Wetenschap - 1 januari 1970

Vivre: extreme make-over of management development

Vivre: extreme make-over of management development

Vivre: extreme make-over of management development


Na honderd dagen aan het roer van Wageningen UR stelde Aalt Dijkhuizen een
vernietigende diagnose: Wageningen UR verkeert in een midlifecrisis. Als
harde heelmeester legde hij de vinger op een groot aantal tekortkomingen
(Wb 32, 2002). En met het ambitieuze Vivre-project lanceerde hij de extreme
make-over van Wageningen UR als remedie.
Het behandeldoel liet weinig aan de verbeelding over: een efficiënte,
zelfbewuste en marktgerichte organisatie waarin mensen plezierig werken.
Oftewel: de voorgevel liften via het aantrekkelijk imago, een vlotte babbel
in het maatschappelijk debat, verleidelijke wenkbrauwen voor
onderwijsmarketing, een gewillig oor door accountmanagement, en een
fitnessprogramma voor het besturingsmodel. Kortom, de ontwerpfouten die bij
het ontstaan van Wageningen UR waren blijven zitten, zouden met een kort en
krachtig programma gecorrigeerd worden. De betekenis van het acroniem Vivre
(Visie, Implementatie, Volhouden, Resultaat en Effect) deed daadkracht
vermoeden. Een kolfje naar de hand van de Top 25 (kenniseenheidsdirecties
en raad van bestuur) zou je zeggen.
Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Op 3 december jongstleden
presenteerde de behandelend geneesheer het resultaat aan de maar liefst
acht medezeggenschapsorganen die Wageningen UR rijk is. De uitvoering van
het Vivre-project is in handen gelegd van het aanstormende talent uit het
Management Development (MD) klasje. De Top 25 bleek zich genesteld te
hebben in de comfortabele zetels van gedelegeerd opdrachtgever. En in
plaats van het vernieuwde aanzien van Wageningen UR van onder het verband
vandaan te toveren, werd een allegaartje van sheets getoond waarop de
inhoud van de Vivre-intranetsite werd herhaald. De beloofde extreme make-
over bleef daarom steken in artist impressions en voorzichtige analyses.
We moeten ons daarmee afvragen of Vivre de hoge ambitie die er bij aanvang
is ingelegd, nog wel waarmaakt. Biedt Vivre werkelijk de remedie tegen de
licht autistische trekjes van Wageningen UR? Of moet Aalt Dijkhuizen op
korte termijn alsnog een behandelplan voor de make-over maken? Wij denken
het laatste. En in dat behandelplan moet duidelijk worden hoe de
ontwerpfouten van Wageningen UR, ook die welke door Vivre zijn gemist,
worden gecorrigeerd.

De klachten en het behandelteam

Hoe kwam Wageningen UR ook al weer in een midlifecrisis? Met Wageningen UR
zijn DLO en de LUW in een gedwongen huwelijk samengebracht. Enthousiast
gekakel over 'de synergie die de kenniseenheden opleveren' voorkomt niet
dat zich spanning ophoopt. Nu de Haagse kaasschaaf in ons vlees snijdt,
jagen kenniseenheden, leerstoelgroepen, business units en
onderwijsinstituten toch eerst hun eigen belang na; de synergie blijkt
nogal eens ver te zoeken. Wat een teleurstelling.
Aalt Dijkhuizen werd binnengehaald om Wageningen UR te laten opstaan van de
divan. Zijn opdracht was om de gebreken te verhelpen, de rimpels glad te
trekken, en er weer een jonge, vlot ogende organisatie van te maken. Een
grote klus, maar uiteraard een begeerlijke uitdaging voor een vaardig
plastisch chirurg. Hij nam honderd dagen de tijd, luisterde, klopte, keek
en kneep eens goed en trok zijn conclusies. In het Vivre-behandelplan
stelde hij twaalf ingrepen voor. In evenzoveel deelprojecten werden
behandelteams aan het werk gezet.
Wat was er logischer dan elk van de behandelteams te laten leiden door
iemand uit de Top 25? Het lot van Wageningen UR zou juist hen te na aan het
hart moeten liggen om het zo maar uit handen te geven. Onder invloed van de
nog niet geheel uitgeroeide Wageningse Ziekte (Nederlands Tijdschrift voor
Mismanagement, Vol 9 1998, pp. 27-134) is de opdracht echter gedelegeerd
aan de MD-co-assistenten. En daarmee is Vivre gedegradeerd van make-over
tot leer-werk-traject. Nu is er niets mis met opleidingen, maar het hoeft
niet altijd via learning by doing en het 'Wat vindt je er zelf van?'-
protocol.
De Vivre-ambitie om niet te blijven steken in onderzoeksrapporten maar
directe behandelresultaten te laten zien, wordt uiteraard alom geprezen.
Maar door het te delegeren, is die ambitie eigenlijk niet meer realistisch;
MD-ers hebben positie noch bevoegdheid om de uitgedachte remedies in de
praktijk te brengen. En omdat de beloofde harde afrekening op resultaat nu
onhaalbaar blijkt, blijven we zitten met los uit de pols geschetste flip-
overvellen, summiere procesnotities van de werksessies, en weinig gedegen
analyses van problemen. Dat driekwart van een rapport uit bijlagen bestaat,
is ronduit professioneel te noemen. Maar tussen de tabellen van
vergaderfrequenties en de generieke opmerkingen in de
managementsamenvatting ontbreekt veelal de logische argumentering.

Snij-angst

Het lijkt er dus op dat de Wageningen UR make-over tot een casestudy is
verworden in de opleiding van onze 'jonge beloftes'. Dit wordt duidelijk
als we in detail een concreet deelproject bekijken. Neem het rapport
'Scharnieren doe je samen' van de deelprojectgroep Besturingsmodel. In een
commentaar vanuit de Top 25 (Wb 33, 2003) wordt dit rapport bejubeld als
'een consciëntieus rapport' met 'een conclusie die staat'. Maar als je het
rapport er bij pakt in de hoop helderheid te krijgen, loop je aan tegen
passages zoals: ,,Aanbevelingen: Bij het invoeren van
organisatieverandering is een toetsing van de voorgenomen maatregel aan de
voorgestelde beoordelingscriteria sterk aan te bevelen'' (uit: 'Scharnieren
doe je samen', 7 oktober, bladzijde 5). Wijsheid in zijn ultieme vorm!
Ook verder blijft het managers-voor-managers-gehalte erg hoog. Braaf wordt
een heuse Amsterdamse Professor aangehaald als bron voor de belangrijke
beoordelingscriteria. Hou je vast! Blijkbaar moeten we naar Amsterdam voor
'heldere TVB's' (Taken, Verantwoordelijkheden en Bevoegdheden) en 'passend
gedrag'. En voor 'Effectieve planning en control' natuurlijk niet te
vergeten! 'Ken je niet tegen zijn' natuurlijk, maar met dergelijke wollige
WUR-taal is de management development natuurlijk nog lang niet voltooid. Of
juist wel?
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de inhoud. In hun brainstorm
zijn MD-ers en Top 25 voor het gemak even voorbijgegaan aan het primaire
proces. Terwijl de professoren zich specialiseren op de vierkante
centimeter en elkaar dus niet voor de voeten lopen, verbreden de DLO-
instituten hun werkterrein onder invloed van de bezuinigingen. De DLO’ers
liggen dan ook meer en meer met elkaar overhoop op de stoep van opeens
gezamenlijke klanten, overigens toch weer in concurrentie met de
derdegeldstroomactiviteiten van de universiteit. De indeling in Plant,
Dier, Technologie en Maatschappij laat zich karakteriseren als de lijnen
van een boter-kaas-en-eieren-speelbord, terwijl Alterra ze alle vier nog
eens tegenkomt, als diagonale drie op een rij. Nee, de organisatie behoeft
geen aanpassing. Als we nu maar passend gedrag vertonen dan gaat het vast
wel goed. Dat klinkt dus meer naar de aarzelende aanpak van een co-
assistent met snij-angst dan naar het doelgerichte behandelplan van de
ambitieuze plastisch chirurg.

En nu?

Om het MD-ontwikkeltraject niet dwars te zitten, wordt elk deelproject met
applaus aangemoedigd. De broodnodige prioriteitstelling dreigt daarmee
achterwege te blijven. Maar de Top 25 moet nu zelf prioriteiten stellen en
in actie komen. En als ze slechts uit de conceptmenukaart van de Vivre-
rapporten kiezen, riskeren ze gierende omissies over het hoofd te zien. De
overcompleetheid in de organisatie van modieuze disciplines als
ketenonderzoek, microbiologie, voedselveiligheid, duurzaamheid,
biotechnologie, kennismanagement, consulting, de genoemde concurrentie
tussen DLO-instituten onderling, en de concurrentie tussen DLO en de
derdegeldstroomactiviteiten van de universiteit zijn daar voorbeelden van.
Vivre staat ver af van het door Aalt Dijkhuizen in het vooruitzicht
gestelde behandelplan voor de make-over. Co-assistenten moeten vooral
oefenen en nog eens oefenen. Learning on the job is weliswaar politiek
correct, maar Wageningen UR heeft nu behoefte aan een zelfverzekerde Top 25
die samen een visie uitspreken en implementeren. Door Vivre als
oefenterrein voor MD-ers te gebruiken is de Wageningen UR make-over niet
realiseerbaar. Dus zal Aalt Dijkhuizen in zijn kerstvakantie moeten
bedenken hoe het verder moet. Een gezamenlijk kerstmaal zit er misschien
nog wel in, maar de smoes voor het ontlopen van het ontbijt op bed (Wb 36,
2003) ligt nu klaar!

wurm
Onder de naam wurm schrijven Floor Verdenius en Hans Schepers over
Wageningen UR.
Zie ook: www.geocities.com/wur_wurm. Reacties? wur_wurm@yahoo.com.

Re:ageer