Organisatie - 14 december 2017

Vijf vragen over tenure track 2.0

tekst:
Linda van der Nat,Albert Sikkema

De raad van bestuur wil het loopbaanbeleid tenure track verruimen, zodat niet iedereen persoonlijk hoogleraar hoeft te worden en ook medewerkers die veel onderwijs geven carrière kunnen maken. Dit plan ligt nu ter goedkeuring bij de WUR Council. Als die akkoord gaat, wat betekent dat dan voor de praktijk? Vijf vragen over het nieuwe loopbaanbeleid.

In tenure track 2.0 komt meer ruimte voor universitaire medewerkers die vooral veel onderwijs geven. Foto Guy Ackermans.

1.Voor hoeveel tenure-trackers gelden de nieuwe regels?

Op dit moment werken 230 medewerkers van de universiteit in tenure track. Dit loopbaanbeleid begon in 2009. Na 8 jaar hebben inmiddels 30 docenten de eindstreep van persoonlijk hoogleraar gehaald: 20 mannen en 10 vrouwen. Verder zitten er ruim 110 universitair docenten en bijna 90 universitair hoofddocenten in tenure track. Ruim 40 procent van hen is vrouw. Het aantal tenure trackers groeit de laatste jaren met zo’n 20 medewerkers per jaar. Jaarlijks worden zo’n 30 medewerkers aangenomen en stoppen zo’n 10 personeelsleden met tenure track.

2.Universitair hoofddocent wordt straks het ‘standaard’ eindstation. Wat als je wel persoonlijk hoogleraar wilt worden?

Een uhd’er die de stap wil maken naar persoonlijk hoogleraar wordt onderworpen aan dezelfde criteria als nu, maar deze criteria worden strikter gehandhaafd. Zo is het in de nieuwe situatie niet meer mogelijk om criteria te compenseren. Stel dat je minder goed scoort op ‘PhD-begeleiding’, dan kon je dat eerder compenseren met een hoge score op bijvoorbeeld ‘publicaties’. Een uhd’er moet straks op alle vlakken aan de criteria voldoen wil hij of zij persoonlijk hoogleraar kunnen worden. Daar staat tegenover dat de persoonlijk hoogleraar 2.0 meer gaat verdienen. Persoonlijk hoogleraren komen in dezelfde salarisschaal als leerstoelhouders. Dat betekent niet dat de verantwoordelijkheden hetzelfde zijn. Een leerstoelhouder heeft meer managementtaken en hoeft daardoor niet aan alle tenure-trackcriteria te voldoen. De verwachting van de werkgroep Tenure Track 2.0 is dat zo’n 10 à 20 procent van de uhd’ers de stap naar persoonlijk hoogleraar zal maken.

3.Wat gebeurt er met de persoonlijk hoogleraren die niet aan alle tenure-trackcriteria voldoen?

Voor persoonlijk hoogleraren die nu met compensatie hun positie hebben verkregen, komt er een overgangsperiode. Volgens het huidige systeem wordt iedere persoonlijk hoogleraar na vijf jaar opnieuw beoordeeld. Voldoet iemand straks niet aan alle criteria, dan blijft hij of zij in de huidige positie (persoonlijk hoogleraar), maar met de huidige inschaling. Voldoet iemand wel aan alle criteria, dan komt hij of zij in de hogere salarisschaal. Onderzoekers die een prestigieuze beurs in de wacht slepen, zoals een Vidi of Vici, behoeven speciale aandacht, omdat ze (tijdelijk) niet volledig aan de onderwijscriteria kunnen voldoen. In dat geval kan de benoemingsadviescommissie compensatie verlenen of de toetsing uitstellen. Zo biedt de nieuwe tenure track meer flexibiliteit voor talent.

4.Wat wordt de onderzoekstaak voor docenten in het onderwijscarrièrepad?

Hoeveel onderzoek docenten in het onderwijscarrièrepad moeten doen, is nog onduidelijk. Er zijn twee opties. De eerste is dat er een stevige link blijft tussen onderwijs en onderzoek. Rector magnificus Arthur Mol hint op deze mogelijkheid; hij wil niet dat Wageningen onderwijshoogleraren krijgt. De tweede mogelijkheid is een specifiek onderwijscarrièrepad voor een kleine groep medewerkers die maar een beperkte onderzoekstaak krijgen (10 tot 20 procent van hun tijd). Van deze onderwijsprofessionals wordt verwacht dat ze de onderwijskwaliteit verbeteren, zowel op vak- als opleidingsniveau, en zorgen voor onderwijsvernieuwing. Deze onderwijsspecialisten kunnen promoveren tot docent 1, een functie op uhd-niveau die al bestaat, maar nauwelijks wordt ingevuld.

5.Wat betekent de beleidswijziging financieel?

De huidige tenure-trackbeleid leidt tot hogere personeelskosten, want bij elke carrièrestap krijgen de (hoofd)docenten er salaris bij. De aanpassing moet ertoe leiden dat de stijging van personeelskosten de komende jaren lager uitpakt. De raad van bestuur verwacht dat de kosten van tenure track bij ongewijzigd beleid stijgen van 24,5 miljoen euro in 2017 naar 29,5 miljoen in 2025, waarbij 40 procent van de docenten dan persoonlijk hoogleraar is geworden. Met het voorgenomen nieuwe beleid – waarbij minder kandidaten doorgroeien tot persoonlijk hoogleraar – rekent het bestuur op een kostenstijging van 4 miljoen in 2025, ofwel een besparing van ruim een miljoen euro ten opzichte van het huidige beleid.


Re:ageer