te laten groeien. De consumenten waarop bedrijven hun hoop hebben gevestigd, de niet-vegetariërs die zich wel eens aan een vleesvervanger wagen, verschillen niet wezenlijk van andere vleeseters.

,,Als je kijkt naar wat vegetariërs belangrijk vinden, vormen ze duidelijk een apart marktsegment’’, zegt drs Annet Hoek, aio bij de afdeling Humane voeding. ,,Als vegetariërs voedingsmiddelen kopen, dan vinden ze het vooral belangrijk dat die gezond en ecologisch verantwoord zijn. Bij vleeseters werkt het anders. Bij hen gaat het vooral om de kwaliteit-prijsverhouding en de smaak.’’ De vleesetende consumenten die zich wel eens tot een vleesvervanger laten verleiden zitten tussen die twee groepen in, maar lijken meer op de vleeseters dan op de vegetariërs, blijkt uit de studie die de onderzoekers in Appetite publiceren. Dat heeft consequenties voor de ontwikkelaars van vleesvervangers, aldus Hoek.
,,De producten die nu op de markt zijn, leunen zwaar op hun gezondheidsimago. Als je de consumptie van vleesvervangers echt wilt stimuleren zul je toch ook andere wegen moeten inslaan. Vegetariërs vinden gezondheid en het milieu belangrijker dan de smaak, maar de niet-vegetariërs niet. Ik ben bang dat je die consumenten zult moeten verleiden met een product dat meer op vlees lijkt.’’
Als Hoek gelijk heeft, moeten de ontwikkelaars van vleesvervangers een andere richting inslaan. Nu is het idee nog dat vleesvervangers een aparte categorie producten zijn, die vooral niet al teveel op vlees moeten lijken omdat ze de vergelijking toch niet kunnen doorstaan. | W.K.

Re:ageer