Wetenschap - 1 januari 1970

Vleeskuikens kunnen veel tarwe aan

Vleeskuikens kunnen veel tarwe aan

Vleeskuikens kunnen veel tarwe aan

Goed nieuws voor zowel akkerbouwers als pluimveehouders: het voer van vleeskuikens kan voor zestig procent uit tarwe bestaan. Voor de kuikenmesters betekent dit goedkoop voer en voor de akkerbouwers een afzetmogelijkheid voor hun graan. Het aandeel tarwe in vleeskuikenvoer kan in Nederland stijgen van zes- naar achthonderdduizend ton per jaar. Dit is de uitkomst van een net afgerond driejarig onderzoek van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO), het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP), het Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt (PAV), TNO-Voeding en ILOB-TNO. Het onderzoek werd betaald door het Productschap Diervoeder, het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten en het ministerie van LNV. Op 18 mei is er een studiedag over gehouden bij het ID-DLO in Lelystad voor boeren, voederindustrie, veredelaars en onderzoekers

Tarwe bevat niet alleen goed verteerbaar zetmeel, maar ook niet-zetmeel polysacchariden zonder voederwaarde, zoals pentosanen. Deze pentosanen maken de spijsbrij in het maagdarmkanaal van het kuiken stroperig. Hierdoor kunnen enzymen niet goed bij de voedingsstoffen en dat is nadelig voor de verteerbaarheid van het voer, vooral van harde vetten. Er zijn tarwerassen die zo'n grote stroperigheid veroorzaken dat ze minder geschikt zijn voor vleeskuikens. Dit geldt voor verschillende tarwes waar een roggechromosoom is ingekruist om de ziekteresistentie van het gewas te verbeteren. Deze worden op grote schaal geteeld in verschillende EU-landen, vooral in Engeland, maar niet in Nederland. M.Hg

Re:ageer