Wetenschap - 1 januari 1970

‘Vijanden’ in strijd om Waddenzee zoeken toenadering

Op de dag dat mosselvissers op het Amsterdamse IJ protesteren tegen voorstellen voor hervorming van de schelpdiervisserij, treffen twee vermeende tegenstanders in de strijd om de Waddenzee elkaar. Dr Aad Smaal, hoofd van het Centrum voor Schelpdieronderzoek van het RIVO in Yerseke, is in de ogen van natuurbeschermers een spreekbuis van de vissers. Dr Han Lindeboom, teamleider van Alterra Texel, wordt juist gezien als de pleitbezorger voor de natuur. Op uitnodiging van Wb gaan de twee met elkaar in gesprek.

De discussie over de Waddenzee is de afgelopen tijd sterk in beweging. Naar aanleiding van het grote evaluatieonderzoek naar de schelpdiervisserij EVA2, waaraan Alterra en het RIVO beide meewerkten, ontstond een hele maatschappelijke en wetenschappelijke discussie over kokkelvisserij. De Commissie-Meijer stelde het kabinet onlangs voor om wel gas te winnen en de schelpdiervissers zeven jaar te geven om over te schakelen op duurzaam vissen. En de Raad voor de Wadden pleit op zijn beurt voor de continuering van het oude beleid van het primaat van de natuur, met een duurzame visserij en goede voedselreservering voor de vogels. Natuurbeschermers blijven ondertussen ijveren voor het beëindigen van de kokkelvisserij, en vissers pleiten in hun visie Ontwikkeling Duurzame Schelpdiervisserij (ODUS) voor een visserij die hand in hand gaat met de natuur.
Smaal en Lindeboom zitten hier tussenin, en doen in eerste instantie wat laconiek over de verschillen tussen hun visies. ,,We hebben gewoon een verschillende missie'', stelt Lindeboom. ,,Die is van oudsher gegroeid vanuit de taakstelling die het instituut heeft.''
Onder de hoed van verre oom Wageningen UR ontstaat wellicht zelfs een vorm van samenwerking tussen de ‘aartsrivalen’. ,,Het afgelopen jaar zijn we bezig geweest om te kijken of Alterra Texel, het RIVO en delen van Wageningen Universiteit kunnen samengaan onder het kopje Wageningen Marien'', vertelt Lindeboom. ,,Als we in de toekomst onderzoek moeten gaan doen naar zeereservaten - in de Nota Ruimte zijn er een aantal aangewezen in de Noordzee - dan zijn de natuurwaarden van vissen enorm belangrijk. Dat zit bij het RIVO. Het is logischer dat we dan samengaan en het in elkaar schuiven dan dat Alterra Texel zelf onderzoek gaat doen naar vissen.'' ,,Samen kunnen we behoorlijke tenders maken'', vult Smaal aan. ,,We zijn bijvoorbeeld bezig met de natuurcompensatie voor de Maasvlakte, Flyland en windmolens.’’

Menselijk gebruik
Toch zijn er wel degelijk echte verschillen in opvatting. ,,Ik denk dat het essentiële verschil is'', aldus Smaal, ,,dat ik het idee heb dat menselijk gebruik ook ten gunste kan zijn van natuurwaarden. Mijn invalshoek is dat de Waddenzee een natuurgebied is onder menselijk beheer. Er zijn allemaal prachtige eetbare dingen, veel meer dan we kennen: mesheften, Japanse oesters, harders, en allerlei schelpdieren waar nu nog niet eens een markt voor is. Dat kun je allemaal duurzaam benutten. Daarmee wordt de maatschappelijke waardering voor de Waddenzee ook weer groter.''
Lindeboom redeneert vanuit de andere kant, die van de natuur. ,,De politiek heeft nu eenmaal gezegd dat de Waddenzee primair natuur is, met beperkt menselijk gebruik. Ik vind dat mesheftbanken en kokkelbanken ook natuurwaarde hebben, in zichzelf. Mijn persoonlijke visie is dat er in de Waddenzee ongestoorde gebieden moeten zijn waar zulke banken kunnen voorkomen.''
Lindeboom is het ook niet eens met de overtuiging van Smaal dat schelpdiervissers zouden kunnen helpen voorkomen dat de Waddenzee gekoloniseerd wordt door Japanse oesters - oesters met grillig gevormde schelpen die in dichte riffen aaneengroeien en ongeschikt zijn als voer voor eidereenden en scholeksters. ,,Ik heb er een probleem mee dat daarbij meteen gesuggereerd wordt dat de producenten dat wel even zullen oplossen'', stelt de wadonderzoeker. ,,Vissers willen oesterpercelen om er een smakelijk product van te maken.''

Zeesterren
Smaal op zijn beurt betwijfelt of het gesloten houden van gebieden wel zo gunstig is voor de vogels. Zijn schelpdieronderzoekers berekenden dat er netto meer biomassa, vlees dus, voor de wadvogels beschikbaar is dankzij mosselvissers die mosselzaad uitzaaien. Bovendien hoort Smaal van vissers dat wilde mosselbanken soms ten prooi vallen aan zeesterren en bacteriën.
,,Ik vind dat zeesterren ook een integraal onderdeel zijn van het systeem'', reageert Lindeboom. ,,Ik geloof er niks van dat zeesterren die banken zullen weg eten. Er zal een evenwicht ontstaan. Naar mijn mening zit het idee van de vissers dat mosselbanken verdwijnen eerder tussen de oren dan dat het werkelijkheid is.'' Beiden zijn het erover eens dat hier onderzoek naar gedaan moet worden. Smaal vindt gesloten gebieden overigens wel zinvol. ,,Volgens mij moet het mogelijk zijn om het menselijk gebruik zo te regelen dat het positief uitvalt voor de natuur. En dan moet je natuurlijk gesloten gebieden hebben om te checken of dat klopt.''

Starheid
Het is vooral de visie op de toekomst waarover Smaal en Lindeboom van mening verschillen. Smaal is voorstander van het door de vissers uitgedragen duurzaamheidstandpunt ODUS, waarin vissers duurzaam de zeeën bevissen, en waarvoor zijn centrum rekenwerk verrichtte. Hij vindt het jammer dat dat niet meer gehoor krijgt bij de politiek. ,,Wat jammer is, is dat de schelpdiervissers door de politiek worden beoordeeld op het verleden, terwijl dat niet de blauwdruk is voor de toekomst.''
Smaal pleit voor dynamisch beleid, dus zonder strikte wetten, afspraken en geboden, maar met een duidelijke visie op waar het heen moet. ,,Het feit dat er van nature allerlei dingen veranderen is juist de waarde van het systeem. Maar hoe vat je die dynamiek in meetbare en controleerbare getallen, zonder te vervallen in een starheid die door een hoop mensen als belemmerend wordt ervaren of een vrijheidblijheid waar dan achteraf weer correcties op moeten worden gepleegd? Dat is de uitdaging.''
Lindeboom vindt het goed dat de vissers van Commissie Meijer een kans krijgen om, binnen de randvoorwaarden die de natuur stelt aan de Waddenzee, binnen zeven jaar een duurzame visserij te organiseren. Maar hij wil op zijn beurt nu wel eens duidelijkheid van de vissers. ,,De kokkelvissers willen drieduizend ton kokkels. Ieder jaar. Laat ze dat zeggen. Dan vind ik de uitdaging bij het RIVO liggen om dat mogelijk te maken binnen de randvoorwaarden die Commissie Meijer creëert.''

Habitat
En er komen nieuwe uitdagingen, met Europese regelgeving als de Vogel- en Habitatrichtlijn, die veelal meer op individuele soorten is gericht dan de Nederlandse natuurwereld gewend is. Lindeboom verwacht bijvoorbeeld dat de onder water liggende mosselbanken van de Europese Unie niet meer mogen worden bevist. ,,Die zijn in de Habitatrichtlijn volledig en absoluut beschermd.''
Voor Smaal is dat een voorbeeld van de door hem verfoeide doorgeschoten regelgeving. Lindeboom is dat niet met hem eens. ,,Ik vind het vrij terecht dat het er in staat. Maar als je dan vraagt 'mag ik oogsten?', zeg ik 'ja, dat mag mits je de habitatkarakteristiek van die bank niet aantast'. En dat is iets wat onderzocht moet worden. En als je de habitat wel aantast, dan moet je het compenseren. Dat kan bijvoorbeeld door extra biomassa op percelen te kweken, die beschikbaar is als vogelvoedsel.''
Het zijn vraagstukken waarbij zowel Smaal als Lindeboom een zekere regie missen. ,,Ik mis van de LNV-kant de natuurregie'', aldus Lindeboom. ,,Als er al regie is vanuit LNV dan is het visserijregie. Ik pleit ervoor om die N bij LNV weg te halen. Stop die maar bij VROM en zorg dat het natuurbeleid body krijgt en dat het, ook op het allerhoogste niveau in het kabinet, het tegenspel geeft dat nodig is.''

Martin Woestenburg

Re:ageer