Wetenschap - 8 maart 2007

Vitaminepillen

Veel Nederlanders slikken vitaminepillen onder het motto ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Niet meer doen, zegt voedingshoogleraar Frans Kok. Een metastudie die vorige week gepubliceerd werd in de Journal of the American Medical Association laat zien dat het motto niet opgaat.

Deense onderzoekers bekeken 68 studies naar de gezondheidseffecten van het slikken van pillen met antioxidanten als vitamine A, C, E, bètacaroteen en selenium. Mensen slikken die pillen omdat ze ervan uitgaan dat ze een positief effect hebben op kanker en hart- en vaatziekten.
Alleen selenium lijkt dat effect te hebben, schrijven de onderzoekers. Maar als de statistici alleen de studies in ogenschouw nemen waarvan de proefopzet aan de hoogste eisen voldoet, is dat effect niet significant. Vitamine C lijkt geen effect te hebben op de levensverwaching, slikkers van vitamine A en E en bètacaroteen gaan zelfs eerder dood.
Van antioxidanten werd gedacht dat ze de vorming van vrije radicalen tegengaan, en daarmee schade aan cellen die onder andere tot kanker zou kunnen leiden. De onderzoekers denken dat hoge doses antioxidanten wel dit effect hebben, maar dat ze ook natuurlijke afweermechanismes van het lichaam in de war schoppen zoals de afbraak van giftige stoffen.
‘Het baat dus niet’, reageerde Kok vorige week in verschillende kranten. ‘Dit onderzoek doet nu echt het licht uit voor deze voedingssupplementen.’
Volgens Kok heeft het grootste deel van de bevolking geen vitaminepillen nodig. ‘Hooguit zouden ouderen in een verzorgingstehuis voor hun voedingspatroon misschien wat extra vitamine B en D kunnen gebruiken. Extra vitaminen nemen om kanker en hart- en vaatziekten te voorkomen blijkt toch veel minder positief te zijn dan gedacht.’

Re:ageer