Wetenschap - 1 januari 1970

Vinden van passende baan moeilijker na brede opleiding

Vinden van passende baan moeilijker na brede opleiding

Vinden van passende baan moeilijker na brede opleiding


Breed opgeleide Wageningse ingenieurs hebben bij de intrede op de
arbeidsmarkt meer moeite met het vinden van een passende baan dan
afgestudeerden met een specialistische achtergrond. De mate van
specialisatie van een opleiding heeft echter geen consequenties voor het
salaris dat ingenieurs later voor hun werk ontvangen.

Dit concludeert studente Huishoud- en consumenten wetenschappen Nienke
Verkerk in haar afstudeerrapport Opleidingsspecialisatie en
arbeidsmarktsucces dat zij in opdracht van Stoas Onderzoek schreef.
De belangrijkste aanleiding voor het afstudeervak vormden de resultaten van
de Arbeidsmarktmonitor 2000, een onderzoek onder pasafgestudeerden
uitgevoerd in opdracht van de verenigde universiteiten. Volgens die monitor
vinden Nederlandse afgestudeerden over het algemeen makkelijker een functie
op academisch niveau dan buitenlandse studenten en zijn zij tevreden over
de aansluiting van hun opleiding met de arbeidsmarkt. Volgens die monitor
vormt Wageningen echter een uitzondering. Wageningse ingenieurs doen langer
over het vinden van een baan en komen vaker terecht in hbo-functies. Een
artikel in het Wageningse alumniblad van september 2001 legt de oorzaak van
de verschillen met andere universiteiten bij de multidisciplinariteit van
Wageningse opleidingen. Studenten die een brede opleiding afronden zouden
meer moeite hebben met het vinden van een passende baan dan studenten die
een sterk specialistische richting studeerden.
De resultaten van Verkerks onderzoek bevestigen dit. Ze maakte gebruik van
de Arbeidsmarktmonitor en van gegevens van het Wageningse loopbaanonderzoek
2001, waaraan 3500 ingenieurs deelnamen. Ook enquêteerde ze 22 (oud-
)medewerkers van de universiteit die zij als experts op het gebied van het
Wageningse opleidingaanbod beschouwt. Aan de hand van die enquêtes
rangschikte ze de opleidingen van specialistisch naar breed. Moleculaire
wetenschappen, Landbouwtechniek en Plantenverdeling en gewasbescherming
zijn volgens deze indeling de meest specialistische opleidingen. Tropisch
landgebruik, Rurale ontwikkelingsstudies en Bos- en natuurbeheer zijn het
breedst.
Terwijl 77 procent van de moleculaire wetenschappers na het afstuderen een
baan op academisch niveau vindt, hebben de breder opgeleide ingenieurs hier
meer moeite mee. Ook vinden specialisten eerder een baan die wat betreft
inhoud beter bij hun opleiding aansluit.
Ook vijf jaar na het afstuderen hebben specialisten vaker een baan in hun
vakgebied dan ingenieurs met een bredere achtergrond.
Een belangrijke verklaring voor het verschil bij intrede op de arbeidsmarkt
ligt volgens Verkerk in het aantal ingenieurs dat aio wordt. Onder de
specialisten is dit percentage een stuk hoger (negentien procent) dan onder
breed opgeleide alumni (drie procent). Van de moleculaire wetenschappers
begint zelfs 67 procent met een aio-baan.
Dat specialisten eerder werk vinden zegt volgens Verkerk niet dat aan hen
meer behoefte bestaat. ,, Volgens de theorie van het menselijk kapitaal is
productiviteit direct gekoppeld aan de beloning. Van specialisten werd
verwacht dat zij direct na afstuderen een hogere arbeidsproductiviteit
zouden hebben dan breed opgeleiden, vertelt ze. Ik heb echter geen verschil
gevonden in de beloning die specialistisch en breed opgeleide ingenieurs
krijgen. Blijkbaar vraagt de arbeidsmarkt om beide typen afgestudeerden.
Hoe een opleiding moet worden ingericht hangt vooral af van waarvoor je
opleidt.
Volgens de geënquêteerde experts hebben de verschillen in
arbeidsmarktsucces niet alleen te maken met de mate van specialisatie in
een opleiding. Dat Wageningse ingenieurs langer zoeken naar een passende
baan ligt volgens een aantal van hen wellicht ook aan het toegepaste
karakter van de Wageningse opleidingen. Hierdoor moeten de ingenieurs vaker
dan hun afgestudeerde landgenoten concurreren met hbo'ers. Ook denkt één
van de geënquêteerden dat Wageningse ingenieurs wellicht kritischer zijn
dan hun leeftijdgenoten bij het zoeken naar een baan. ,,Idealisme doet hoge
eisen stellen'', is de mening van een ander. En één van de geënquêteerden
denkt dat het niet zozeer aan idealisme als wel aan de uitstraling van de
Wageningse student ligt. ,,De studenten hebben geen flair, geen
uitstraling, zijn slecht gekleed en kunnen zich niet goed presenteren.'' |
L.M.

Re:ageer