Wetenschap - 15 februari 2012

Vleeskalveren gebaat bij meer vast voer

Vleeskalveren groeien op een rantsoen met veel kunstmelk en beperkte hoeveelheden kracht- en ruwvoer. Uit welzijnsoogpunt moeten ze meer vast voer krijgen, blijkt uit Wagenings onderzoek.

kalf-P10603211.JPG
De kalveren gaan twee weken na hun geboorte van de melkveehouder naar de kalvermester, die ze op een leeftijd van zes maanden en 250 kilo zwaar bij de kalverslachterij aflevert. De afnemers krijgen bij voorkeur blank kalfsvlees, omdat de buitenlandse consument dat hoger waardeert. Daarom krijgen de kalveren een weinig vezelrijk dieet, omdat het ijzer in die vezels leidt tot het minder gewaardeerde rosé kalfsvlees. De hoofdmaaltijd is kunstmelk, aangevuld met wat kracht- en ruwvoer.
In de eerste weken zijn de kalveren dol op melk, maar daarna ontwikkelen ze zich tot herkauwers. Omdat ze bij de kalvermester weinig vezelrijk voer krijgen, kunnen ze hun natuurlijke kauw- en herkauwgedrag maar beperkt vertonen. Als gevolg gaan ze uit frustratie abnormaal oraal gedrag vertonen, zoals schijnkauwen, tongrollen en excessief likken en bijten aan stangen en trog. Onderzoeker Laura Webb zette kalveren op een proefbedrijf van Wageningen UR gedurende vier maanden vier verschillende rantsoenen voor, met oplopende hoeveelheden vast voer. Alleen de kalveren die de hoogste hoeveelheden vast voer kregen aangeboden, vertoonden minder frustratie in de vorm van abnormaal gedrag, meldt ze deze maand in Applied Animal Behaviour Science.
Inmiddels heeft ze ook een tweede test gedaan met een nieuwe groep kalveren. Die mochten 24 weken lang zelf hun dieet bepalen uit een ongelimiteerd aanbod van kunstmelk, krachtvoer, gehakselde mais, stro en hooi. Dat leidde tot interessante resultaten. De kalveren dronken de eerste weken meer kunstmelk dan ze normaal krijgen aangeboden, namelijk zo'n 10 tot 13 liter per dag, maar dat nam in de weken daarna niet verder toe. In plaats daarvan aten ze steeds meer vast voer (vooral krachtvoer en hooi) tot bijna vier kilo per dag aan het einde van het mestperiode.

Dit voedingspatroon wijkt sterk af van de praktijk, waarin de kalveren in de laatste weken soms wel 30 liter kunstmelk en weinig vast voer krijgen aangeboden. Webb vindt dat de Europese richtlijn op het gebied van voer voor kalveren moet worden aangepast. Die richtlijn schrijft voor dat kalveren van 8 weken oud minimaal 50 gram vast voer moeten krijgen en die van 20 weken oud minstens 250 gram. Uit het oogpunt van dierenwelzijn moeten die minimale hoeveelheden worden verhoogd, stelt Webb.

Re:ageer