Wetenschap - 1 januari 1970

Vijf miljoen voor Koeien & Kansen

Het praktijknetwerk Koeien & Kansen krijgt de komende vier jaar bijna vijf miljoen euro om de koppeling tussen wetenschap en praktijk in de melkveehouderij verder vorm te geven. Dat de sector in zware tijden bereid is de portemonnee te trekken, toont volgens de onderzoekers het succes aan van de netwerkformule.

‘Het gaat niet zo goed in de melkveehouderij. Als het Productschap Zuivel dan besluit om vier jaar lang een flink bedrag in het project te investeren, dan betekent dat volgens mij dat je goed zit’, zegt dr. Frans Aarts, mineralenonderzoeker bij Plant Research International en inhoudelijk coördinator van het praktijknetwerk Koeien & Kansen.
Het project heeft deze week het bericht gekregen dat het ministerie van LNV en het Productschap Zuivel (PZ) tot 2010 jaarlijks 1,2 miljoen euro in het netwerk investeren. Het PZ investeerde in het verleden ook al in projecten van Koeien & Kansen, maar is nu met een aandeel van eenderde hoofdsponsor geworden. ‘Onze praktijkbedrijven werken nu al met de milieunormen van 2009 en kunnen daardoor vroegtijdig knelpunten signaleren die we in samenspraak tussen onderzoekers en veehouders proberen op te lossen. Daarmee leveren we een directe bijdrage aan de verduurzaming van de Nederlandse melkveehouderij’, aldus algemeen projectleider ing. Jaap Gielen van de Animal Sciences Group.
Koeien & Kansen is volgens Aarts het eerste project dat volgens de filosofie van een praktijknetwerk is gaan werken. Het is voortgekomen uit het proefcentrum voor melkveehouderij en milieu De Marke in het Gelderse Hengelo, waar al sinds 1987 wordt geëxperimenteerd met het beheersen van mineraalverliezen en stikte milieudoelstellingen. ‘We zijn in 1999 met het praktijknetwerk begonnen. Je kunt als onderzoeker wel vertellen dat een boer het zus of zo moet doen, maar die boodschap komt toch veel beter aan als hij van een collega hoort die er zelf ervaring mee heeft opgedaan’, aldus Gielen. Ook Aarts benadrukt het belang van kennisoverdracht ‘in de stal en aan het hek’.
Een belangrijk aspect is volgens hem ook dat er op wetenschappelijk verantwoorde manier wordt gekeken naar de haalbaarheid van wet- en regelgeving in de praktijk. Aarts: ‘Dat Nederland toestemming heeft gekregen om meer mest uit te rijden, hebben we mede te danken aan de goede wetenschappelijke onderbouwing die we dankzij dit project in Brussel konden aanbieden. In de komende jaren zullen we op de praktijkbedrijven laten zien dat we dat niet uit onze duim hebben gezogen’.
De oprekking van de Nitraatrichtlijn – in de sector bekend als derogatie – betekent dat een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf ruim 10.000 euro aan kosten voor mestafzet bespaart, schat Aarts. ‘We zijn misschien geen sexy project, maar de sector begrijpt donders goed dat als we de komende jaren in Brussel geen harde bewijzen laten zien, dat het dan met de derogatie gedaan is’. Op De Marke proberen de onderzoekers ondertussen de basis te leggen voor de milieuwetgeving voor 2013.
De pioniersrol van Koeien & Kansen krijgt ook internationaal navolging. Het EU-project Green Dairy, waaraan een beperkt aantal lidstaten deelnemen, is volgens Aart bijna een letterlijke kopie. Hij hoopt bovendien dat Brussel binnenkort een beslissing zal nemen voor de financiële ondersteuning van een internationale versie van Koeien & Kansen waaraan een twintigtal landen meedoen en dat vanuit Wageningen UR wordt geleid. / GvM

Re:ageer