Wetenschap - 14 juni 2001

Vette vis goed voor hart, arginine niet

Vette vis goed voor hart, arginine niet

Beschermende werking aminozuur arginine valt tegen

Het gloednieuwe stokpaardje van de cardiologen loopt nu al een beetje kreupel. Uit het proefschrift van een Wageningse aio blijkt dat mensen die veel van het aminozuur arginine binnenkrijgen net zo vaak sterven aan hartinfarcten als mensen die weinig arginine consumeren. Arginine, dat vooral in vlees zit, zet in het lichaam om in een stof die de bloedvaten verwijdt. Daarom hoopten onderzoekers dat het aminozuur zou beschermen tegen hartinfarcten. Niet dus.

De promovendus, ir. Claudia Oomen, gebruikte gegevensbestanden over de voedingsgewoonten en gezondheidstoestand van grote groepen mensen. De teleurstellende uitkomst van het arginine-onderzoek baseerde Oomen onder meer op data van de Zutphen Ouderen-studie: een project waarin achthonderd oudere mannen tien jaar lang werden gevolgd. Hoopvoller was een andere studie die Oomen verrichtte, naar het verband tussen de consumptie van vis en hartinfarcten. "Magere vis, zoals tonijn of kabeljauwfilet, deed helemaal niets", zegt Oomen. "Maar mensen die wel eens vette vis zoals haring of zalm aten, hadden 34 procent minder kans om te sterven aan hartinfarcten dan mensen bij wie dit soort producten nooit op tafel kwam."

Mensen kunnen de beschermende vetzuren in vis in beperkte mate zelf maken uit linoleenzuur, het aangetrouwde neefje van linolzuur. Nu duidelijk wordt hoe belangrijk die vetzuren zijn, voegen sommige fabrikanten van margarines extra linoleenzuur aan hun producten toe. Of dat helpt, is nog maar de vraag. Oomen ontdekte dat de inname van linoleenzuur in ieder geval geen positief effect had op de hartspier van de Zutphense ouderen. Toch durft Oomen niet te zeggen dat linoleenzuur infarcten niet kan voorkomen. "De meeste mannen in de studie die veel linoleenzuur gebruikten, kregen ook veel transvetzuren binnen. Die zijn juist erg slecht voor het hart." | W.K.

Oomen promoveert 26 juni bij prof. dr. ir. Daan Kromhout, hoogleraar Volksgezondheidsonderzoek, en prof. dr. ir. Frans Kok, hoogleraar Voeding en epidemiologie.

Re:ageer