Wetenschap - 12 september 1996

Visitatierapport krijgt staartje aan LUW

Visitatierapport krijgt staartje aan LUW

Een internationale commissie beoordeelt de Wageningse milieu-, recreatie- en huishoudsociologen als borderline cases of onvoldoende. Sociologie-programmaleider Van der Ploeg roept in Vrij Nederland dat deze kleine groepen geen bestaansrecht hebben. De slachtoffers worden boos op deze vlegel-hoogleraar. Los van die aanvaring roept het visitatierapport de vraag op of de LUW haar lappendeken aan sociologisch onderzoek in de huidige vorm moet handhaven.


Twee weken geleden kregen de Wageningse sociologen een voldoende van een internationale visitatiecommissie. Die commissie beoordeelde het onderzoek naar rurale ontwikkeling als goed, maar de programma's van de milieu-, recreatie- en huishoudsociologen kregen een nipte voldoende en een onvoldoende. Hun programma's waren klein en onsamenhangend, hun wetenschappelijke productie niet erg hoog.

Huishoudsocioloog dr C. de Hoog was twee dagen van de kaart na deze uitslag en kan nog steeds boos worden. Hij presenteert een lange lijst met publicaties, in het Nederlands, Engels en Frans, geschreven voor vertrekkende LUW-coryfeeen, de Europese Unie en wetenschappelijke vaktijdschriften. Alles komt uit de kast, ook interviews met hem en populaire artikelen van hem in Nederlandse bladen als NRC Handelsblad en Intermediair. Ik ben een veelschrijver", concludeert De Hoog.

Voelt de huishoudsocioloog zich persoonlijk in mijn kruis getast door de visitatiecommissie, milieusocioloog ir G. Spaargaren betracht wat meer afstand. Hij beaamt dat de milieusociologen wat harder moeten trekken aan dissertaties, maar wijst erop dat zijn collega-milieusocioloog ir A.P.J. Mol op een na de meeste publicaties heeft van de Wageningse sociologen.

Eigenlijk is het Wageningse milieusociologisch programma niet zo klein, vervolgt Spaargaren. Met drie fulltime onderzoekers behoort het tot de grootste milieusociologische groepen in Nederland. Bovendien heeft de groep aardig wat invloed: de ecologische modernisering, het paradigma van de LUW-groep, wordt steeds vaker gebruikt door beleidmakers en adviseurs van de Nederlandse regering.

Puntmuts

De recreatie-socioloog dr J. Lengkeek voelt zich door de commissie met een puntmuts op in de hoek van de klas gezet. Jammer dat de commissie zich niets heeft aangetrokken van het LUW-commentaar op haar concept-tekst. Dat commentaar luidde dat wij in een interdisciplinair onderzoeksprogramma participeren. Als recreatiesociologen zijn we een kleine fractie, maar de werkgroep Recreatie en toerisme levert een grote productie. Als ons werk in het kader van de werkgroep en het Mansholt-instituut was bekeken, dan had de commissie wel degelijk samenhang gezien."

Volgens Lengkeek vertoont de wetenschappelijke productie van de recreatie-sociologen een stijgende lijn. Tot vier jaar geleden waren wij uitsluitend gericht op de Nederlandse situatie. De afgelopen jaren hebben we de aandacht verlegd naar internationale vraagstukken. Je moet eerst een poot tussen de deur krijgen bij internationale organisaties, daarna kun je pas internationaal publiceren. De commissie had daar geen oog voor; die legt een sterk accent op de Engelstalige wetenschappelijke publicaties."

De drie sociologen hebben met instemming het verweer tegen het visitatierapport van sociologie-hoogleraren in Vrij Nederland van 31 augustus gelezen. Daarin nuanceren erkende toppers als prof. dr A. de Swaan, prof. dr C.P. Bertels en prof. dr C.J.M. Schuyt de kwantitatieve oordelen van de commissie.

Opvallende dissident in dat artikel is socioloog prof. dr ir J.D. van der Ploeg, verantwoordelijk voor het Wageningse programma. Hij is tevreden over de commissie en zegt over de milieu-, recreatie- en huishoudsociologen: Ze hebben weinig bestaansrecht. Hun referentiekader reikt niet verder dan de eigen parochie. Er zitten in mijn programma een paar pukkels op een verder mooi gezicht. We hebben allemaal jeugdpuistjes gehad. Je moet er voorzichtig mee omspringen."

Kroon

Schandalige opmerkingen, meent De Hoog. Van der Ploeg is weliswaar formeel, maar niet inhoudelijk verantwoordelijk voor de drie kleine programma's. De programmaleider van mijn onderzoek is de marktkundige prof. dr ir M.T.G. Meulenberg, de leider van het milieusociologisch onderzoek zit bij de onderzoekschool Wimek (milieu, red.). Dan komt Van der Ploeg en die zet zichzelf een kroon op, benoemt zich tot baas van de consumenten en recreanten. Iemand die insider in het onderzoek moet zijn, gedraagt zich als een opportunistische outsider. Ik noem Van der Ploeg tegenwoordig vlegel-hoogleraar; hij doet toch iets met vlegelbrood?"

De verbale opstand tegen Van der Ploegs uitlatingen beperkt zich tot De Hoog. Weliswaar schreven de milieusociologen na het VN-artikel een crisisvergadering uit en is inmiddels driftig overlegd tussen de gepikeerde sociologen, maar een vakgroepsvergadering van Sociologie heeft tot de conclusie geleid dat de betrokkenen het intern willen uitpraten. In dat overleg zal aan de orde komen of de kleine programma's toekomst hebben en meer kunnen worden afgestemd met het hoofdprogramma van Van der Ploeg.

Spaargaren wil die discussie graag aangaan, omdat er iets belangrijks op het spel staat: is er ruimte aan de LUW voor zelfstandig milieuonderzoek of moet het milieu consequent gerelateerd worden aan de landbouw, zoals bijvoorbeeld Peper adviseert aan minister Van Aartsen? Als je de milieusociologie beschouwt als vakgebied, dan zijn we klein", stelt Spaargaren. Maar aan de LUW hebben we een faculteit voor landbouw- en milieuwetenschappen. Dat betekent twee zwaartepunten; je hebt als sociologie een landbouw- en een milieupoot. Het milieu wordt nu ontkend, back to basics. Dat zou een grote fout zijn."

Lengkeek heeft een iets andere benadering. De werkgroep Recreatie en toerisme floreert. We hebben een interspecialisatie in het onderwijs gerealiseerd en zitten in het Mansholt-onderzoeksprogramma Rurale transformaties. Daarbij relateren we de recreatie specifiek aan het landelijk gebied, de rurale ontwikkeling. We zien ons na dit oordeel genoodzaakt om het disciplinaire werk sterker te accentueren, maar het zou zonde zijn als dat ten koste ging van de samenwerking. Je moet zo'n beoordeling niet serieuzer nemen dan je eigen werk."

Stroomlijning

Spaargaren en Lengkeek vinden het jammer dat de commissie de typisch Wageningse situatie met haar interdisciplinaire verbanden niet in ogenschouw heeft genomen, maar huishoudsocioloog De Hoog heeft daar inmiddels tabak van. We zitten hier met zes mensen in drie onderzoeksprogramma's. Niemand ziet meer de bomen door het bos. We hebben zestig vakgroepen die straks departementen moeten worden; we hebben een x-aantal instituten, sectoren, clusters. Die structuur is niet te begrijpen."

De Hoog ziet graag wat meer stroomlijning. Je moet niet vrijblijvend samenwerken. Van der Ploeg grijpt deze onderzoeksbeoordeling aan om een op zich gezonde gedachte door te voeren. Het is heel lang pappen en nathouden geweest aan de LUW. Zwakke groepen kregen protectie, omdat ze er nu eenmaal hoorden te zijn. Toen ik jaren geleden in de vaste commissie wetenschap zat, kwamen we tien vakgroepen tegen zonder publicaties! Die werden niet aangepakt door het bestuur."

De huishoudsocioloog ziet in de toekomst drie groepen met sociaal-economisch onderzoek. Van der Ploeg zit goed, wat hij doet is van betekenis. Hij moet samen met de economen de rurale ontwikkeling bestuderen. Verder kunnen de milieu-economen en -sociologen in een departement voor milieu-onderzoek. En tot slot moet je het consumentengedrag onderbrengen bij Voeding. Daarvoor moeten wat barrieres tussen vakgebieden worden geslecht, maar een bestuur kan dat stimuleren." Om de kwaliteit te selecteren heeft De Hoog een simpele methode voorhanden: Gewoon iedereen een rugnummer geven en na drie jaar afrekenen."

Plotseling is De Hoog het dus eens met Van der Ploeg, die zich herhaaldelijk heeft beklaagd over de hoeveelheid dood hout en het hobbyisme bij de Leeuwenborch-vakgroepen. Van der Ploeg heeft geen behoefte aan een nieuw commentaar op het visitatierapport: Op dit moment is het even radiostilte."

Re:ageer