Wetenschap - 12 augustus 2013

Visserij soms goed voor productiviteit

tekst:
Rob Ramaker

Optimaal beheerde visbestanden zijn productiever doordat soorten zich evolutionair aanpassen aan bevissing. Niet eerder ontdekten wetenschappers positieve gevolgen van visserij-gedreven evolutie.

Modelsysteem was de Noord-Atlantische Kabeljauw

Richter maakte zijn model voor de Noord-Atlantische kabeljauw. Foto: Patrick Gijsbers

De studie vergeleek computersimulaties met én zonder evolutie. Uitkomsten van het Noors-Wageningse onderzoek verschenen onlangs in het tijdschrift PNAS.

Visvangst beïnvloedt de evolutie van vissoorten. De kans dat een individu wordt gevangen hangt immers af van variabelen, zoals lengte. Gevolg is dat de meeste commerciële soorten kleiner blijven en zich jonger voortplanten. Dit fenomeen is lang genegeerd, maar wordt sinds 2000 intensief onderzocht. Inmiddels is de vraag niet meer ‘of het optreedt,’ zegt Adriaan Rijnsdorp, DLO-onderzoeker bij Imares en niet betrokken bij deze studie, ’maar hoe snel visserij tot veranderingen leidt.’

De gevonden resultaten onderstrepen Rijnsdorps opmerking. Niet alleen waren optimaal beheerde gebieden productiever, maar in overbeviste bestanden draaide het effect om. Zij produceerden juist minder biomassa en waren dus kwetsbaarder. Wel valt op dat de effecten, positief en negatief, relatief bescheiden zijn.

Toch is de invloed van evolutie relevant, zegt Andries Richter, Universitair docent bij Milieueconomie en natuurlijke hulpbronnen en één van de auteurs, zeker in slecht beheerde bestanden. ‘Iets kleins kan immers een enorme rol spelen als het eenmaal slecht gaat.’ Dat maakt evolutie ook relevant voor de praktijk. ‘In Noorwegen zijn er inmiddels goede beheerplannen maar in de EU zie je nog veel overbevissing.’

Gedetailleerde Noorse gegevens over noordelijke kabeljauw waren ook de reden dat Richter zijn model kon maken. Hij gebruikte 70 jaar aan data over visvangst, waarin gedeeltelijk sprake was van overbevissing. Verder had hij voor twee decennia aan economische indicatoren, zoals marktprijzen. Het model combineerde vervolgens biologische factoren, zoals visgroei, -ontwikkeling en – sterfte met economische, als opbrengst. Deze samenwerking is volgens Richter een sterk punt.

Wel moet de toekomst nog uitwijzen hoe goed uitkomsten voor één vissoort zich vertalen naar andere vis. Tot dusver vonden wetenschappers louter negatieve gevolgen van evolutie door bevissing. ‘Als je dan naar de lange termijn kijkt,’ zegt Rijnsdorp, ‘wijzen simulaties op de erosie van productiecapaciteit van visbestanden.’ De zee levert dus steeds minder op. Rijnsdorp vindt daarom hoopgevend dat Richters model ook positieve effecten oplevert. ‘Ook wij waren verrast,’ zegt Richter, ‘aangezien wij altijd uitgingen van negatieve effecten.’


Re:ageer