Organisatie - 9 november 2006

Vissen we de zee leeg?

Als we niets doen, zit er in 2048 geen vis meer in de oceanen. Dat voorspelt een groep wetenschappers deze week in Science. De onderzoekers veegden verschillende eerdere onderzoeken bij elkaar en concluderen dat vooral soortenarme ecosystemen kwetsbaar zijn. Maar zelfs de meest robuuste systemen zullen op termijn instorten. Wat te doen?

Dr. Martin Scholten, directeur Wageningen Imares
‘De kern van de boodschap is dat al het leven in zee zwaar onder druk staat, niet alleen commercieel interessante vissoorten. Als we daar niet serieus aandacht aan besteden gaat het fout. En we zitten op die verkeerde weg. Voor visserijbiologen en andere wetenschappers die zich met het leven in de zee bezig houden, is dit geen nieuws. Wel nieuw is de grote aandacht ervoor in de pers. Je ziet dat het ook bij de redacties van Nature en Science is doorgedrongen dat het tijd is om de noodklok te luiden. Misschien heeft de verbeterde samenwerking tussen zeeonderzoekers daar ook wel toe bijgedragen.
We weten dat niet alle vis uit de natuur kan komen. Eén van de oplossingen is dus meer kweken. En bedenk: het zijn niet alleen de vissers die de terugloop veroorzaken. Het gaat ook om sluipende vervuiling en de manier waarop wij met de kust omgaan. Dat is de kraamkamer voor veel vissen. Maar wij gaan er vrij ruw mee om. We leggen nieuwe havens aan, dammen rivieren af. Dat heeft ook effect.
Naast een goed vlootbeheer moeten we snel gaan werken aan de bescherming van kwetsbare gebieden en een strenger milieubeleid. Als we niks doen, komt dit scenario uit.’

Dirk Jan Berends, secretaris van de Nederlandse Vissersbond
‘Wij kijken vooral lokaal, naar de Noordzee. Daar zie ik in ieder geval de visstanden nog niet instorten. In de Noordzee zijn veel populaties wel gezond, andere niet, er is geen uniform beeld. Met haring en schelvis gaat het bijvoorbeeld erg goed. Er zijn altijd verschuivingen in een ecosysteem. Ook in het verleden zijn die er geweest.
Wij doen in ieder geval het maximale. Jaar na jaar worden de quota verkleind, het aantal visdagen is beperkt, enzovoort. Het is biologen vaak ook niet duidelijk wat de oorzaken zijn van teruglopende populaties. Kijk naar de kabeljauw in de zuidelijke Noordzee. We hebben onze hele vloot afgebouwd, en vangen nog nauwelijks kabeljauw. Toch zie je de populatie niet herstellen. Waar ligt dat dan aan? Wetenschappers denken bijvoorbeeld dat de opwarming van de laatste jaren dat deel van de Noordzee ongeschikt heeft gemaakt voor de kabeljauw. Of misschien zwemt er zoveel haring dat de kabeljauw geen kans meer krijgt.
Ecosystemen zijn erg complex. Wij hebben de knoppen nog niet gevonden. We praten nu veel over maximum sustainable yield, de maximale opbrengst die een gebied duurzaam op kan leveren, maar ook dat geeft geen garanties. De ontwikkelingen blijven erg onvoorspelbaar. Het kan best zijn dat we over een jaar of tien weer omkomen in de kabeljauw, wie zal het zeggen.’

Dr. Han Lindeboom, directeur wetenschap van Wageningen Imares
'Het artikel in Science is een bevestiging van dingen die we ook in de Noordzee zien. Zo blijkt dat de biodiversiteit bij mijnbouwinstallaties in de Noordzee hoger is dan in gebieden waar gevist wordt, en dat ecosystemen in beviste gebieden slechter functioneren.
Het goede nieuws aan het artikel is de analyse dat het verlagen van de biodiversiteit een grotere impact heeft op het ecosysteem van de zee dan het verdwijnen van een soortje. Hoe meer biodiversiteit het ecosysteem bevat, des te beter kan dat systeem omgaan met stress van visserij of klimaatverandering.
De vraag is hoe je een visserij krijgt die duurzaam is vanuit ecologisch perspectief. De manier waarop we met de kokkelvisserij zijn omgegaan is typisch een voorbeeld van hoe het niet moet. De mechanische kokkelvisserij verbieden, de arbotechnisch slechte handkokkelvisserij wel toestaan en zelfs uitbreiden. Beter was het geweest om mechanische kokkelvisserij met andere technieken beperkt ruimte te geven.
Ik denk overigens wel dat de boodschap begint door te dringen. In hoge kringen wordt al geopperd om de trawlervisserij wereldwijd te verbieden. Bij die manier van vissen wordt zonder onderscheid vis boven gehaald.'

Prof. Johan Verreth, hoogleraar Aquacultuur en visserij
‘Nee. De aquacultuur gaat niet alle problemen oplossen. Ik verwacht wel dat tegen 2048 een groot deel van de vis die we eten uit de teelt komt, maar het zal de visserij niet helemaal vervangen. De teelt zal zich altijd richten op een beperkt aantal soorten die makkelijk te kweken zijn en waar een goede markt voor is. Als je kijkt naar het totale palet van zeeorganismen die de mensheid eet, zal dat altijd een kleine fractie zijn.
De veehouderij houdt zich eigenlijk maar met drie diersoorten bezig: koe, varken en kip. Als je ruim rekent zijn het er misschien vijftien. Vergelijk dat eens met het aantal soorten dat wij nu al gebruiken in de visteelt. Dat zijn er nu al ruim tweehonderd. Dat zorgt voor een enorme verdunning van kennis. Ik denk dus niet dat we alles op kunnen lossen.
Een grote hobbel is het gebruik van vismeel en visolie. Dat zijn eindige grondstoffen die nu in veel teelten worden gebruikt. Een mogelijkheid is om daar veel zuiniger mee om te gaan. Zalmkwekers kunnen bijvoorbeeld alleen visolie geven in de afmestfase, de laatste maand voordat de vis wordt verkocht. Dan heb je wel de smaak en de gezonde effecten van vis, maar het legt een veel kleiner beslag op de grondstoffen.'

Prof. Marten Scheffer, hoogleraar Aquatische ecologie:
'Het sterke is dat de onderzoekers heel veel verschillende studies naast elkaar leggen, net als de Millennium Ecosystem Assessment. Dat geeft een breed overzicht. En ze laten ook zien dat ecosystemen zich kunnen herstellen als we als mensen een stapje terug doen. We kunnen er dus iets aan doen.
Bijzonder is de claim dat een verlies aan biodiversiteit een probleem is. Dat is iets wat we altijd al dachten, en het is mooi dat daarover nu data op een rijtje zijn gezet. Ook vissers zijn van die biodiversiteit afhankelijk. Ik was een maand geleden in Maine in de Verenigde Staten, en daar hebben ze aan de kust de hoogste kreeftendichtheid van de wereld. Dat komt doordat grote vissen als de kabeljauw zijn weggevist. Vissers hebben de mazzel dat er nu een commercieel interessante soort zit, maar ze maken zich wel zorgen over ziekten.
Er zijn voorbeelden van visserij die ingeklapt blijven, zoals de kabeljauwvisserij in New Foundland, waar de kabeljauw compleet verdwenen is. De algemene theorie is dat je het meeste oogst als je de populatie tot de helft terug vist. We weten best ongeveer hoeveel dat is, maar wat we in het algemeen doen is het afknijpen van allerlei soorten. En daarmee snijden we onszelf in de vingers.'

Re:ageer