Organisatie - 24 november 2005

Vlamvertragers verstoren schildklierhormoon

Verbindingen die tapijten, bankstellen en elektronische apparatuur minder brandgevaarlijk maken, kunnen in het milieu de werking van schildklierhormoon verstoren. Dat schrijft de Wageningse toxicoloog ing. Merijn Schriks in Toxicology in Vitro.

In het meest extreme geval leiden verstoringen in de werking van het schildklierhormonen tot monstertjes zoals Schriks die op sterk water heeft staan. ‘Als kikkervisjes blootgesteld worden aan chemicaliën die het schildklierhormoon tenietdoen, veranderen ze nooit in kikkers’, zegt de promovendus. ‘Maar ze groeien wel door. Biologen noemen ze hunchbacks, omdat ze vaak een bult op hun nek ontwikkelen.’ Doordat het schildklierhormoon zijn werk niet kan doen, kunnen de weefsels en cellen van het kikkervisje zich niet uitontwikkelen tot die van een volwassen kikker.
De hunchbacks laten zien hoe belangrijk schildklierhormoon is voor organismen, inclusief de mens. Schildklierhormonen zijn bij mensen bijvoorbeeld onmisbaar voor de ontwikkeling van de hersenen. Maken kinderen door een tekort aan jodium te weinig schildklierhormoon aan, dan krijgen ze een lager IQ. Vandaar de interesse in stoffen in het leefmilieu die de werking van schildklierhormonen kunnen saboteren.
Om verbindingen in het laboratorium te screenen op hormoonverstorende eigenschappen ontwikkelde Schriks een ‘T-screen’. De T staat voor thyroïde, de officiële aanduiding voor schildklierhormoon. De T-screen vertelt of een verbinding het receptoreiwit in de cel, waaraan schildklierhormoon zich moet vastmaken om effect te hebben, kan prikkelen. De test kan ook aangeven of stoffen kunnen verhinderen dat het schildklierhormoon zich vastmaakt aan zijn receptor.
De belangrijkste groep verdachte stoffen die Schriks op het oog heeft zijn de BDE’s, voluit: gebromeerde diphenylethers. De industrie gebruikt die broomverbindingen als vlamvertrager. ‘De chemische structuur van BDE’s lijkt sterk op die van schildklierhormoon’, zegt Schriks. ‘BDE’s en schildklierhormoon hebben ongeveer hetzelfde moleculaire skelet.’
In zijn proeven bleek dat de meeste broomverbindingen op zichzelf niets doen in de T-screen. Dat wil niet zeggen dat ze geen effecten hebben in het lichaam van kikkers of andere organismen. ‘Schildklierhormoon reist door het bloed naar de cellen via transporteiwitten zoals transthyretin’, zegt Schriks. ‘Verbindingen die niets doen met de receptor voor schildklierhormoon kunnen het schildklierhormoon misschien verdringen van de transporteiwitten. Zo kunnen ze de werking van het schildklierhormoon alsnog verminderen.’
Toen Schriks zijn proeven met de vlamvertragers herhaalde, maar dan in aanwezigheid van natuurlijk schildklierhormoon, vond hij wel effect. Eén van de stoffen die hij uittestte kon de werking van schildklierhormoon voor een groot deel teniet doen. ‘Die bewuste was een potentieel afbraakproduct van een vlamvertrager die de industrie op dit moment veel gebruikt’, zegt Schriks. ‘In het molecuul van die vlamvertrager zijn op alle beschikbare plaatsen broomatomen vastgemaakt. Volgens de industrie is die stof zo stabiel dat hij geen bedreiging voor natuur en milieu kan vormen. Maar als je er één specifiek broomatoom van vervangt door een waterstofatoom, dan heb je de broomverbinding die in mijn onderzoek het schildklierhormoon neutraliseert.’
De publicatie in Toxicology in Vitro is een stukje van Schriks’ promotieonderzoek. Op 26 juni 2006 hoopt Schriks zijn doctorstitel in ontvangst te nemen. / WK

Re:ageer