Organisatie - 12 april 2018

Vijftig jaar trekkers repareren

tekst:
Stijn van Gils

Hans Jansen was 16 jaar toen hij in 1968 een baan kreeg bij een van de voorlopers van WUR. Hij zou een halve eeuw blijven. ‘Mijn vader werkte ook in de tuinbouw, dus het was logisch dat ik hem zou volgen.’

Monteur Hans Jansen gaat in september met pensioen, na ruim een halve eeuw werken voor WUR. foto Sven Menschel

Aandachtig bekijkt Hans Jansen het onderdeel van de tractor. Een filterhuis is het. Een flink stuk van het staal is afgebroken. Hoe dat komt? Jansen heeft geen idee. ‘Maar ik kom er nog wel achter’, zegt de technisch medewerker van Unifarm, de universiteitsboerderij van Wageningen, gelegen achter Radix.

Op 16 april werkt hij vijftig jaar bij Wageningen University & Research. Tenminste, als je de voorgangers meerekent. In 1968, Jansen was toen 16, begon hij zijn carrière bij het toenmalige Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) aan de Mansholtlaan, ongeveer op de plek waar nu het onderzoeksgebouw van FrieslandCampina staat. Zijn ouderlijk huis lag slechts een paar straten verderop, aan de Vergersweg.

Ik wilde liever studeren, maar dat kon toen niet

Avondcursus
Jansens vader werkte ook in de tuinbouw. ‘Het was destijds logisch om hetzelfde te doen’, vertelt Jansen, die zich toelegde op de techniek achter de landbouwmachines, omdat hij dat het interessantste vond. Hij volgde cursussen in de avonduren en deed een opleiding tot monteur. ‘Als ik nu opnieuw zou mogen kiezen, zou ik meteen gaan studeren, maar dat ging toen niet’, zegt hij met wat weemoed in zijn stem. ‘Nederland was na de oorlog in de opbouwfase. Er was weinig geld en als je geld kon verdienen, dan moest je dat doen. We hebben thuis wel veel discussies gehad. De ambachtsschool was maar 25 meter verderop, maar ik kon er niet heen. Ik moest geld verdienen. Ongeveer 450 gulden per maand kreeg ik. Dat was een rijkelijk salaris.’

Het gigantische achterwiel van de trekker, een New Holland, ligt eraf. Vandaag wil Jansen het kapotte onderdeel vervangen en dat is onmogelijk zonder wieldemontage. Hoeveel tijd zoiets gaat kosten? Jansen heeft geen idee. ‘Er komt altijd zo veel tussendoor.’

In de loop der jaren is dat meer geworden, dat werk tussendoor, vertelt hij. Door alle reorganisaties werd zijn team steeds breder. Nu sleutelt Jansen niet alleen aan trekkers, maar aan allerlei technische installaties. Deze week was hij bijvoorbeeld nog bezig met een GPS-systeem, waarmee onderzoekers heel precies kunnen inmeten waar ze zijn.

Overwerk
Het werk is ook stressvoller geworden, vindt Jansen. ‘Experimenten hebben een kortere looptijd. Dus als het weer slecht is of als een machine stukgaat, moet er meteen een oplossing komen. Het werk even stilleggen is er haast niet meer bij.’ Jansen werkt dan ook geregeld tot laat door om iets af te maken. Te laat soms, vindt zijn baas Gerard Derks. ‘We moeten hem soms echt naar huis sturen.’ ‘Je moet je collega’s toch helpen’, zegt Jansen daar zelf over.

In 1980 fuseerde het IVT, dat onder meer de Elstar-appel ontwikkelde, met andere tuinbouwinstituten. In 1998 was er weer een fusie. Dit keer gingen de Wageningse onderzoeksinstituten met de universiteit samen. Teams werden daarmee groter en banden tussen collega’s minder hecht. Jansen: ‘Vroeger wisten we precies wat we aan elkaar hadden. Je kon ook veel meer grappen maken.’

Met zijn collega Evert Jan Haalboom bijvoorbeeld. Jansen begint al te lachen. ‘Die kon altijd zo geinen. Op een dag pakten zijn collega’s hem terug. Net voordat Evert Jan thuis zou gaan lunchen, hadden ze zijn helm ingesmeerd met smeervet. Na de lunch kwam hij veel te laat binnen. Zijn haar stond recht overeind, als een punker. Hij had een paar keer zijn haar gewassen, maar het had geen zin.’ Jansen grinnikt.

Net als Jansen wil beginnen met het plaatsen van het filterhuis, gaat zijn telefoon. Het is een collega die één van de proefpercelen wil klepelmaaien. De maaimachine klapt alleen niet uit. Jansen laat onmiddellijk zijn werk liggen, stapt in de dienstauto en rijdt weg.

Hans Jansen maakt een testrit met een maispluimenplukker.
Hans Jansen maakt een testrit met een maispluimenplukker.

Hechte sfeer
Dat de hechte onderlinge sfeer met de jaren verdween, vond Jansen lastig, vertelt hij in de auto. Elke reorganisatie hakte erin. Zeker rond 2000, toen hij opnieuw op zijn baan moest solliciteren. Financieel ging het destijds slecht en er was niet altijd genoeg werk. Op de proefboerderij verdween ongeveer de helft van de banen.

Twee keer overwoog Jansen te vertrekken. Eén keer naar een landbouwschool, de andere keer naar een mechanisatiebedrijf. ‘Ons werk wordt hier soms toch weinig gewaardeerd. Alles is vanzelfsprekend en de beloning is elders ook beter.’ Uiteindelijk hield de goede pensioenregeling van WUR hem tegen.

Tegelijkertijd is het werk voor een universiteit ook wel bijzonder, vindt Jansen. ‘Standaardoplossingen werken hier bijna nooit en dat zorgt ook voor uitdagingen.’ Hij paste bijvoorbeeld oogstmachines zo aan dat ze geschikt zijn voor kleine hoeveelheden. Ideaal voor kleine proefvlaken. Ook helpt Jansen nu geregeld en met veel plezier studenten bij hun projecten. ‘Toen ik begon, had ik daar echt geen contact mee. Studenten, dat was een andere wereld.’

De laatste jaren bleven reorganisaties bovendien achterwege. Die rust doet Jansen goed, vertellen zijn collega’s. Ook kreeg hij meer ruimte om zijn eigen plan te trekken. Zo richtte hij zijn werkplaats, loods 6, zelf in. Daarnaast is hij een van de weinige medewerkers van Unifarm met een eigen kantoortje, al moet hij die sinds kort delen met het nieuwe droneteam.

Pensioen
Het probleem van de collega in het veld blijkt makkelijk oplosbaar. Na wat duwen en trekken en olie inspuiten wil de maaimachine weer uitklappen. Jansen rijdt terug naar zijn werkplaats en buigt zich weer over de trekker. Om het filterhuis te kunnen plaatsen, moet hij enkele andere onderdelen verwijderen. Hij pakt een gigantische tang.

In september gaat de monteur met pensioen. Tot verdriet van zijn collega’s, die nog geen idee hebben wie hem op moet volgen. Ze vroegen nog of hij na zijn pensionering nog enkele dagen aan kon blijven, maar hij wilde niet. ‘Nee, met twee dagen, dan hebben collega’s zo veel vragen en moet ik nog meer overwerken. Bovendien, ook thuis heb ik genoeg te doen.’

Een half uur later is het filterhuis geplaatst en sleutelt Jansen de tractor weer in elkaar. De exacte reden van het mankement wordt hem nooit duidelijk. Maar de tractor kan weer rijden.


Re:ageer