Student - 2 oktober 2008

Vijftien kilo afgevallen

Op zijn zesde raakte Tjalle Boorsma in vervoering van de jungle. Hij was er - met zijn in Indonesië geboren vader - op vakantie geweest en wilde terug. In februari greep de VHL-student Tropical Forestry zijn kans. De bosbouwer annex vogelaar reisde af naar Oost-Kalimantan om onderzoek te doen naar het effect van verstoring op vogels.

nieuws_2462.jpg
‘Mijn eerste week in het oerwoud was ik alleen met een Indonesische gids die voor mij kookte. Hij sprak geen Engels, en ik had alleen een woordenboek. Moeilijk, maar dwars door een ongerept oerwoud lopen en vogels bestuderen is fantastisch. Vogelboeken had ik in Nederland al gezien, maar ze echt bekijken is toch totaal anders.
De stage bestond steeds uit twee weken veldwerk en een week waarin ik bijkwam en gegevens uitwerkte. In totaal onderzocht ik vier bosgebieden, van ongestoord tot zwaar verstoord. Ik werd begeleid door mensen van het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), Universiteit Leiden en Tropenbos, een organisatie die zich inzet voor duurzaam bosbeheer in Oost-Kalimantan. Mijn begeleider van CML was een perfecte supervisor, als ik een vraag naar hem mailde had ik zowat binnen twee tellen antwoord.
In mijn veldweken dwaalde ik elke dag tien tot twaalf uur door de jungle, ik bracht daar zo veel mogelijk vogels in kaart. Overnachten deed ik op een basiskamp of in kleine dorpjes. De huizen op palen waren door de bewoners gebouwd. Tussen de planken zaten kieren tot wel vijf centimeter. Ik ben zelfs in een huis geweest waar de kieren zo breed waren dat ze als toilet werden gebruikt. Ik ben ook flink aan de diarree geweest. Het eten bestond uit rijst, met wat groente en vlees of vis. Na mijn stage was ik vijftien kilo afgevallen. Mijn vriendin kon me op stagefoto’s niet eens herkennen, zelf merkte ik daar niets van, van de jungle kreeg ik genoeg energie.
De stad vond ik chaotisch en smerig. Verkeersregels zijn er wel, maar ik geloof niet dat iemand zich er daar aan houdt. De straten zijn smerig, overal ligt plastic afval. Vroeger zaten spullen in bananenbladen verpakt, die verteerden snel. Tegenwoordig is alles van plastic, maar mensen gooien het net zo makkelijk weg. Ik trok veel op met een Amsterdamse biologiestudent die onderzoek deed naar zeekoeien. Met Indonesiërs had ik nauwelijks contact. Ze staan je aan te gapen en willen je blanke huid aanraken, maar ondertussen is de afstand heel groot. We voelden ons net een aap in een kooi.
Hele harde conclusies heb ik na mijn onderzoek niet kunnen trekken, ik heb alleen trends aangewezen. Mijn studie is de basis voor verder onderzoek van CML. Met mijn stage ben ik in juli afgestudeerd, een negen! Inmiddels heb ik een eigen boomverzorgingsbedrijf in Nederland. Betula heet het. Maar ooit ga ik terug.’

Re:ageer