Student - 13 februari 2019

Visitatiecommissie: universiteit moet controle op examens verbeteren

tekst:
Albert Sikkema

De examencommissies van Wageningen University moeten de kwaliteit van de examens beter controleren. Nu zijn de toetsen goed, maar studenten klagen over een overmaat aan groepswerk en multiplechoicevragen. Dat constateren de visitatiecommissies die de Wageningse opleidingen de afgelopen maanden beoordeelden.

©Sven Menschel

Onderwijsdirecteur Arnold Bregt denkt dat WUR een soort algemene periodieke keuring (APK) nodig heeft om de kwaliteit van de examens op orde te houden. ‘Om in APK-termen te blijven: ons wagenpark is prima, maar de borging van de kwaliteit kan beter.’

Afgelopen maanden werden 42 van de 49 Wageningse bachelor- en masteropleidingen beoordeeld door een externe commissie; de andere waren al eerder beoordeeld. De Wageningse opleidingen maakten een zelfevaluatie, studenten maakten per opleiding een SWOT-analyse (strengths, weaknesses, opportunities and threats) en de commissie vormde op basis van gesprekken met stafleden, studenten en alumni een oordeel over de kwaliteit van de opleidingen. Daar kwamen enkele breed gevoelde pijnpunten uit, waaronder de beperkte controle op de examens.

Groepswerk

Bregt denkt dat de examencommissies elke twee jaar een bezoek moeten brengen aan de leerstoelgroepen om de examens te beoordelen. Nu vindt zo’n APK in de praktijk elke vier of vijf jaar plaats. Bregt: ‘Studenten in meerdere opleidingen gaven aan dat ze te veel multiplechoicevragen kregen of erg veel beoordelingen van groepswerk, waardoor studenten niet altijd konden laten zien wat ze in huis hadden.’

Vrije keuze

De studenten waardeerden onverminderd de vrije keuze om eigen leerpaden samen te stellen en de kwaliteit van de docenten. ‘We hebben een zeer gemotiveerde staf met hart voor het onderwijs en veel enthousiasme, en we hebben studieadviseurs die heel belangrijk zijn voor studenten om een eigen studieroute te maken’, zegt Bregt. ‘De docenten zijn nog steeds beschikbaar, ondanks dat studenten zien dat de docenten zich een slag in de rondte werken.’

Druk

Wel constateert Bernadette Dijkstra, die als beleidsmedewerker bij Education & Student Affairs vrijwel alle visitaties bijwoonde, dat de kwaliteit onder druk staat door de studentengroei, bijvoorbeeld bij vakken waar practica en excursies in zitten. Daar begint het te schuren, omdat leerstoelgroepen maar een beperkte groep studenten goed kunnen begeleiden. Daar komt bij, zegt Bregt, dat sommige docenten zo populair zijn als begeleider van een afstudeervak, dat studenten bij sommige groepen moeten solliciteren naar zo’n thesisplek. ‘Alle studenten krijgen een begeleider, maar sommige studenten moeten genoegen nemen met hun derde voorkeur.’

Zij-instromers

En dan is er nog een issue bij de Wageningse masteropleidingen. Die krijgen veel zij-instromers van andere Nederlandse of buitenlandse universiteiten en andere Wageningse opleidingen dan de voorbereidende bachelor. Die studenten starten gemeenschappelijk in hun master, terwijl ze uiteenlopende kennisniveaus, taal- en schrijfvaardigheden en leerstijlen hebben. ‘Een deel van de studenten vind de beginvakken te makkelijk, een ander deel te moeilijk’, zegt Bregt. Daarom adviseert de visitatiecommissie WUR om de instroomeisen van de masteropleidingen aan te scherpen.

Zelftest

Bregt denkt dat strengere eisen maar een deel van de problematiek oplossen. ‘We screenen nieuwe studenten al goed, maar attitude en kritisch gedrag zijn lastig te toetsen en de meeste zij-instromers doen het prima.’ De onderwijsdirecteur denkt aan een andere oplossing. ‘We kunnen misschien een zelftest aanbieden aan zij-instromers, om na te gaan hoe ver ze zijn op het gebied van basiskennis, taal en reflectie. Aan de hand daarvan kunnen ze dan gericht individueel onderwijs volgen, bijvoorbeeld in de vorm van een mooc. Ik denk dat we ook flexibiliteit moeten creëren binnen vakken.’

Persoonsgericht

De onderwijsdirecteur is door de visitatie gesterkt in zijn overtuiging dat WUR de lijn van persoonsgericht en kleinschalig onderwijs moet doorzetten. Daarom investeert de universiteit de komende vijf jaar 43 miljoen euro extra in onderwijs, om de groei op te vangen. ‘Studenten waarderen ons kleinschalige onderwijs, blijkt ook nu weer, ze voelen dat persoonsgericht onderwijs belangrijk is voor hun opleiding.’ Bregt pleit niet voor grote aanpassingen in het onderwijs. ‘Alle opleidingen zijn continu bezig met kleine veranderingen. Dat maakt ons zo goed.’


Re:ageer